Je moet kiezen, Joanne!
Als je verhuisd bent en op een andere school komt te
zitten, moet je maar afwachten of je leuke vrienden krijgt. Sportieve Joanne
van elf uit Zierikzee had behoorlijk mazzel. Ze werd namelijk op haar nieuwe
school door twee mensen gevraagd om in hun groep te komen. Dat ging zo.
Pft! Joanne, die net haar vragenblad af heeft, gooit met
een gewoontegebaar haar blonde lange haar naar achteren. Ze is benieuwd wat
voor punten ze voor dit werk zal krijgen. Op haar oude school waren ze al wat
verder, dus was het eigenlijk wel een makkie. Nog even alles doornemen voor de
zekerheid... Zo onopvallend mogelijk kijkt ze de klas rond, om te zien of er
al meer lui klaar zijn.
'Pst! Joanne!'
Heel zachtjes hoort ze haar naam noemen. Het is Steven,
die een paar banken schuin achter haar zit. Het is een knappe jongen met donker
haar en romantisch bruine ogen. Steven gebaart dat ze een briefje op moest
rapen, dat naast haar bank is gevallen. Joanne controleert even of de lerares
niet kijkt en hengelt het briefje snel naar boven. Wat zou erin staan?
'Kom vanmiddag twee uur naar de speeltuin in het park.
We hebben een siekrut club en jij kan ingeweid worden.'
Joanne voelt het bloed naar haar hoofd stijgen. Sjonge,
wat een eer. De leukste jongen uit haar groep wil haar in zijn club hebben...
Dat is wel wat anders dan op haar oude school. Daar stond ze doorgaans alleen,
omdat ze christelijk was. Met een rood hoofd draait Joanne zich om en knikt ja
naar Steven. Ze heeft zich al lang voorgenomen om niet te laten merken dat ze
thuis christelijk zijn. Die fout zal ze niet meer maken.
''k Had m'n rip beter moeten leren,' denkt Mirjam van
Straten, die helemaal achter in de klas zit. Ze kluift haar balpen nog korter
dan hij al is. Maar ja, Petertje, haar broertje, was gisteravond steeds weer
uit z'n bed komen lopen. Hij kon niet slapen. En om nou een repetitie te leren
met een huilend broertje op schoot, dat gaat niet zo best. Bijna als vanzelf
haalt Mirjam haar schouders op. Nou, ze moet er maar aan wennen, want moeder
moet in die nieuwe baan veel avond- of nachtdiensten draaien.
Hoe heet nou ook al weer die hoofdstad van
Argentinië?...
'Heer Jezus, wilt u mij helpen?' bidt ze zachtjes.
Bij het verlaten van de school botst Mirjam bijna tegen
het nieuwe meisje op, Joanne.
'Ho, sorry, hoor! Ik liep een beetje te snel!' zegt ze vriendelijk en
dan: 'Mag ik een stukje met je oplopen? Ik woon namelijk twee straten bij je
vandaan.'
'Leuk, ' zegt Joanne, blij met elke aandacht, 'Zeg, hoe
heb jij je rip gemaakt?'
'Slecht!' antwoordt Mirjam, 'Ik had hem beter moeten
leren, maar ja.' Ineens schiet haar weer te binnen dat ze Joanne had willen
vragen voor haar Ontdekhoek. Met een paar andere kinderen heeft ze namelijk
een hartstikke leuke bijbelclub opgericht. Ze komen op zolder bij elkaar en
verzamelen allerlei interessante dingen, zoals foto's van vroeger en skeletjes
van muizen, een stukje mollenbont en oude Romeinse munt. De Bijbel hoort daar
natuurlijk ook bij, want die is ook heel oud en in een speciaal schrift
schrijven ze op, wat voor belangrijks ze daarin hebben gevonden
'Zeg, Joanne, wil je vanmiddag in onze Ontdekhoek komen
kijken? Het is bij ons op zolder. André, Ninja, Slomon en Shanta komen ook.
Het is een soort bijbelclub, echt gaaf.' Verbaasd kijkt Joanne haar aan. Niet
te geloven zeg, een uitnodiging voor twee clubs op één dag?
