Bomen zonder wortels
Er was eens een bosplanter, die samen met zijn zoon een
prachtige boomgaard aanlegde. Er stonden kersenbomen in en appelbomen,
dennenbomen en eiken. Onder de eiken speelden dieren. De bloemen geurden en de
vogeltjes zongen hun blijde liedjes.
Maar op een dag kwam er een duistere figuur. Hij maakte
de bomen wijs dat hij een hypermoderne manier van watervoorziening voor ze had,
waardoor ze water van boven kregen in plaats van beneden. Eerst meenden de
bomen dat ze geen waterleiding nodig hadden. Ze kregen genoeg water uit de
beek, maar toen de man hen uitlegde dat ze vrijer zouden worden en overal heen
zouden kunnen gaan, stemden ze in.
De ijdele kersenboom was de eerste die ermee akkoord
ging. Zij wilde altijd al danseres worden.
'Hoe komen we aan dat water van boven?' vroeg ze.
Daar wist de man wel wat op. Hij had tuinslangen bij
zich en zagen.
Zijn brutale kinderen hielpen een handje. Een voor een
werden de bomen doorgezaagd. Er werd een tuinslang in hun takken geklemd, die
aangesloten was op de waterleiding.
Ze vielen niet, omdat ze elkaar nog een beetje in
evenwicht hielden.
De man lachte in z'n vuile vuist toen het werk klaar
was. 'Haha!' dacht hij, 'Morgen maak ik een groot vuur om ze te verbranden.'
En hoe voelden de bomen zich?
Aanvankelijk verrukt, min of meer high in de bol, maar
gaandeweg zieker en dodelijk vermoeid. Ze begonnen te zuchten en te klagen.
Sommige deden een soort magische oefeningen om overeind te blijven, andere
kregen stressverschijnselen en weer andere beraadslaagden met elkaar en hielden
studiebijeenkomsten om het probleem op te lossen. De stekelige den riep steeds
maar dat ze moesten samenwerken, wat erg idioot klonk uit haar mond. Alleen de
wijnstok snikte. Haar hout was volkomen waardeloos nu zij geen vruchten meer
kon voortbrengen. Haar enige hoop was op de Bosplanter gericht. Wanneer zou Hij
komen?
Ze had niet tevergeefs
gewacht. Toen de Bosplanter ontdekte wat er was gebeurd, werd Hij woedend.
Samen met zijn Zoon bekeken ze de ravage. Er was maar een zuchtje wind nodig om
alle bomen te doen vallen. Hier moest een groot reddingsplan opgezet worden. De
Zoon offerde zichzelf op. Op het moment dat de kerel de bomen naar het vuur
begon te slepen sprong Hij hem op de nek. Het werd een hevig gevecht, waarbij
rake klappen werden uitgedeeld en veel bloed vloeide. Maar tenslotte werd de
bedrieger uitgeschakeld en de bomen uit het vuur gerukt.
En bleef de Bosplanter nu voor altijd met zijn vernielde
boomgaard zitten? Welnee. Samen met zijn
Zoon herstelden zij de tuin. Hij werd nog mooier dan eerst. Van de omgehakte
bomen werd een prachtig huis gebouwd voor hen beiden. Tot in lengte van dagen
genoten ze met volle teugen van hun schitterende schepping.