Jeffrey's probleem.
We zullen het
maar gelijk vertellen: Jeffrey stottert. Dat is niks erg, alleen lastig. Hij
heeft vooral moeite met woorden die met een k beginnen.
Maar Jeffrey,
die al acht jaar is, blonde haren en grappig lachende ogen heeft, is slim. Hij
zegt gewoon een ander woord. Daar wordt soms hartelijk om gelachen, dat begrijp
je. Dan haalt hij maar eens zijn schouders op en zegt laconiek: "Laat
gaan, eet een banaan."
Nu is Jeffrey
verhuisd van Krommenie naar de grote stad Rotterdam. En ja, dan moet hij
natuurlijk wel van school veranderen. Had moeder er nou maar erg in gehad om
tegen de nieuwe meester te zeggen, dat Jeffrey stottert, dan was al die
narigheid niet gebeurd. Het begint al meteen als de directeur hem in zijn
nieuwe klas komt brengen. De meester vraagt: "Waar kom je vandaan,
Jeffrey?"
Jeffrey krijgt
het benauwd. "Uit KKK... Alkmaar, meneer," zegt hij dan maar. De
directeur kijkt vreemd op.
"Je komt
toch uit Krommenie?" vraagt hij verwonderd. Jeffrey knikt, blij dat een
ander die moeilijke naam uitspreekt. En dan later op de ochtend, als hij een
beurt krijgt bij de leesles. Telkens als er een woord met een k vooraan staat
verzint hij een ander woord.
Natuurlijk
moet de klas hard lachen als Jeffrey leest: "De kk... vlinder sprong in de
sloot." en "Het kkk... paard in de wei loeide hard."
De meester
denkt dat Jeffrey de feestneus uit wil hangen en geeft hem keer op keer een
standje. Daardoor gaan de andere kinderen hem plagen. Op het speelplein roepen
ze: "Hé, Kkkk... Kruiffie, pak die bal eens aan."
Voetballen kan
Jeffrey als de beste en hij geeft die leren knetter dan ook een loeierd! O wee!
De bal komt in de emmer van de glazenwasser terecht, die net de ramen van de
school aan het wassen is. Het water spat alle kanten uit en Priscilla, het
nuffigste kind uit de klas, loopt huilend en snikkend naar de meester. Meester
denkt: "Ook dat nog. Die nieuwe jongen is wel een lastpak, zeg!"
Die avond
heeft Jeffrey gebeden, alles aan de Heer Jezus verteld. Hij heeft gevraagd om
een leuke vriend of vriendin. Zou de Heer wel naar zo'n stotterende jongen
luisteren?
Na een paar
dagen ontdekt Jeffrey dat er een meisje in de klas is dat steeds naar hem lacht
en tegen hem praat. Ze heet Jaqueline en heeft donkere krullen. Zij heeft het
ook niet gemakkelijk in de klas, want ze heeft wratten. Niemand wil haar een
hand geven. Ze denken dat het besmettelijk is. Jeffrey vindt haar hartstikke
aardig en hij vertelt haar dan ook fluisterend zijn geheim.
"Hé, je
kriebelt in m'n oor," lacht ze.
"Dat kkk
... komt door die kkk. Die kkk... kan ik niet uitspreken."
"Moet je
gewoon tegen de meester zeggen!" raadt Jaqueline.
"Dat durf
ik niet, joh! Hij is nog steeds kkk.... boos vanwege die bal."
Jaqueline weet
ook geen oplossing.
Na schooltijd
komt ze bij hem thuis kijken. Het is er nog een rommel door de verhuizing. De
meeste dingen staan nog in koffers en dozen. In Jeffrey's kamertje is het
helemaal een bende. Deze week zal vader gaan behangen, zodat Jeffrey er met z'n
verjaardag volgende week, nog leuk bij zit. Hij heeft zelfs een klein teeveetje
voor op z'n eigen kamer. Dat staat nu nog in de doos. Nu Jaqueline met hem
meegegaan is, is zij echt helemaal een vriendin van Jeffrey geworden.
Het wordt er
niet beter op in de klas. Als Jeffrey op een middag naar buiten zit te kijken
naar twee vogeltjes die ruzie maken, klinkt de stem van de meester:
"Jeffrey, wat doe je?"
"Ik zit
te kk.... loeren, meester."
"Nou is
het genoeg." schreeuwt meester boos. "Altijd maar clowntje spelen...
Jij moet maar eens een poosje nablijven."
"Ik
kkk..." begint Jeffrey. Hij wil vertellen dat hij er echt niks aan kan
doen, maar als hij het boze gezicht van de meester ziet, zwijgt hij maar.