' Ik, eh...' ze aarzelt. Zou ze het zeggen van die
Secret Club? Beter van niet. Het is toch perslot secret, geheim...
'Ik heb al een andere afspraak. Volgende keer misschien.'
Het klinkt niet al te enthousiast. Een bijbelclub is wel
het minste waar ze zin in heeft, maar Mirjam merkt gelukkig niks.
Jaaa! Een groot gejuich stijgt op als Joanne precies om
twee uur in het houten speelhuis in het park binnenstapt. Jièh!!
'Het is je gelukt, Steven. We hadden ook niet anders verwacht.'
Steven grijnst maar eens en wijst naar een plaatsje waar
Joanne kan gaan zitten, samengedrukt tussen Christel en Orlando. Christel, die
nogal flink opgemaakt is, kijkt haar hooghartig aan en Orlando slaat
vrijpostig zijn arm om Joanne heen, wat ze geïrriteerd afwijst. Om zich heen
kijkend ziet ze nog twee lui van haar klas en één onbekende nogal kleine jongen
met een grote pet, achterstevoren op z'n zwarte krullen, die Jim blijkt te
heten. Hij zit flink te paffen aan een sigaretje, maar zo nonchalant, dat
Joanne meteen doorheeft, dat hij alleen maar rookt om stoer over te komen. Die
middag wordt Joanne ingewijd in de geheimen van de Secret Club. Het is een
slechte groep, die dingen kapot maakt, steelt en fikkies stookt.
'Als je bij ons wilt horen, moet je volgende week
woensdagmiddag iets meebrengen dat je hebt gestolen.' zegt Steven doodleuk.
'Als je ons verraadt zul je het flink bezuren. Je wordt ingewijd door een eed
af te leggen op onze clubwet en je moet elke week een rijksdaalder meebrengen
voor de gezamenlijke pot.'
Joanne rilt. Hoe kan ze elke week aan zo'n bedrag komen?
Ze krijgt maar fl. 1,50 zakgeld per week. Zal ze de rest elke week weer
moeten... stelen???
Diep in haar hart is een stemmetje dat zegt:' Joanne, je
bent helemaal verkeerd bezig.' Maar Joanne vindt al dat geheimzinnige toch
eigenlijk best spannend. Ze wil af van het imago van het zoete lieve
christenmeisje te zijn. Zo'n brave trut zal zij niet worden. O nee!
Twee clubs, twee groepen. De slechten worden met de dag
brutaler en de mensen van de Ontdekhoek leren steeds meer leuke dingen. Joanne
draait mee met de Secretters en gaat steeds meer wennen aan dingen te doen die
niet goed zijn. Totdat de tijd aanbreekt dat de groepen steeds vaker tegenover
elkaar komen te staan. Het is winter en bij gebrek aan uitdaging hebben de lui
van de Secret Club besloten de mietjes, zoals ze de groep van de Ontdekhoek
noemen te gaan pesten. Die lui zijn toch slap. Ze mogen niks terug doen van hun
geloof.
Regelmatig worden de Ontdekkers getreiterd en in elkaar
geslagen. Er komen ouders op school klagen, maar veel helpt het niet. Joanne
en Mirjam staan verder van elkaar af dan ooit.
Het heeft al een paar dagen flink gevroren. Er ligt ijs
op de gracht, maar het is nog lang niet betrouwbaar, vooral onder overhangende
bomen en onder bruggen is het dun. De Ontdekkers hebben besloten die middag te
onderzoeken hoe de eenden zich in stand kunnen houden met deze vorst. Ze hebben
zakken vol oud brood bij zich en een schrift om alles in te noteren.
Als Mirjam en Slomon langs de gracht lopen, zien ze aan
de overkant de Secretters bezig. Ze zijn met z'n allen een grote wilg aan het
slopen, klimmen erin, slingeren als apen aan de takken heen en weer. Ze
besluiten gewoon door te lopen en er niet al te veel aandacht aan te besteden
om moeilijkheden te voorkomen. Maar plotseling horen ze een gekraak en een gil.
Als ze zich omkeren zien ze Jimmy aan een halfafgebroken tak boven de gracht
hangen, z'n gezicht verwrongen van angst.
'Help! Help!'
