Drie kleine vogels
Er was eens een
voorganger in een klein Engels stadje, die op eerste Paasdag naar de kerk kwam
met een oude ingedeukte vogelkooi, die hij op de kansel zette. Verbaasd keken
de toehoorders hem aan. Wat ging er nou weer gebeuren?
‘Broeders en zusters,'
begon hij, 'ik liep gisteren in de stad, toen er een jongen langs me heen liep
met deze vogelkooi, die hij nonchalant heen en weer slingerde. Ik zag dat er
drie vogeltjes in zaten, zielige kleine
beestjes, zo uit de natuur. Ze piepten en beefden van angst. 'Hé, jij daar!'
riep ik, 'Wat doe jij daar?’
‘Wat bedoel je?'' vroeg hij
onverschillig.
'Nou met die vogels
natuurlijk.'
'O, gewoon, die heb ik
gevangen. Het zijn suffe stomme beesten.’
‘Wat ga je ermee
doen?’
‘Gewoon een beetje dollen.
Een beetje feller maken... Met een stokje porren en veertjes uittrekken, weet
je wel? Dan worden ze vinnig. Leuk he?’
Arme vogels. Dat was je
reinste dierenmishandeling.
'Eh... wat doe je daarna?’
Hij lachte wreed.
‘O, dan voer ik ze aan de
katten. Gaaf, hoor!’
Nu wist ik het zeker. Die
beestjes moesten gered worden.
’Hoeveel wil je ervoor
hebben?’
‘Voor die gore
beessies? Ze kunnen niet zingen.
Hoewel....’
Hij keek begerig naar mijn
portemonnee.
‘Hoeveel?’
Vol walging nam de knul me
op, hij vond me behoorlijk gestoord.
Je kon z'n hersens horen
kraken.
‘Eh....Wat dacht je van
tien dollar?’
Ik pakte mijn portemonnee
en haalde er een tiendollar biljet uit.
Weg was tie met mijn geld.
Voorzichtig droeg ik de
kooi naar een bosje aan het eind van de straat en liet de vogels vrij.'
De voorganger nam een
slokje water, zweeg een paar tellen en besloot met: 'Zo, dus nou weten jullie
het.’
De gemeente was nog al
aangeslagen door dit verhaal, maar waarom moest het in de kerk verteld worden? En nog al liefst met Pasen?
De voorganger zag ze
denken.
‘Broeders en zusters,’ ging
hij verder, dit is nu hetzelfde wat Jezus voor ons deed.
Luister: op een dag was er
een confrontatie tussen Jezus en satan, die uit de Tuin van Eden kwam met een
kooi afgeladen met mensen.
De duivel was in een goeie
bui. Hij pochte en bralde: ‘Haha! Wat een mop! Die heb ik te pakken. 'Ze zijn
nu van mij, die stommelingen. 'k Heb ze allemaal, jong en oud, de hele wereld!’
‘Halt! Wat ga je met ze
doen?’ vroeg Jezus afgebeten.
‘He?? Wat bedoel je??? Met
die mensjes? Och, een beetje spelen. Ik leer ze mijn Tien Geboden. (Gnif,
gnif!) Hoe ze overspel moeten plegen, en haten, hoe ze bommen kunnen maken en
zelfmoord plegen. Ik ga er echt van genieten.’
‘En wat ga je doe als je
dat allemaal zat bent?’ vroeg Jezus strak. ‘O, dan... tja, dan laat ik ze
elkaar opvreten. Ze komen nooit meer van me af. Ze kunnen branden in de hel.’antwoordde de Satan brutaal.
Jezus' ogen fonkelden van
woede. ‘Hoeveel??’ beet hij de Satan toe. 'Wat moet je voor ze hebben?'
De vuile tegenstander likte
eens aan zijn lippen en begon overdreven te hoesten.
‘Och, ...' hij draaide zijn
kop opzij, want de blik uit Jezus' ogen verteerde hem bijna.
Wankelend deed hij een paar
passen naar achteren en viel toen op de grond. Maar met zijn laatste adem,
gierend, alsof zijn strot werd dichtgeknepen, gilde hij: 'Wat moet jij met die
lui, jij heilige Zoon van de Allerhoogste? Jij past niet bij ze. En ze moeten
jou niet eens. Ze haten je. Ze zullen op je spugen, je vervloeken en doden. Die
mensen zijn voor eeuwig verloren.’ Met zijn ene poot trapte hij de kooi om. Het gehuil van de mensen en de kinderen
was ten hemel schreiend.
Jezus ging richting kooi en
zei: ‘Hoeveel?!’
''Red ons, Almachtige!
Here, wij vergaan. Redt ons uit de strik van de vogelvanger!!...' klonk het uit
miljoenen kelen.
''Dit is mijn kans,' dacht
de duivel, 'zijn liefde is zijn zwakke
punt.'
‘Al je tranen en al je
bloed.’ krijste hij. 'En je relatie met de Vader...'
Miljoenen engelen zoefden
naderbij. Dit was het cruciale punt in de tijd. Ze waren getuige van Jezus'
majestueuze daad. Hij betaalde de prijs en opende de deur van de kooi.