De
echo
Een kleine jongen woonde in een dorpje
ergens in de bergen. Omdat hij vreselijk gepest werd op school, trok hij zich
vaak terug en zwierf eindeloos door de valleien rond het dorp. Hij had geen
vrienden en dat maakte hem erg eenzaam. Het leek wel of de hele wereld tegen
hem was.
Op een dag was het weer eens raak. Met
tranen in zijn ogen vluchtte het ventje meteen uit school naar de vallei. Och,
waarom deden ze hem toch zo'n pijn. Hij zou ze wel.... Hij schopte tegen een
paar dennenappels aan en zon op wraak.
Die jongens uit de klas bezorgden hem
nachtmerries, begrepen ze dat dan niet?
Moedeloos zette hij zich op een grote steen
vlak bij een ravijn.
Vooral die Pjotr, haatte hij. Samen met
zijn grijnzende vrienden maakte die zijn dagen tot een hel.
Zonder er bij na te denken zette de jongen
zijn handen aan de mond en schreeuwde zo hard hij kon: 'Ik haat je!!!'
Maar wat gebeurde er? Van alle kanten
schreeuwden stemmen terug.
'Ik haat je! Ik haat je. Ik haat je!!'
Het jongetje schrok zich ondersteboven en
spurtte naar huis.
'Wat is er met jou aan de hand?' vroeg
moeder toen hij hijgend de keuken binnenstormde.
'Ze haten me! Ze haten me allemaal!'
'Wie bedoel je?'
'Die jongens van school!'
'Hebben ze dat gezegd?'
'Ja, ik was net bij het ravijn. Ik moest
huilen, want ze hadden me vanmiddag met z'n allen gepest. Daarom schreeuwde ik
heel hard: 'Ik haat je!', maar ze riepen allemaal terug dat ze mij ook haten.'
'Weet je wat', zei zijn moeder,die begreep hoe de vork in de steel zat,
'probeer het nog eens. Dit keer moet je eens iets anders roepen. Weet je wat?
Roep maar: 'Ik hou van jou!' Dan moet
je eens kijken wat ze zeggen.'
Zo gezegd, zo gedaan. De jongen liep terug naar de vallei en schreeuwde: 'Ik
hou van jou!!!'
Onmiddellijk klonk van alle kanten: 'Ik hou
van jou!!!'
Tevreden liep hij terug naar huis.
Na een paar weken ontmoette hij een andere
jongen in de vallei, die ook eenzaam was. Ze werden vrienden. Samen konden ze
de vervelende jongens wel aan.