(Een waar gebeurd verhaal, de naam Achmed is echter
gefingeerd.
Achmed betekent waarheid. Avi Misrachi heeft dit verhaal
verteld op zondag 11 maart 2007 in Kom en Zie, Rotterdam)
Toen Achmed’s moeder overleed
veranderde zijn leven totaal. Zijn vader was een van de rijkste sheiks in
Hebron en het was dus niet moeilijk om een paar andere vrouwen voor haar in de
plaats te huwen. Achmed werd niet aardig behandeld door die andere vrouwen en
zijn vader zag hij bijna nooit. Zodoende kwam hij na een tijd op straat
terecht. Daar ging hij om met een groep jongens die bij de Hamas aangesloten
waren.
Waar ze op uit waren was
duidelijk. Ze wilden zelfmoordenaars werven voor de jihad. Achmed werd als
vriend binnengehaald en al spoedig leerden ze hem de Joden te haten. Geweld was
volgens hen de enige oplossing voor een betere wereld. Achmed leerde ook bommen
maken. Dat was een riskant werkje. Op een keer ontplofte er één tot zijn grote
ontzetting midden in het gezicht van zijn beste vriend.
‘Hier wil ik niet meer aan
mee doen!’ besloot Achmed dodelijk beangst en hij liep weg bij de Hamas. Hoewel
hij ver weg in Betlehem onderdook hadden zijn vroegere ‘vrienden’ hem al gauw
weer gevonden. Ze sloegen hem tot bloedens toe, zodat hij voor dood op straat
bleef liggen. Met de ambulance werd hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij
drie maanden verpleegd werd.
‘Ik moet hier weg,’ dacht
Achmed, ‘maar waar naar toe? Als dit mijn vijanden zijn geworden, dan zijn de
Joden mijn vrienden.’
Hij wist via een bepaalde
grensovergang Israël binnen te komen en vluchtte naar Haifa. Geen familie, geen
huis, geen inkomsten… wat was Achmed er slecht aan toe. Gelukkig is het in
Israël het grootste deel van het jaar erg droog en kan men heerlijk op het
strand slapen.
Op een mooie avond zag hij
jongelui op het strand zitten rondom een kampvuur. Ze zongen liederen en
dansten. Het klonk zo mooi, dat de jongen er een kijkje ging nemen. Ze gaven
hem wat te eten en te drinken en voordat hij wegging ook nog een bon voor een
gratis kop koffie in een koffiebar, waar een zekere Avi, een voorganger uit
Haifa, aanwezig was om met hem te praten.
Gratis koffie? Dat leek
Achmed wel wat. De volgende dag al ging hij er naar toe.
Avi, een vriendelijke
nederige man schrok wel even toen Achmed hem zijn verhaal vertelde. Stel je
voor. Er zat een Arabische zelfmoordenaar in zijn koffieshop.
‘Heer, help me alstublieft.
Wat moet ik zeggen?’ Een snel gebed steeg op naar boven.
In de kerk werd Achmed
liefdevol opgevangen. Hij kreeg eten, kleding, vrienden. Hij nam de Heer Jezus
aan als zijn redder en werd gedoopt. Eigenlijk had hij weer een familie
gekregen, waar hij zo naar had verlangd.
Maar na een paar maanden was
Achmed verdwenen. Niemand wist wat er met hem gebeurd was. Er werd veel voor
hem gebeden, maar alleen God wist waar hij zat. Tot er een brief kwam voor Avi
waarin stond: ‘Lieve broeder Avi, kom me alsjeblieft opzoeken. Ik zit in de
gevangenis en heb niemand als familie behalve jullie. Breng me schone kleren en
toiletspullen alsjeblieft. En doe er alsjeblieft een Arabische bijbel bij! ’
Ja hoor, de Israëlische
politie had Achmed opgepakt denkende dat hij een terrorist was.
De gevangenis was helemaal
in het noorden van Israël. Maar Avi reisde er toch naar toe.
Daar stond hij voor de poort
met tientallen moslims, die duidelijk zagen dat hij een jood was. Ze keken
dreigend zijn richting uit vol wantrouwen en haat.
Avi bad voortdurend om
bescherming tot Jezus.
Plotseling werd hij
opgemerkt door een politieman, die hem begon te ondervragen. Dachten ze soms
dat hij met de vijand heulde?
‘Wat doe jij hier?’ vroegen
ze bars.
‘Heer, wat moet ik zeggen?’
De Heer zei: ‘Avi, vrees
niet, ik geef je een preekstoel.’
Avi vatte moed en begon heel
hard te praten: ‘Ik ben hier voor mijn vriend Achmed. In de Koran staat over
Jezus gesproken en Jezus leerde ons dat we onze vijanden moeten liefhebben. Hij
is een profeet vol vrede. Hij stierf voor onze zonden aan het kruis. Achmed is
dus mijn vriend en ik kom hem bezoeken.’
Het was doodstil geworden.
De moslims hadden alles gehoord wat er werd gezegd en daar konden ze niet boos
over worden.
Wat deed de agent? Hij liet
omroepen in de gevangenis: ‘Achmed, de profeet Jezus is voor jou gekomen.’ Alle
duizend gevangenen hoorden het.
Later, nadat hij weer
vrijgelaten was, vertelde Achmed dat er heel veel gevangenen naar hem toe waren
gekomen om te vragen wat dat toch voor een profeet was die hem had opgezocht.
Achmed had zijn Arabische bijbel geopend en het evangelie verspreid.
Heb je wel eens in de krant
gelezen dat een Jood en een zelfmoordenaar elkaar omhelsden? Nee? Toch is het
gebeurd. Wat ze in de kranten schrijven is niet altijd de volle waarheid. Maar
dat Jezus ons leert onze vijanden lief te hebben is een waarheid als een koe.