Een kwartier
is lang als je alleen met de meester in de klas zit. Zou hij het zeggen, van
dat stotteren? Hij durft niet.
Thuisgekomen
wil hij z'n hart luchten bij moeder, maar die is er niet. Tante Jet wel.
"Hallo,
Jeffrey," zegt ze, "Ben je daar? Mamma is er niet. Pappa heeft
namelijk een slip gemaakt met de auto en nou is hij met een gebroken been naar
het ziekenhuis gebracht."
Jeffrey
schrikt. Maar tante Jet stelt hem gerust. Het is niet ernstig en pappa zal gauw
weer thuiskomen, in het gips, dat wel. Bedroefd zoekt Jeffrey zijn kamertje op.
Het wordt dit jaar echt een snertverjaardag. Pappa een gebroken been, de
meester begrijpt hem niet, de kinderen plagen hem en wie moet er nu zijn
kamertje behangen?
Met een plof
laat hij zich op z'n bed vallen. Er drupt een traan op zijn hand. Hij veegt hem
af aan zijn broek.
Een uurtje
later slentert Jeffrey over straat. Tante Jet, die merkte dat hij maar alleen
op z'n kamertje zat, stuurde hem naar buiten om met zijn vriendjes te gaan
spelen, maar er is geen vriendje te bekennen. Nu loopt hij maar wat rond met
z'n ziel onder de arm. Ergens in een tuin zit een familie te barbecue-en. Erg
gezellig, ja. Je ruikt de lucht van verschroeid vlees. Overal is het gezellig.
Alleen bij hem thuis niet...
Zo slenterend
komt Jeffrey langs de achterkant van het verpleegtehuis. De deur naar de keuken
staat open. Zal hij er eens een kijkje gaan nemen?
Sjonge, wat is
het druk in die keuken! Koks met witte mutsen op, scheppen uit heel grote
pannen het eten in metalen schalen. Er is ook een juffrouw, die een naamkaartje
bij elk pannetje legt, een dekseltje sluit en op een lange lijst kijkt. Jeffrey
blijft even staan kijken. Het is een heel bedrijf.
"Uit de
weg, joh!" snauwt een langslopende kok.
"Mag ik
alsjeblieft even kkkk...binnen?" stottert Jef.
Je kunt maar
beter beleefd zijn, dan krijg je nog wel eens wat voor elkaar.
"Ja, als
je ons maar niet voor de voeten loopt." zegt de kok, die niet zo kwaad is
als hij eruit ziet.
Jeffrey doet
een paar stappen opzij. Kijk daar staat een grote pan met kippenpootjes en bij
het fornuis doet een kok met een grote lepel kerriesaus over de rijst. Op de
gang staan allemaal karretjes, waarop ze het eten neerzetten. Die gaan dan met
de lift naar boven, naar de oude mensen natuurlijk.
Jeffrey
schuift wat dichter naar de deur... Zie je wel. Er staan een paar dames. Er is
er één bij met lang donker haar en leuke vrolijke ogen. Jeffrey probeert haar
over te halen om hem mee te nemen. Hij bedelt: "Zuster, mag ik het kkk...
wagentje rijden?"
Ze lacht om
z'n koddige gezicht.
"Dat mag
eigenlijk niet," zegt ze. "Als het afdelingshoofd het ziet... Ach,
vooruit dan maar. Die is toch even weg. Hier houd het handvat maar beet.."
Jeffrey vindt
het prachtig. Ze gaan met de lift naar de vijfde verdieping. Rita, zo heet de
zuster, rijdt langs elk kamertje. Overal woont iemand. De oude mensen zitten
bij de tafeltjes of liggen op bed.
"Dit is
voor mevrouw Van der Linden," zegt ze. Jeffrey mag het metalen schaaltje
en een sappige peer binnenbrengen.
"Geen oma
zeggen, hoor!" zegt Rita. "Sommige oude mensen willen geen opa of oma
genoemd worden. Zeg maar gewoon mevrouw."
Het dametje
lacht naar Jeffrey.
"Wie ben
jij?" vraagt ze. "Je lijkt precies op m'n kleinzoon. Die komt wel
eens, maar niet zo vaak."
Jeffrey vindt
dat zielig voor haar.
Op een ander
kamertje krijgt Jeffrey een kleverig pepermuntje. Die vrouw is ook blij om een
jongen te zien. Op kamer veertien ligt er een vrouw in bed, heel bleek met haar
mond open en haar ogen dicht. Net wil Jeffrey weer de gang oplopen als er een
brommerige oude man aankomt met een stok.
"Eten we
al weer rijst?" moppert hij, "Jullie weten toch dat ik niet van kip
houd. En de wc lekt ook al weer."
