Vertel de waarheid, Antoine!

 

'...En toen we in de kleedkamer terugkwamen, weet je wie daar stond? Schrijver, de topster van Ajax. Nou, ik gelijk een handtekening vragen, natuurlijk!... Enne...'

'Heb jij een handtekening van Schrijver? Laat's kijken... Geef es hier!'

Een groepje jongens dromt om Antoine heen, een donkerblon­de jongen van elf, met een wipneus en een grijns van oor tot oor. Ze willen allemaal die beroemde handtekening zien.

Antoine toont hun een afgescheurd stukje papier met een kras­serige handtekening.

'Nou, ook niet erg duidelijk.' zegt Mark enigszins teleurge­steld. 'Die mag wel eens terug naar school.'

'Zeg dat wel,' bluft Antoine, 'Weet je dat hij eigenlijk hele­maal geen hoge opleiding heeft gehad? Met z'n vijftiende ging hij al profvoetballen en hij eh..., mijn moeder zegt, eh...'

Jammer voor Antoine, maar de bel gaat en iedereen rent de school in.

 

In de klas zit Antoine nog even na te genieten van het succes dat hij had met de handtekening. Ze trapten er allemaal in. Lachen, zeg! Hij voelt in z'n zak of het papiertje er nog zit en knipoogt samenzweerderig naar Mark, die hem bewonderend aangaapt. Weet hij veel. Niemand kan controleren of het echt de handtekening is van Schrijver.

Het eerste uur van de middag is saai, maar daarna gaan ze verder met het project. Dat is interessant. Juf toont hun video-opnames van zwerfkinderen in Zuid Amerika, die opgevan­gen worden door een stel aardige mensen. Ze praten er samen over en maken aantekeningen. Antoine laat z'n fantasie de vrije loop. Stel je voor dat hij daar op straat zou moeten slapen en geen moeder had, die voor hem zorgde of geen zus­je... In Nederland zijn ook wel zulke kinderen, alleen zitten ze in een kindertehuis. Op straat zwerven is er gelukkig niet bij. Als juf bij hem langsloopt kijkt Antoine haar liefjes aan en fluistert: 'Juf! Ik eh... Ik ben eigenlijk ook een gevonden kind...'

 

Waarom liegt die Antoine toch steeds? Vindt hij het zo leuk om anderen voor de gek te houden? Welnee. Antoine heeft gewoon een reuzengrote fantasie. Hij is gek op stripboeken en tv kijken. En, omdat zijn moeder vaak weg is, krijgt Antoine nou niet erg veel aandacht. Behalve van zijn zusje.

Maar op een dag komt daar verandering in. Het begint zo.

 

Er is ingebroken bij de familie Casteleyn, de overburen van Antoine. De hele buurt spreekt ervan. Men wil weten hoe het is gebeurd en wanneer. Als Antoine uit school komt staat z'n moeder met zijn zusje aan de hand, te praten met mevr. Caste­leyn.

'Die inbrekers zijn kennelijk over de schutting geklommen, om een uur of vijf in de middag. Ik was even boodschappen doen en toen ik terugkwam. O, vreselijk gewoon!'

De buurvrouw veegt een traan weg. Het heeft haar diep geraakt.

Antoine z'n fantasie slaat weer op hol. Hij denkt aan die schutting en hoe iemand daar overheen klimt. O, hij ziet het helemaal voor zich.

'Ik heb het gezien. Ja, dat moeten ze geweest zijn. Twee jongens. Eén met stekeltjeshaar en één met een leren jack aan met een rooie tijger achterop. Ze sprongen van de schutting af en verdwenen in de rich­ting van het park...!'

Opgewonden vertelt Antoine zijn verzonnen verhaal. De buur­vrouw gaat meteen de politie inlichten.

 

'Hé, Antoine,' vraagt Mijanou, zijn zusje die avond, 'Heb jij echt die inbrekers gezien?'

Ze kent haar broer maar al te goed. Die kan zoveel verhalen uit z'n duim zuigen. Als ze 's avonds niet kan slapen vraagt ze altijd of hij haar een verhaal wil vertellen.

'Nou, nee...' aarzelt Antoine. 'Maar het zou toch kun­nen.'

'Ach, vertel eens verder,' bedelt Mijanou, 'hadden ze een geheime schuilplaats in het bos?'

Antoine weet er wel iets van te maken en hij verzint een heel plot, tot zijn zusje zacht begint te snurken.

 

In de schuilhut in het park, verborgen tussen de strui­ken klinken opgewonden stemmen. Het is woensdagmiddag en een heel groepje jongens en meisjes is bij elkaar om te overleggen wat ze moeten doen.

‘'t Is echt gemeen!' schreeuwt Sjaak, die een leren jackie draagt, 'We hebben de politie aan huis gehad. Antoine, die smeerlap heeft gezegd, dat ik met Siem heb ingebroken bij zijn buren!'

Siem, met stekeltjeshaar, knikt instemmend.

'Ja, bij mij zijn ze ook thuis geweest. M'n pa was razend. Gelukkig had ik een goed eh... algebie of hoe heet zoiets. Op de tijd van de inbraak zat ik bij de tandarts.'

'Hoe komt 'ie erbij om zoiets te zeggen?' vraagt Angela, die diep in haar hart een oogje op Antoine heeft.

