Kareltje en het stukje worst

 

'Zo,' zei moeder op een dag, 'De grote kinderen zijn naar school, nu kan ik fijn boodschappen gaan doen met Kareltje. Ga je mee, vent?'

Maar Kareltje had echt geen zin. Hij zat zo lekker met zijn autootjes te spelen. Winkelen, bah! Dan moest je zo lang wachten en soms bleef mamma een hele poos praten met iemand die ze tegenkwam.

'Ik wil niet.' zei Kareltje dan ook verstoord.

Moeder dacht even na. Waar zou ze hem mee kunnen lokken?

'Vooruit, joh! We gaan ook langs de slager.'

Meteen sprong Kareltje op. Langs de slager? O, dan was het goed. Dan kreeg je namelijk altijd een stukje worst.

Moeder ging langs veel winkels en ja, het duurde overal weer erg lang. Kareltje zeurde maar steeds: 'Wanneer gaan we nou naar de slager?'

'Zo meteen.' zei moeder, 'Maar je weet dat je niet om worst mag vragen, hè? Gewoon beleefd wachten tot je wat krijgt.'

Eindelijk was het zover. Moeder bestelde speklapjes, gehakt en soepvlees. Kareltje klom maar vast uit het wagentje. Hij ging op het kleine randje staan van de vitrine. Moeder hield hem vast. Zo meteen, dan...

Maar de slager vergat hem helemaal. Kareltje probeerde de aandacht te trekken, maar de slager was bepaald in gedachten. Hij telde het wisselgeld in moeders hand, praatte nog wat met haar en daarna... niks.

Wat een vreselijk moment toen hij weer in zijn buggy werd gezet en moeder de winkel uitreed. Hij trok nog wat dwingerig aan moeders jas, om haar erop attent te maken, dat hij nog geen worst had gehad, maar ze reed met een stalen gezicht door. In een laatste poging om toch nog de aandacht van de slager te trekken riep Kareltje toen hard: 'Dag slager, dag lekker stukje worst!'

De slager begreep de wenk, schoot in de lach en riep: 'Ho, wacht eens. Kareltje, hoe kan ik jou nou toch vergeten. Dom van mij,  zeg!'

Stralend verliet Kareltje de winkel met het lekkere plakje worst. Hij had echt niks gevraagd. Mamma kon trots op hem zijn.