Zuurkool in de nacht (Oma vertelt)
Steeds als we zuurkool eten, moet ik denken aan die
nacht in de oorlog, toen twee agenten ons een emmer vol brachten. In die tijd
was mijn vader ziek. Moeder moest met een klein beetje geld rondkomen. Maar God
zorgde ervoor, dat we niets te kort kwamen. Van verschillende mensen kregen we
eten. Dan was het weer een zak graan, dan weer een grote vis of een heel
brood... Op een avond, toen ik al lang en breed lag te slapen, werd er op de
deur gebonsd.
'Doe open en gauw een beetje!' klonk het bars.
O, wat schrokken wij. Het gebeurde maar wat vaak dat
Duitse soldaten midden in de nacht mensen kwamen oppakken. Moeder dacht gelijk
aan de radio, die ingeleverd had moeten worden. Voorzichtig keek ze langs het
verduisteringsgordijn naar buiten. Dat zwarte papier moest voor de ramen
zitten, zodat er geen licht naar buiten zou schijnen.
Ja, het was politie. Ik troostte mijn huilende zusjes en
bad: 'Heer Jezus, help ons.'
Met bonzend hart haastte moeder zich naar de buitendeur.
Ze haalde de trapleer weg, die elke avond klemgezet werd tegen de deur vanwege
de inbrekers. Drie knippen werden opzij geschoven en... Daar stapten twee
agenten binnen. Ze sloten de deur zorgvuldig achter zich dicht.
'Vlug! Geef een emmer.'
fluisterde een van hen tegen moeder. 'We hebben nog wat eten over op het
bureau...'
Moeder haalde opgelucht adem. Het waren vrienden die
eten kwamen brengen. Ze haalde de emmer en binnen tien minuten werd die weer
bij haar binnengebracht vol heerlijke zuurkool. Wat hebben we gesmuld! Zittend
op de rand van ons bed, elk met een bord eten op schoot, dankten we de Hemelse
Vader voor zijn goede zorg.