Kijk eens in de spiegel

 

Een aap, een hond en een poes stonden eens voor een lachspiegel. De aap had in de spiegel een heel grote snuit en een klein lijf. De hond had een zeer hoog voorhoofd, alsof hij een professor was met piepkleine pootjes. De poes had een vreeeeeselijk grote bek. Het drietal maakte een tijdlang plezier tot het tijd was om naar huis te gaan. Onderweg moesten ze een groot bouwterrein oversteken. Zo ongeveer halverwege gekomen, begon het erg te onweren. Ze zochten een plekje om te schuilen. Gelukkig lagen er wat grote rioolbuizen. De aap stond op het punt om erin te kruipen, toen hij zich ineens herinnerde hoe hij er in de spiegel uitzag.

'Och,' zei hij, 'Wat jammer nou! Mijn snuit is veel te groot voor deze buis.'

'Ach,' zuchtte de hond, 'mijn hoofd is te hoog.'

De poes miauwde klagelijk: 'Wat erg, mijn bek is veel te breed.'

Rillend van ellende en kou zaten ze een tijdlang naast de buizen.

'Hé,' riep de poes ineens, 'zei jij dat je kop te hoog was, hond?'

De hond knikte treurig.

'Maar .... dat is helemaal niet waar!'

De dieren ontdekten, dat de spiegel niet deugde. Ze gingen gauw naar binnen en zaten veilig en droog tot het onweer voorbij was.

Gods woord is ook een spiegel, maar dan wel een goeie. Door er in te lezen komen we erachter wie we zijn. Door te doen wat erin staat zullen we veilig kunnen schuilen tegen de stormen van het leven.