Twee zussen

 

'Ik haat haar, ik haat haar echt...!'

Op het stoepje van haar huis in de rijtjesstraat zit Lois van elf met haar handen onder haar hoofd boos te kijken.

Het is een mooie dag, echt zo'n dag om te gaan zwemmen, maar Lois' moeder heeft geen geld voor zwembaden. Ze staat hele dagen in een kapperszaak om wat geld te verdienen voor zich­zelf, Lois en haar twee zussen.

Lois, de middelste van het stel, is er wel aan gewend dat ze op moet passen, stofzuigen, afwassen, boodschappen doen. Haar twee jaar oudere zus Nadia heeft altijd wel een excuus om iets niet te doen. Ze moet huiswerk maken of iets dergelijks, maar ondertussen staat ze op de hoek van de straat met jongens te geinen.

O, Lois haat haar.

 

Kijk, dat ze haar alleen voor 't werk laat opdraaien, dat is nog wel te verteren, maar die egoďstische vernederende houding van Nadia, die is echt onuitstaanbaar.

Het lijkt wel of ze haar minacht, alsof Lois haar privé-slavin is.

'Hé, Lois, schenk eens wat sinas in...' roept ze rustig, als ze met haar benen op tafel in een boek zit te lezen. 'Ik ben zo moe van het gymmen!'

Of 's avonds... Ja, dat is helemaal het einde.

Natuurlijk mag Nadia een half uur later naar bed dan Lois. Maar als Lois al lekker ligt te pitten, komt Nadia met veel lawaai hun gezamenlijke slaapkamertje in, trekt het dekbed weg en beveelt: 'Kom op! Wakker worden. Je moet me nog een verhaal vertellen.'

Eigenlijk is ze gek dat ze het doet!

Ja. gek is ze.

Lois kijkt naar het hoekje waar Lois staat en dan naar een paar schreeuwerige mussen op de straat. Een grote babymus met wijdopengesperde bek krijst om eten, en een kleinere... dat is zeker de moeder, stopt steeds iets in die wijdopen bek. Nou, het wordt tijd dat die babymus eens op eigen benen gaat staan.

 

'Hé, Lois! Wat zit je hier zo alleen?' roept plotseling een jonge vrouw die langskomt. Ze heeft een baby in de buggy en een kleine hond aan de lijn.

'Ik kom even bij je zitten, mag dat?'

Lois schuift een stukje opzij. Wat leuk, de juf van de bijbel­club. Ze vergeet meteen haar boze bui.

'Waar zijn je zussen. En waarom lig je niet in het zwembad zoals iedereen?' vraagt juf Helčne belangstellend.

'Cora is naar haar vriendinnetje en Nadia staat daar op de hoek.' antwoordt Lois vriendelijk. De vraag over het zwembad laat ze maar voor wat die is. Iedereen hoeft niet te weten dat bij hen het geld niet aan een boompje groeit.

Juf kijkt haar onderzoekend aan.

'Is er iets, liefje. Je zat hier zo..., zo bozig eigenlijk toen ik aankwam. Kan ik iets voor je doen?'

Pips, het kleine hondje komt aan Lois' handen likken. Ze aait hem gedachteloos.

Juf heeft ook altijd alles door. Dat komt zeker omdat ze zo dicht bij de Heer Jezus leeft. Lois besluit er nou eens niet omheen te draaien, maar haar alles te vertellen.

 

'Haat is een plant die giftige vruchten geeft.' besluit de juf als ze alles van Lois heeft gehoord.

'Bid er maar voor. Jezus kan haat in liefde veranderen. Pro­beer ook eens iets samen te doen. Een spelletje of zo?'

'Houdt ze niet van.' zegt Lois moedeloos. Ze voelt zich veron­gelijkt. Het komt er toch weer op neer, dat zij moet verande­ren, ter­wijl Nadia overheerst. Het is niet eerlijk.

De baby in de buggy heeft haar speen uitgespuugd. Ze begint zich te vervelen. Juf maakt aanstalten op op te staan.

Ineens schiet haar wat te binnen.

'Zeg, Lois, we hebben over een paar maanden een groot muziek­festijn in de kerk. Er zijn prachtige prijzen uitgeloofd voor het beste samenspel. Er komt een echte jury van deskundigen. Zouden jullie daar niet aan mee kunnen doen?'

Er glimt een sprankeltje hoop in Lois ogen. Muziek? Daar zijn ze thuis allemaal dol op.

'Ik zal erover denken, juf.' zegt ze dan.

'Beda­nkt voor het gesprekje!'

  

Die avond vertelt Lois haar zus een spannend eigenverzonnen verhaal. Het gaat over twee zussen die door dik en dun voor elkaar opkomen. Ze fantaseert er lekker op los tot ze tot de ontdekking komt dat Nadia in slaap is gevallen.

'Wat jij! In slaap vallen?' zegt ze olijk. 'Niks ervan. Je moet het hele verhaal horen.'

Ze schudt Nadia wakker.

'Hé, Nadia, je hebt het eind van het verhaal niet gehoord. Het gaat over ons, begrijp je? Ik moet je nog iets vertellen.'

Nadia draait zich onwillig om.

'Ik wil slapen,... ga weg, Lois.'

'Nee,' zegt Lois. 'Ik heb nog groot nieuws. Jij en ik gaan samen een muziekstuk instuderen voor het festival in de kerk.

En we moeten winnen, hoor je? Er zijn grote prijzen aan ver­bonden.'

 

Het worden inspannende weken. Elke dag oefenen ze samen een uur lang, Nadia op de piano en Lois op de dwarsfluit. De muzikaliteit hebben ze van God als talent meegekregen bij de geboorte. De pianoleraar van Nadia geeft hen goede aanwijzin­gen. En beetje bij beetje groeien de zusjes naar elkaar toe.

Als de grote dag van het muziekfestival aanbreekt hebben ze eigenlijk al gewonnen.

De grote lichten in de zaal floepen weer aan nadat de zussen als laatsten ge­speeld hebben. Ze krijgen een geweldig applaus.

Lois voelt de hand van Nadia in de hare als ze samen buigen.

Een golf van blijdschap slaat door haar heen. En dat is niet alleen van het succes. Haar ogen zoeken juf Helčne die op de voorste rij staat te lachen.

'Danku, Jezus,' denkt Lois, 'dankuwel voor mijn lieve juf, maar vooral voor mijn zus Nadia. Ik hou van haar.'

Als in een droom hoort ze de presentator zeggen:

'De jury is eendrachtig van mening dat deze twee prachtige zusjes de eerste prijs hebben verdiend!'

En daar is iedereen het mee eens.