Meer, Mees, Meester
Meer en Mees, twee dikke vrienden zitten in de klas bij
een leuke meester, die mooi vertellen kan. De kinderen genieten elke dag weer
van het eerste halfuurtje van de dag, de Bijbelles. Op een dag begint de
meester de vertelling op een vreemde manier. Moet je horen.
Meer en Mees stormen de klas binnen.
'Hé, meester! Wat gaan we vandaag doen?'
Meester wrijft eens over zijn snor en zegt: 'Dat zullen
jullie wel zien, hè?'
Och wat! 't Wordt vast fijn. Gauw in de bank gaan
zitten. Stil Stt! De les gaat beginnen. Maar wat gebeurt er? Meester kijkt op
het rooster. Je weet wel dat plan waarop staat wat voor les er aan de beurt is
en bromt: 'O, zeg! Wat zie ik? Het vak liegen staat er niet op!'
De kinderen schrikken. Wat is dat nou? Meester neemt een
potlood en besluit dat tekenen dan maar moet vervallen. Ze snappen er niks meer
van. Geen tekenles? Mees houdt het niet langer uit.
'Meester. Dat is toch zonde. Ik weet zeker dat je op
school geen les in liegen krijgt.'
Meesters snor wipt verbaasd omhoog. 'Wat zeg je me nou?'
'Nee!' roept de klas. 'We kunnen al liegen!'
'Alsjemenou! Hebben jullie dat diploma op de
kleuterschool behaald?'
'Nee!' De klas is door het dolle heen. Dus slaat meester
met de aanwijsstok op de bank. 'Goed dan. We slaan liegen over en gaan gelijk
door naar stelen.'
'Dat hoeven we ook niet meer te leren.' zegt een meisje
achteraan. 't Is Anneke. Ze krijgt gelijk een rood hoofd.
'Echt? Dus slechte dingen hoef je niet te leren. Dan is
het toch waar wat er in de Bijbel staat... 'Uit het hart van een mens komen
slechte dingen voort...' Het is gelijk stil geworden in de klas. Ze begrijpen
drommels goed wat de meester bedoelt.
'Kinderen, kunnen we dat nou niet veranderen?' gaat hij
verder. 'Laten we gewoon ons best doen om die zondige dingen niet meer te doen.
We gaan het elkaar plechtig beloven. Wat vinden jullie daarvan?'
'Dat kan ik nooit volhouden.' zucht Mary eerlijk.
'Als je nooit meer ondeugend mag doen, vind ik het maar
saai!' zegt Mees. 'Precies, Mees! Ons hart WIL gewoon slecht doen. Maar God wil
ons veranderen. Hij belooft: 'Ik zal je een nieuw hart geven' Daar mag je onze
Hemelse Vader zo maar om vragen.'
En dan vertelt de meester van de tollenaar Zacheüs, die
een ander mens werd toen hij Jezus ontmoette. Meer en Mees kunnen zich helemaal
inleven in die tijd van vroeger. Het lijkt wel of ze er zelf bij zijn als
Zacheüs zijn geld uitdeelt aan de armen. Wat jammer dat het verhaal al weer zo
gauw afgelopen is. Maar ja, de rekensommen wachten. Meer heeft moeite haar gedachten
bij het werk te houden. Ze denkt nog over het verhaal na. Straks, al ze
thuiskomt zal ze gelijk naar haar kamertje gaan. Jij raadt zeker wel wat ze
gaat doen, hè? En Mees? Hij rekent lekker door en denkt alleen: 'We boffen maar
met zo'n meester!'