Het meisje dat zo plaagde
Sommige kinderen worden altijd maar weer geplaagd.
Niemand weet eigenlijk precies waardoor dat komt. Een van die kinderen was mijn
zusje Erna. Wat was ze niet vaak huilend thuisgekomen. Een meisje van een
andere school, dat haar steeds opwachtte, had haar weer eens geslagen. Maar op
een dag kwam daar onverwachts een einde aan.
Het was in de winter van 1945, in de oorlogsjaren dus.
Wat werd er een armoede en kou geleden. Erna, een meisje van nog maar zes, was
weer eens in elkaar geslagen. Wij als zusjes vonden dat moeder er nou maar eens
wat aan moest doen.
'Kijk, mamma,' riep ik, 'Daar gaat ze.'
Er kwam een soort waas voor m'n ogen. Zo haatte ik dat
kind. Aan de overkant van de straat liep de groep kinderen voorbij van de
openbare school, waar dat meisje bij hoorde. Ze waren op weg naar het
gymlokaal.
Mijn moeder kwam voor het raam kijken. Zij zag echter
met heel andere ogen dan wij.
'Is dat het meisje, met die blote voeten?' vroeg ze
ontzet.
Ja, dat was ze. Ons was dat niet eens opgevallen.
Vlug liep mijn moeder naar de deur en riep: 'Juffrouw,
juffrouw! Wilt u even wachten?'
Terwijl de hele klas nieuwsgierig stond te wachten op de
dingen die komen gingen, haalde mijn moeder onder uit de gangkast een paar oude
schoenen van mij en bracht die naar buiten.
'Ik mag haar toch wel deze schoenen geven, hè?' vroeg ze
aan de verbaasde juffrouw.
Ja, het mocht.
Wat keek dat meisje vreemd
op, toen ze ons ontdekte en begreep dat het Erna's moeder was die haar de
schoenen gaf. Wat verward trok ze ze aan. Ze pasten precies. Misschien wel iets
te groot, maar daar lette je toen niet op. Nooit zal ik het verlegen lachje
vergeten waarmee ze ons bedankte.
Ik hoef je natuurlijk niet te vertellen dat Erna, door
haar althans, nooit meer werd geplaagd.
En ikzelf ontdekte ook iets. Dat meisje was geen vijand,
maar een gewoon kind, dat ook zwak was, omdat ze ons nodig had.