Joyce

 

Eindelijk heb ik m'n zin. Woef! Het heeft wel lang geduurd voordat iemand mijn verhaal wilde opschrijven, maar nu is toch het grote moment aangebroken. Sjonge, ik sta te springen om het jullie te vertellen. Heb je even tijd? Woef !

  

Kijk, ik was een zwervershond, weet je wel? Niemand gaf wat om me. Ik zwierf wat over straat en stal worst uit een boodschappentas van pratende vrouwen, als ze het niet merkten, natuurlijk. Een warme hondenmand had ik niet. Ik sliep onder een lekkend afdakje. En vlooien dat ik had!! Nou, die kunnen erg kriebelen, hoor! Heb jij wel eens vlooien? Wacht, even over m'n rug likken, hoor. Zo... woef! Toen de slager op een keer een steen naar me toe gooide, kreeg ik nog een wond aan m'n poot. Awww! Wat deed dat zeer. Nergens had ik rust. Vooral voor onweer was ik doodsbang. Met m'n staart tussen de poten kroop ik dan heel ver weg onder een ouwe lap. Maar nu ben ik hondsblij. Zie ik er niet super-de-luxe uit?

Weet je hoe dat komt? Jan heeft me gevonden.

Je kent hem toch wel?

Die Jan die bovenin dat flat woont. Ja, dat is nu mijn baas. Elke dag word ik geborsteld en elke dag lol maken met de baas. Woef! Wat wil je nog meer? Natuurlijk ben ik dol op Jan. Hij gaf me ook een nieuwe naam: Joyce. Dat betekent vreugde. O, wacht even. Daar gaat die keeshond van de buren. Sorry, hoor! Ik moet erachteraan. Asjuus!

 

Hé, Joyce! ... Weg istie.

Ik wilde nog zeggen: 'Wat is het toch fijn als er iemand voor je zorgt. Iemand die je eten geeft en je beschermt. Ik heb ook zo'n vriend: Jezus.