Raadseltje

 

Ik ken een tafelkleedje,

Zo fijn als poppenhaar.

En wie het kleedje maakte

Is een echte kunstenaar.

 

Dat kleedje vangt het eten

Voor wie het heeft gemaakt.

En als het kleedje stuk is,

Dan heeft het goed gesmaakt!

 

Opl. Een spinnenweb.

 

Ik ken een heel klein diertje,

dat tafelkleedjes weeft,

't Brengt uit een piepklein kliertje

Een draadje voort, dat kleeft.

 

Maar nu wil ik graag weten,

Wie het weet die zegt het maar ...

Wie maakte toch dat kleedje en

wie die kunstenaar?

 

Opl.: Een spin en God.