Het dwaze mannetje Kenneth Sellefwel

 

Dit verhaal gaat over een jongeman, die Ken heette of voluit Kenneth Sellefwel. Hoe hij aan die vreemde naam kwam zal ik je vertellen. Bij zijn geboorte wilde z'n moeder hem Ken noemen, maar zijn vader vond die naam veel te kort. Hij voelde meer voor Hippokratus-Jan. Tenslotte werden ze het eens over de naam Kenneth, een beetje langer dan Ken en je kon er niet zo gemakkelijk op rijmen.

 

Kenneth was heel eigenwijs. Dat bleek al jong. Op de dag dat hij voor het eerst pap kreeg pakte het ondeugende ventje het bordje, draaide het om over z'n koppie en schreeuwde de gedenkwaardige woorden: 'Kenneth Sellefwel.'

Vandaar zijn bijnaam. Kenneth bleek een jongen die van niemand iets wou aannemen. Daardoor leerde hij ook nooit netjes schrijven en goed lezen. Bij het ouder worden werd dat wel een probleem, maar hij sloeg zich er dapper doorheen. Na zijn schooljaren vond hij tot ieders verbazing zelfs werk in een zelfbedieningszaak. Op een avond zat Ken met veel moeite de krant te lezen, toen hij daarin een grote advertentie van een computerzaak zag.

'Hé, een computer! Dat is niet gek,' dacht Ken. 'Zo'n ding kan mij goed van pas komen.'

Hij spelde: 'Deze hypermoderne computer heeft onbeperkte mogelijkheden. Hij kan niet alleen uw favoriete tv-programma opnemen, maar ook muziek maken, gordijnen openen en sluiten, broodbakken, stofzuigen...'

'Jippie!' juichte Kenneth, 'die ga ik kopen. Met zo'n ding in huis kan ik lekker in m'n stoel uitrusten.'

Op z'n vrije dag haalde hij dus al z'n geld van de bank en spoedde zich naar de computerzaak. Ze hadden juist een heel speciale aanbieding, een computer, die nou werkelijk het hele huishouden kon regelen. Voor de prijs hoefde Ken het niet te laten. O, wat was hij zenuwachtig op de dag dat de computer thuisgebracht werd. Gauw tekende hij voor ontvangst. De man van de firma vroeg nog of hij hem moest aansluiten, maar Kenneth antwoordde als gewoonlijk: 'Nee, dank u, Ik kennet sellef wel.'

Het allereerste wat Ken vond bij het openen van de grote doos was de handleiding.

'Belachelijk, kolder!' riep hij beledigd. 'Een handleiding... ze denken zeker dat ik niet weet hoe ik met m'n eigen computer om moet gaan.'

Met een fraaie boog wierp hij het boekje uit het openstaande raam. Het aansluiten leek heel eenvoudig. Gewoon de stekker in het stopcontact steken. Hij overlegde bij zichzelf: 'Waar zit de aansluiting? O hier. Of is het hier? Hé, aan de onderkant zit er ook een. Nou ja, gewoon even uitproberen.'

De hele dag en ook de volgende was Kenneth in de weer met draden en snoertjes, transformatortjes en nieuwe leidinkjes. Maar eindelijk kwam het grote moment. DE STEKKER GING IN HET STOPCONTACT EN.... de computer deed... ALLES FOUT! De gordijnen vlogen open en dicht. Het telefonisch antwoordapparaat riep steeds maar: 'U spreekt met Kenneth Sellefwel, Kenneth Sellefwel...Ke...' De lichten gingen aan en uit. Op het fornuis stonden drie pannen droog te koken. De stank verspreidde zich door het huis. De tv sprong met een knal uit elkaar. Het bad liep over. De poes sprong met al haar haren rechtovereind boven op de ouderwetse kast en blies tegen de grasmaaimachine, die de haren van het vloerkleed afschoor. Kortom, als er één hulp nodig had, dan was het wel het mannetje Kenneth Sellefwel. Vertwijfeld keek hij naar zijn befaamde wandtekst: ‘Oost west, thuis is het ook niet alles.’

Tringgggg! Daar gaat de bel. Met een rood hoofd en verwarde haren opent Ken de deur. Daar staat een vriendelijke man.

'Wat komt u doen?' gromt Ken. 'Bent u in het bezit van een computer?' vraagt de man.

'Jazeker!' schreeuwt Ken woedend. 'Het is een snertding. De zenuwen gieren door mijn lijf.'

'Dan heb ik de oplossing,' zegt de man. Hij houdt een boekje omhoog. De weggegooide handleiding. Ken wordt woedend.

'Ik WIL geen handleiding! Ik heb al een waterleiding en dat is genoeg. U denkt zeker, dat u alles weet?'

'Inderdaad,' glimlacht de man fijntjes, 'ik kan u van al uw problemen afhelpen. Ik ben namelijk van de Firma.'

'Niks met de firma te maken. Bemoei je met je eigen bemoeisels...' Ken is nu echt door het dolle heen. Met een knal slaat hij de deur dicht. Zie je hem daar zitten aan tafel? Een vol uur lang denkt hij na over z'n probleem. Dan slikt hij tien pilletjes tegen de zenuwen, gaat een kwartier op z'n hoofd staan en roept eindelijk vertwijfeld uit: 'WAT OERSTOM VAN MIJ! IK HEB DE MAN VAN DE FIRMA WEGGESTUURD. DIE HAD ME KUNNEN HELPEN.'

Kenneth Sellefwel rent naar buiten, maar te laat. De straat is leeg en verlaten. De man, die de handleiding niet wilde lezen en de firma wegstuurde, blijft voor altijd met z'n puinhoop zitten.

 

Sommige mensen zijn net zo dom als Kenneth Sellefwel. Gods handleiding, de Bijbel, willen ze niet. En als de Heer Jezus aan hun deur klopt om van hun leven iets moois te maken, luisteren ze niet naar Hem en sturen Hem weg.