'Ach, dat joch zit altijd maar te fantaseren. Je kunt niks van hem geloven. Vorige week vrijdag nog. Weten jullie dat nog van die handtekening van Schrijver? Nou, dat was gewoon nep. Schrijver is helemaal niet op die voetbalclub geweest.'

'En Schrijver is beslist niet dom!' schreeuwt Siem kwaad. 'Ik zag op de tv een interview met hem. Weet je wat hij voor beroep had, voordat hij ging voetballen? Advo­caat, moet je nagaan!'

Iedereen schreeuwt nu door elkaar heen. De één weet dit leu­gentje van Antoine en de ander dat. Het eind van het liedje is, dat ze Antoine willen gaan pakken. Hij moet maar eens mores leren.

 

'O, die dommerd!' zegt moeder tegen Mijanou. 'Ik bedoel die Antoine. Heeft ie daar de verkeerde plastic tas meegenomen naar voetballen. Hier, kijk. Dit zijn zíjn spullen en de spullen voor de stomerij zijn verdwenen. Mijanou, ga hem eens gauw achterna. Ik denk dat hij nog niet erg ver is.'

Mijanou trekt gauw haar jackie aan en verdwijnt richting park.

Hard rennen kan ze wel. Oma zegt altijd: 'Die meid heeft elastiekjes onder haar voeten.'

Maar als ze bij het bruggetje komt...

 

Jaaaaa! Van alle kanten klinkt krijgsgeschreeuw en komen jon­gens tevoorschijn gesprongen. Antoine, die in gedachten verzon­ken over de Randweg loopt, schrikt op. Moeten ze hem hebben? Wat is dat? Vóór hem, achter hem, links en rechts duiken kinderen op, die schreeuwen en hem willen pakken.

Hij krijgt het benauwd en begint te rennen. Ondertussen ritst hij zijn jack een beetje open en stopt z'n spullen tussen z'n kleren. Dan kan hij harder lopen. O help. Ze zitten hem op z'n hielen. Onwillekeurig kiest hij voor de richting van de be­woonde wereld. Dikke Bernhard pro­beert hem de weg te versper­ren. Mooi mis. Verder, verder. Ze hebben hem bijna!! Duiken. O, wat nou? Vlak achter hem hoort hij Siem hijgen. 'Leuge­naar. We zullen je wel krij­gen, hoor! Verrader!'

Achterpaadjes door. Afleiden. Antoines hart bonst in z'n lijf. Z'n adem gaat als een oude stoommachine. Doodlopend straatje, dan maar over de muur bij het schoolplein. Even achter het schuurtje blijven zitten en als de weg vrij is, dan snel naar het bruggetje. Antoine weet dat er onder de brug een veilig plekje is. Dat moet hij zien te bereiken.

'Tsjieeee!'

Bijna wordt Antoine aangereden door een auto. Het scheelde maar een haar. Maar door het remgeluid hebben de achtervolgers hem jammer genoeg weer in de smiezen. Antoine wordt aan alle kanten omringd. Precies op het bruggetje. Hij is er vurig bij.

 

'Van je één, twee....!'

Vier vijf kinderen hebben Antoine gepakt en dreigen hem in de gracht te gooien. Maar dan klinkt het ineens.

'Hé, blijf van m'n broer af. Blijf af, hoor je!'

Een kleine kattenkop met een paardenstaart baant zich wild met haar vuisten slaande een weg tussen al die grotere kinderen.

Het is Mijanou.

'Laat het. Wil je een klap op je gezicht hebben?'

Moet je dat kleine ding nou zien. Ze denkt werkelijk nog dat ze tegen al die grote jongens op kan.

'Ach, baby,' zegt Mark verachtelijk, 'Ga met je poppen spe­len.'

'Mijanou!' schreeuwt Antoine wanhopig. 'Ga hulp halen, snel.'

Mijanou rent weg en botst zomaar tegen een dame aan. Het is de juf...

 

Die avond zitten ze met z'n vieren in de kamer. Moeder, Antoi­ne, Mark, Mijanou en de juf. Ja, ook de juf. Ze is komen praten. Ze heeft het hele verhaal gehoord. Van Antoine, die altijd zo fantaseert. Nu begrijpt ze ook het gekke verhaal over dat pleegkind-zijn.

'Antoine, weet je wat jij moet doen? Ga verhaaltjes s­chrijven. Van mij krijg je wel een schrift. En houdt dan fantaseren en liegen goed uit elkaar.'

Uit haar handtas haalt juf een Bijbel. Daar gaat ze zomaar uit voorlezen. Het gaat over de Tien Geboden. Juf zegt: 'Antoine, als je liegt, doe je zonde. Je krijgt er altijd problemen mee. Maar Jezus wil je helpen.'

'Ga de juf maar bedanken,' zegt moeder opgelucht.

Antoine doet het. Hij heeft hoofdpijn gekregen van al de spanning van die dag. Onwillekeurig glijdt zijn linkerhand in z'n zak en hij voelt dan het papiertje met de nephandtekening. Zuch­tend gooit hij het in de prullenbak.

'Ik ga naar bed, mam.' zegt hij. 'En Mijanou, nog bedankt dat je het voor me opnam, hoor!'

Die avond is er geen verhaal voor Mijanou. Antoine heeft genoeg om over na te denken. En niemand hoeft te weten waarom hij diep onder de dekens zijn handen vouwt.