Jimmy en het enge ding in de kelder

 

't Is een heerlijke dag. Eigenlijk de eerste zonnige lentedag van het jaar. Alle bomen in de straat hebben piepkleine groene blaadjes. Op het stoepje van zijn flat zit Jimmy, tien jaar, blonde stekeltjes en stralend blauwe ogen.

'Vergeet-me-niet-ogen!' zegt zijn moeder altijd.

Met zijn ene hand laat hij een klein tennisballetje op en neer stuiteren. Soms springt het wel erg ver weg en dan moet Jimmy opstaan om het te gaan halen. Jimmy wacht op zijn vriendje Daniël. Zoals elke donderdagmiddag na schooltijd, gaan ze dadelijk samen naar de bieb. Daniël en Jimmy doen heel veel dingen samen. Ze zijn de beste vrienden van de wereld.

 

‘Jimmy!’

Vanaf het grasveldje aan het eind van hun flat hoort Jimmy zijn broertje Elvis roepen. Zie je wel! Daar komt hij al aanrennen.

'Jimmy, wil jij even een kleed pakken uit de berging? We zijn vader en moedertje aan het spelen. Elsje heeft haar pop gehaald en nou moeten we een kleed hebben. Ja? Vlug, want iedereen zit op mij te wachten.'

'Kan niet!' zegt Jimmy koel. 'Zo meteen komt Daniël.'

'Nou. Hij is er toch nog niet. Toe. Ik zal wel opletten... Oké?'

Jimmy kijkt onverschillig en laat zijn balletje doorstuiteren.

Maar Elvis geeft het zo gemakkelijk niet op.

'Ach toe nou!'

'Hoepel op!' schreeuwt Jimmy, 'Laat me met rust...'

Daar schrikt Elvis wel van. Oeioei! Wat wordt Jimmy nou ineens vreemd boos. Zo erg is het toch niet om even... Jimmy ziet zijn broertje van schrik een paar stappen achteruit doen. 'Hier dan...' zegt hij iets toegeeflijker, 'de sleutel. Ga zelf het kleed maar pakken.'

'Maar... dat kan ik toch niet!' huilt Elvis machteloos.

 

Waarom heeft Jimmy de laatste tijd toch zo'n hekel aan die berging? Waarom verzint hij telkens weer smoesjes om er maar niet in te hoeven? Het is eigenlijk gekomen sinds mamma's nieuwe vriend bij hen in huis is komen wonen. Toen diens oude spullen in hun berging erbij werden gezet. Een kapotte stofzuiger, een oude grasmaaimachine en nog wat spullen. Sindsdien staat dat nare ding tegen de muur...

 

Ja, dat zat er wel in. Elvis komt onverrichterzake terug. Hij kan niet bij het licht en zonder licht kan hij het kleed niet vinden. Zou Jimmy nou toch zelf naar de berging moeten?

Gelukkig komt op dat moment Daniël aanrijden. Hij is wel bereid Elvis even te helpen. Jimmy doet net alsof hij erge haast heeft.

'Schiet op!' roept hij hard, 'Straks is de bieb nog dicht.'

'De bieb?' vraagt Daniël verbaasd. Hij zwijgt als hij het gezicht van zijn vriend ziet. Zo gemaakt onverschillig. Wat is er met Jimmy aan de hand?

 

'Laat eens zien, wat hebben jullie voor boeken uitgezocht?' zegt de moeder van Daniël als ze een uurtje later bij hem thuis aan de thee zitten.

'Mmm. Lijkt me mooi, vooral dat boek van jou, Jimmy, Huis op wielen... over een jongen die zijn ouders kwijtraakt en met een woonwagen de wereld intrekt.'

Jimmy voelt het bloed uit zijn gezicht trekken. Gaat dat boek daarover? Goeie, wat is hij toch stom... Waarom heeft hij nou niet even op de achterkant gekeken... Om zijn schrik te verbergen neemt hij maar gauw een grote slok thee. Uche - uche - uche! Hij verslikt zich pardoes. De tranen springen in z'n ogen.

 

Ja, Jimmy heeft het erg moeilijk. Niet omdat hij zo moet hoesten, maar omdat hij diep van binnen zo'n groot verdriet heeft, dat hij voor iedereen probeert te verbergen. Niemand weet dat. Op school en zo is hij de vrolijke Jimmy, maar in zijn hart knaagt het verdriet om pappa, die bij mamma is weggegaan... En dat enge ding in de kelder, dat schilderij van die huilende clown... Het raakt zo diep zijn hart. Het is net alsof hij zelf die huilende clown is. Jimmy wil niet huilen. Echt niet. Maar toch! Nu die nieuwe vriend van mamma gekomen is... Als Jimmy daaraan denkt slaat hij helemaal dicht.

Heeft Daniëls moeder soms in de gaten dat er iets niet goed zit? Ze kijkt zo nadenkend.

'Zeg, Jimmy,' zegt ze vriendelijk, 'Heb je zin om morgenmiddag met ons mee te gaan? Er is een leuke kindermiddag in de kerk. Met poppenkast enzo. Ja?'

Jimmy haalt zijn schouders op. 'Och, doe maar!' zegt hij.

 

En die kindermiddag wordt het piepkleine begin van een ander leven voor Jimmy. Het is er chaotisch gezellig. Wel honderd kinderen krioelen door elkaar. Er is zelfs een buikspreekpop met vuurrood haar.

Maar het fijnste zijn de liedjes en het verhaal, dat wordt uitgespeeld. Het gaat over een verloren zoon, die weer terugkomt bij zijn vader. Jimmy krijgt tranen in zijn ogen als de oude vader zijn kind weer in de armen sluit.

'Zoveel houdt God van ons,' zegt de juf die vertelt. 'Hij verlangt er echt naar om dicht bij jou te zijn en te blijven.'

Na afloop zegt de moeder van Daniël: 'Jimmy, je mag van ons wel vaker mee naar de kerk, hoor!' En daar is Jimmy blij om.

 

Het is een paar weken later. Jimmy staat voor het raam naar buiten te kijken. De roze blaadjes van de Japanse Kers dwarrelen als sneeuw naar beneden. Ze dwarrelen boven op het groot vuil, dat voor Jimmy's deur staat te wachten om opgehaald te worden door de vuilniswagen. Ja, mamma heeft de berging opgeruimd. Dingen die weggegooid konden worden heeft ze bij de stoeprand gezet. Tussen al die oude troep staat ook... het schilderij van de huilende clown, waar Jimmy zo bang voor was. Jimmy glimlacht. 't Is eigenlijk maar een goedkoop sentimenteel schilderij. Het kan hem niet meer aan het huilen brengen, want hij heeft al uitgehuild. Diep verborgen onder de dekens heeft hij al zijn verdriet aan Jezus verteld... En dat is genoeg.