Zuster Rita is
er aan gewend, dat sommige ouderen mopperen. Ze blijft vriendelijk praten en de
man schuift zijn kamertje weer in.
"Veel
mensen zijn eenzaam, Jeffrey," zegt Rita. "Weet je wat? Jij kan oma
Pleuntje helpen met eten. Zij kan haar handen niet goed gebruiken."
Jeffrey zit
bij oma Pleuntje aan tafel. Die mag je wel zo noemen. Dat wil ze zelf graag.
Het schaaltje met eten maakt hij open. De damp stijgt omhoog.
"Eerst
bidden, hè?" vraagt hij. Zo doen ze thuis ook immers.
"Ja,
eerst bidden," zegt oma Pleuntje. "Je hebt gelijk, kind..."
Jeffrey bidt
hardop: "Lieve Here Jezus, danku voor dit eten en wilt u oma Pleuntje
zegenen, amen."
"Nou zal
het eten lekker smaken..." lacht oma Pleuntje.
Jeffrey neemt
steeds een hap, niet te groot, en stopt die in haar mond.
"Mmm,
heerlijk," zegt ze. "Lieve jongen, lieve jongen."
Dan is er
ineens die harde stem over de gang. Het is vast het afdelingshoofd.
"Zuster
Rita, direct op mijn kamertje komen."
Even later
komt zuster Rita hem halen.
"Je moet
nu echt weg, Jeffrey, anders komen er moeilijkheden van. Kom oma Pleuntje nog
maar eens opzoeken, maar niet onder etenstijd, hoor!"
"Graag
zuster, maar deze week kkk... kkk... ben ik jarig!"
Zuster Rita schiet
in de lach.
"Nou, dan
hoop ik maar dat je een heel fijne verjaardag krijgt, hoor!"
Ja, dat hoopt
Jeffrey zelf ook, hoewel er maar een kleine kans op is. Gelukkig zit hij niet
meer zo in de put als een uurtje geleden. Fluitend gaat hij met de lift naar
beneden en dan naar huis.
Er hangt een
vreemde jas aan de kapstok als Jef thuiskomt. Hoewel... O, wacht eens. Het is
de jas van de meester. Wat zou die komen doen? Zeker over hem klagen! Jeffrey's
hart begint wild te bonzen. Dit is echt een ramp. Zou vader trouwens al thuis
zijn? En zou hij veel pijn hebben? Dat die nare meester juist nu moet komen!
Met vrezen en
beven stapt hij de kamer binnen, z'n hoofd gebogen.
"Daar heb
je de boef." hoort Jef z'n moeder zeggen.
Als hij de
kamer durft rond te kijken is de eerste die hij ziet vader. Die zit met een
gipsbeen op een keukenstoel. Hij ziet wel wit, maar heeft geen pijn, dat kun je
zo zien.
En naast vader
zit... de meester. Maar die is helemaal niet boos. Hij lacht zowaar. Weet je
waarom? Moeder heeft alles verteld. Van dat stotteren enzo.
"Nou
begrijp ik waarom je steeds een ander woord zei, Jef. En weet je wie er
morgenmiddag jouw kamertje komt behangen?"
Jeffrey zou
het niet weten. Hij kijkt z'n moeder vragend aan.
"Ik."
zegt de meester. "En hoe wil je je behang? Rechtop of op z'n kop."
"Rechtop."
zucht Jeffrey opgelucht.
Hartstikke
aardig van de meester, zeg! Er valt een heel pak van z'n hart. Gauw gaat hij
een rol behang halen om aan de meester te laten zien. En hij durft nu ook wel
te vertellen wat hij heeft beleefd in het verpleegtehuis.
"Jeffrey,"
zegt de meester bij het weggaan, "tot morgenochtend op school. En weet je
wat we bij handenarbeid gaan maken? Bloemstukjes, Leuk, hè?"
Jeffrey denkt
gelijk aan oma Pleuntje. Zouden ze niet...
"Mag ik
even Jaqueline bellen, mamma?"
Even later
staat hij met de hoorn aan zijn oor. Hij vertelt zijn vriendin alles. Van zijn
vader en dat de meester komt behangen en ook van het verpleegtehuis.
"Zullen
we op m'n verjaardag na schooltijd met de hele kkk... groep onze bloemstukjes
daar gaan brengen?" stelt hij voor. "En na afloop taart en patat eten
bij ons thuis, dan kunnen ze allemaal mijn nieuwe behang zien."
Jaqueline is
meteen enthousiast en tevreden legt Jeffrey de hoorn weer neer. Hij heeft weer
plezier in het leven. Het zal hier in Rotterdam ook gaan lukken met hem, want
hij heeft vrienden die zijn probleem begrijpen.