Allemaal Koningskinderen
Lang geleden was er eens een koning die de baas was over
een groot land. Hij nam zijn taak echt serieus, maar kon niet voorkomen dat er
plaatsen waren in zijn rijk waar de zaken niet liepen zoals hij wenste. Op een
dag hoorde hij van de toestand in één van zijn bergstadjes. Er waren daar
achterbuurten waar je niet veilig over straat kon lopen. Er werd veel vernield
en gestolen. De kinderen waren brutaal en zwierven de hele dag hongerig over
straat.
'Daar ga ik eens wat aan doen,' dacht de koning.
Hij besloot er maar eens zelf een kijkje te gaan nemen,
incognito, zodat niemand wist dat hij het was.
Als een muzikant verkleed bezocht hij allerlei plaatsen
waar mensen samen komen. Hij praatte met allerlei slag mensen, leraars,
bakkers, kinderen, politie en dominees.
Nou, je begrijpt, daar leerde de koning veel van. Toen
hij genoeg had gezien verkleedde hij zich weer als koning en riep de
burgemeester bij zich.
'Laat overal omroepen dat ik morgen om twaalf uur het
volk wil toespreken!' zei hij.
Zo gebeurde ook. Zowat de hele stad kwam kijken naar
zijne majesteit, vooral ook omdat iedereen een uurtje vrij had gekregen.
'Beste mensen,' begon de koning zijn toespraak. 'Er is
iets dat ik jullie wil vertellen. Eén van uw kinderen heb ik laten verwisselen
voor een kind van mezelf, toen het nog een baby-tje was. Ik zeg niet welk kind.
Ik verwacht dat jullie het heel goed opvoeden. Eenmaal zal het koning of
koningin worden...'
Druk pratend liepen de mensen weer naar huis. Sjonge zeg,
een koningskind bij hen in de buurt? Misschien hun eigen kind wel? Vanaf die
tijd ging het heel anders worden in de stad. Er kwamen goede scholen en
ziekenhuizen, de kinderen kregen schone en hele kleren aan en elke dag genoeg
te eten. En wat gebeurde er? De stad veranderde compleet. Diefjes waren er
bijna niet meer. De mensen kregen zowaar goede manieren.
De tuintjes stonden vol bloemen, zelfs huisdieren hadden
het goed. Na een aantal jaar zocht de oude koning de stad weer op. De mensen
waren benieuwd of hij nu zou gaan zeggen welk kind het zijne was. Wie weet
kregen de ouders die het koningskind hadden opgevoed wel een hoge beloning.
'Majesteit, wie is het?' riepen ze toen de koning op het
balkon verscheen.
De oude koning wuifde en riep: 'Jullie hebben het
allemaal uitstekend gedaan. De hele stad is uit de ellende gekomen. En willen
jullie nu weten wie het koningskind was?'
Hij wachtte even om de spanning op te voeren.
'Ze waren het allemaal.
Allemaal koningskinderen!' riep hij lachend. 'Elk van hen kan een belangrijke
taak vervullen en daar hebben jullie zelf voor gezorgd.'
Nooit zijn de mensen van die stad de les van de koning
vergeten. Kinderen vormen de toekomst van een volk.