De bazaar

 

(Korte voorgeschiedenis: Sinds Michaels oma dood is, is moeder erg depres­sief. Ze ligt vaak op bed, zogenaamd met hoofdpijn en slikt veel pillen. Financieel hebben ze het ook al niet te best.

Michael wordt eigenlijk wat verwaarloosd. Als het hemelvaarts­dag wordt hoopt hij tevergeefs op een uitstapje.)

 

'Hier heb je tien gulden,' zegt moeder met een zucht. 'Ga maar lekker de stad in. Ik ben veel te moe om ergens naar toe te gaan. Ik duik zo m'n bed weer in.'

Elfjarige Michael probeert zijn teleurstelling te verber­gen. Daar gaat zijn leuke dag. Hij had nog zo gehoopt samen naar de dierentuin te gaan net als vorig jaar, vooral nu hij had gele­zen dat er een vleer­muizengrot bijge­bouwd was. Maar met tien gulden kan hij het wel vergeten. Daar had je niet eens een entreekaartje voor. Michael kijkt eens naar het weer. Gelukkig schijnt de zon...

 

Met een groot spandoek staat het aangekondigd: GRANDE FIESTA! Er is bazaar in de kerk, een feest in Zuid-Amerikaanse stijl. Niet alleen om de kerkmensen een leuke dag te bezorgen, maar vooral om geld bijeen te krijgen voor de restauratie.

Overal zijn stalletjes opgezet waar je wat kunt kopen of een spel doen. Het ruikt er naar patat en gebakken kip. Er lopen lui rond met poncho's en grote hoeden, tokkelend op hun guitaren. Echt geinig. Bij het toegangshek, waar kaartjes worden verkocht, staat een jongen met stekeltjeshaar en een staartje. Het is Michael. Hij wordt aangetrokken door het rad van avontuur en de gezel­li­ge sfeer.

'Hoeveel zou het kosten om naar binnen te gaan?' denkt hij.

'Wie weet kan ik hier wel een leuke dag doorbrengen.'

Het valt mee. Eén vijftig en daar krijg je ook nog limonade voor en een koek.

'Wil je?'

'Oké.' besluit Michael en stapt naar binnen.

 

Die dag, daar op de bazaar zal Michael niet gauw vergeten. Hij geniet met volle teugen. De mensen zijn vriendelijk en de prijzen laag. Hij staat lang te kijken bij de verkiezing van de sterkste man of vrouw. Dat is echt lachen geblazen. Sommi­gen kunnen nog geen spijker in een pakje boter slaan.

Op de tweedehandsmarkt scharrelt hij voor een paar gulden wat leuke dingen bij elkaar voor z'n moeder. Een glazen pauw­tje om op de kast te zetten en een broodplank met op de rand 'Geef ons heden ons dagelijks brood.' Dat spreekt hem wel aan.

'Kèn jij het Onze Vader?' vraagt de vrouw die afrekent.

'Wat bedoelt u?' antwoordt Michael.

'Het Onze Vader, het gebed dat de Heer Jezus ons leerde.'

De vrouw merkt dat Michael haar niet begrijpt, dus legt ze de woorden op de broodplank uit. Michael voelt zich wat in verlegenheid gebracht, maar het is toch wel interessant om te weten waar die spreuk vandaan komt. Hij mag z'n spullen zolang bij de vrouw laten staan en loopt weer verder zijn neus achterna.

 

'Hé, wil jij voor twee kwartjes naar het poppentheater?' vraagt een enthousiaste jongeman aan Michael.

'Nee, veel te kinderachtig.' lacht Michael. 'Dankje.'

De jongeman houdt aan. 'Welnee, man. 't Is hartstikke la­chen! Er is ook een clown die kan goochelen. Echt te gek, joh!'

Nou, vooruit dan maar. Michael heeft toch niks beters te doen.

Hij komt te zitten naast een vader en twee jongens van een jaar of acht, die aan een suikerspin zitten te happen. De lichten gaan uit.

Nou, net wat hij dacht. Sommige dingen zijn echt wel kinder­achtig, maar één ding is echt gaaf en dat is de clown, die goochelt. Hij laat een rood papieren hartje zien en ver­telt dat soms een mensenhart verdriet heeft en als het ware ver­scheurd wordt. Met grote handbewegingen scheurt hij het hart door. De snippers vouwt hij in elkaar terwijl hij door­vertelt. 'Je gaat in de put zitten, helemaal stuk. Je wilt met niemand meer te maken hebben en je sluit je af. Maar... (Het gezicht van de clown begint te stralen)... als je naar Jezus gaat, de zoon van God, dan... maakt Hij je weer heel!'

Hoe de clown het doet begrijpt Michael niet, maar plotseling is het rode papieren hart weer heel. De mensen juichen en applaudisseren. Diep in gedachten sjokt Michael weer naar buiten. Het lijkt wel of die man de situatie bij hem thuis be­schreef. Zou mamma's hart ook verscheurd zijn? En zou die Jezus, waar de clown het over had, ook haar weer kunnen gene­zen? Misschien helpt het als hij het Onze Vader opzegt. Mi­chael besluit om het aan de vrouw van de tweedehandsmarkt te gaan vragen. Maar als hij daar aankomt is ze weg.

 

'Smaakt het?' vraagt Leo, een man met rood haar aan Michael als hij op het grasveld z'n patatje zit op te peuzelen.

'Mm. Ook eentje?'

Vrijgevig houdt Michael zijn zakje voor Leo's neus, die er graag gebruik van maakt. Even is het stil tussen hen, dan vraagt Leo: 'Zag ik jou niet bij het poppentheater? Kan dat?'

Snel vliegen Michaels ogen over het gezicht van Leo. Raadt die man zijn gedachten? Weet hij waarover hij zit te piekeren?

'Eh...' aarzelt hij. 'Ja, dat kan wel.'

Snel stopt hij een paar patatjes in zijn mond, zodat hij niet hoeft te praten. Leo vangt een bal die per ongeluk hun rich­ting uitkomt en gooit hem met een grote boog terug.

Michael kijkt hem van opzij aan. 't Is een leuke vent, die rooie Leo. Hij besluit hem in vertrouwen te nemen.

'Zou het waar zijn wat die clown zei van dat verscheurde hart?' vraagt hij onzeker.

Leo lacht. 'Tuurlijk. Het is een truc, maar wat ik wilde zeggen is echt.'

'Ik?'

'Ja, wist je niet dat IK die clown was?'

Nee, dat wist Michael natuurlijk niet. Leo ziet er nu heel anders uit. Maar, als dat zo is, dan kan hij hem ook wel alles vertellen. Van de eenzaamheid en het verdriet van moeder...

En Leo heeft goed nieuws. Er is inderdaad een heiland, die gebroken harten kan genezen. Even later buigen ze samen hun hoofden voor gebed.

 

Wat een fijn einde van zo'n somber begonnen dag. Als Michael thuis komt van de bazaar, geeft hij moeder niet alleen het pauw­tje en de brood­plank, maar ook een Bijbel vol beloftes.