Sterven en begraven
Vroeger waren er ook
allerlei ziektes. Men was nog niet op de hoogte van bacteriën en virussen. Je
handen wassen en je lijf, schone lakens, haren kammen, dat ging echt niet als
bij ons. Wij kennen aspirines en hoestdrankjes.
De dokters uit Jezus’ tijd
waren meer kwakzalvers. Ze gebruikten de gekste geneesmiddelen.
Verbrande schedels van
leeuwenwelpen,
muizenkoppen,
ogen van krabben,
hersenen van uilen,
addervet, sprinkhanen ![]()
en vleermuizen. ![]()
Had een patiënt een wond,
dan werd die belegd met slangenhuid,
berevet
of een afkooksel van bokkenhorens.
Wie
verkouden was moest…. de neus van een muilezel
kussen.
Gekookte slakken
waren goed tegen maagpijn, maar dan wel een even
aantal, anders hielp het niet.
Een grappig middel tegen
kiespijn was: twee vingers van de rechterhand stijf tegen elkaar binden.
Schrijf
jij eens een recept voor een ziek kind:
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------Dokter…. Voor het kind ….
Adres:…. Adres:…….
Datum:….
Ik schrijf voor…………………………..
…………………….
…………………….
…………………….
Overlijden:
Zelfs de knapste dokter kan
de dood niet tegenhouden. In Jezus’ tijd werd het lichaam gewikkeld in linnen
doeken. Het hoofd in een aparte doek. Denk maar aan Lazarus en Jezus.
Mensen werden in de grond
begraven, of in een graf dat was uitgehakt in de rotsen. Dan was je rijk. De
graven werden na de regentijd wit gepleisterd om ze te herkennen. Weet je wel
wat Jezus tegen de schriftgeleerden zei? Zoek maar op in Mat. 23:27.
Van buiten….
Maar van binnen…..
De kleren van de
nabestaanden werden gescheurd, het borstsplit, een zoom of de zijnaad. Dat kon
je later weer dichtnaaien. Men trok ook wel de haren uit het hoofd en er konden
klaagvrouwen ingehuurd worden. Denk aan het verhaal van het dochtertje van
Jaďrus.
Soms droeg men een zak op
het hoofd en strooide er as op. Weet je nog van Mordechai, de neef van Ester?
Ken je een Nederlands
spreekwoord dat daarover gaat?
In … en … zitten.