Niemand kan hem helpen. Als je vanaf de kant de tak
aanraakt, zal hij nog eerder afbreken. Jimmy is in doodsgevaar. Hij hangt boven
onbetrouwbaar ijs. Eén ogenblik lang staat Mirjam als aan de grond genageld.
Een schietgebedje vliegt naar de hemel.
'Kom op, Slomon. We moeten Jimmy helpen. Ik weet wat.'
Slomon aarzelt even. Laten die Secretters hun eigen
vriend maar redden. Moet hij...
Mirjam weet, dat als je languit gaat liggen op het ijs,
je plaatselijk minder zwaar bent. Houd m'n benen vast, Slomon, zegt ze en
glijdt op haar buik op het ijs. Beetje bij beetje schuift ze naar voren. Het
ijs draagt haar goed, maar ze komt niet ver genoeg. Achter haar hoort ze André
en de anderen komen.
'Pak mijn benen,' roept Slomon naar André en ook hij
glijdt op zijn buik over het ijs, stijf de benen van Mirjam vasthoudend. André
gaat weer Slomons benen vasthouden. Ninja en Shanta volgen. Zo schuift de slang
kinderen steeds dichter naar Jimmy toe. Steeds dichter ook naar het dunne ijs.
Al die tijd heeft Joanne met grote angstige ogen toegekeken. Als Jimmy valt...
O, ze moet er niet aan denken. Onwillekeurig gaat ze
toch weer bidden, net als vroeger. Ze voelt gewoon dat ze mee moet helpen. Maar
hoe?
Plotseling herinnert ze zich dat er in de bosjes nog een
grote, maar niet al te dikke plank moet liggen. Ze hebben die wel eens gebruikt
als dak voor een hut. Joanne gaat hem gauw halen en schuift die plank dan over
het ijs naar Mirjam toe. De plank haalt de afstand niet en Joanne duikt net als
de anderen op haar buik over het ijs om hem verder te schuiven. Het lukt.
Het lukt echt. Steeds vuriger begint ze te bidden.
Mirjam grijpt de plank en duwt hem over het dunne gedeelte onder Jimmy.
'Laat je voorzichtig zakken, Jimmmy! De plank zal je
dragen.' roept Mirjam, die spierwit ziet van spanning en kou.
'Krakkk!' zegt de tak, Hij scheurt nog een stukje verder
af. Jimmy weet zich geen raad. Voorzichtig tasten zijn voeten naar de plank.
Er zijn nu veel toeschouwers aan de kant komen staan. In
de verte hoor je het tettoettettoet van de ambulance, die door Steven is
gebeld. Iedereen houdt zijn adem in. Zal het lukken? Als Jimmy in het koude
water terechtkomt...
Wankelend staat Jimmy op de plank. Hij hurkt... Het gaat
goed! Nu voorzichtig gaan liggen... Krak! zegt het ijs. Er komen lange scheuren
in. Mirjam aarzelt, reageert dan snel.
'Zachtjes aan mijn voeten trekken, Slomon!' roept ze.
Centimeter na centimeter trekken ze elkaar terug over
het ijs. Na een meter weten ze het al. Jimmy is gered. Er gaat een groot applaus op als alle kinderen weer
veilig aan de kant staan. Gelukkig is de ambulance voor niets gekomen. De
politie die ook aan komt rijden is ook niet meer nodig.
'Hartstikke bedankt!' zegt Jimmy tegen Mirjam. Hij geeft
haar zo maar een omhelzing, waar iedereen bij is.
Dan omhelst iedereen iedereen. De laatste die erbij komt
is Joanne. Ze moest immers via het bruggetje omlopen. Maar als ze Mirjam
omhelst, zegt ze in haar oor: 'Sorry, Mirjam, ik dacht dat je een trut was,
maar eh... hebben jullie nog steeds die club op woensdagmiddag?'
Mirjam lacht.
'Tuurlijk, ' zegt ze. 'Ik dacht al. Joanne is toch ook
een christen!'
Van die dag af heeft Joanne haar keuze gemaakt. Ze kan
gewoon niet zonder de Heer. En wat is er eigenlijk nou zo leuk aan om rottige
dingen te doen. Ze zal eens gauw met Jimmy gaan praten, die heeft heel hard
een Grote Vriend nodig.