Stientje en de spoorbrug

 

'Ik heb zo'n pijn in m'n buik. Ik wil niet naar gym...' klaagt Stientje tegen de juf.

'Al weer buikpijn?' vraagt de juf, 'Wat vreemd.'

Het lijkt wel of Stientje bang is om naar gym te gaan. Toch is ze een lenige meid, echt niet stijf. Op de speelplaats hangt ze altijd aan de rekken te bengelen. Ze kan op haar handen tegen de muur staan. Maar steeds als ze naar gym moet krijgt ze buikpijn.

Juf geeft Stientje maar weer toestemming om in de klas te blijven werken. Ze neemt zich voor er zo gauw mogelijk eens met Stientjes moeder over te praten. Maar die begrijpt er ook niks van. Thuis klaagt Stientje nooit over buikpijn.

'Dan moet de schoolarts haar maar eens onderzoeken als die weer op school komt.' besluit de juf ten einde raad.

Tot zo lang zal ze Stientje maar in de klas laten als de rest van de klas gaat gymmen

Maar op een goeie dag ontdekt juf waar het probleem bij Stien ligt. Het loopt tegen hemelvaartsdag. Het mooie verhaal van de Heer Jezus die afscheid neemt van zijn vrienden is aan de beurt.

'Nu blijven de discipelen alleen achter,' vertelt juf. 'Alleen in de wereld vol angst en verdriet, Maar Jezus zei tegen hen voordat Hij wegging: 'Zie Ik ben met jullie, altijd, tot aan het einde van de wereld.'

Juf had wel gemerkt dat Stiens ogen straks op haar gericht waren tijdens het vertellen. Het leek wel of ze opgelucht was toen ze de woorden van de Heer Jezus hoorde. Haar vinger vloog omhoog.

'Is Jezus ook altijd bij ons?'

'Natuurlijk,' verzekerde juf, 'Waar je ook bent. Jezus laat je nooit alleen.'

'Ook niet onder de spoorbrug?'

Juf keek verbaasd. Nee, ook niet onder de spoorbrug. Was Stien daar zo bang voor?

Ja, zo was het. Toen juf in de pauze Stientje apart nam kwam het hoge woord eruit. Toen Stientje nog maar twee jaar was hadden buurkinderen haar meegenomen in de buggy. Juist toen ze onder de spoorbrug waren gekomen begonnen ze te ruziën.

Vechtend liepen ze elkaar achterna en lieten het kleine meisje alleen in haar wagentje. Precies op dat moment kwam er een trein over de brug. Het oorverdovend lawaai maakte het kindje zo bang, dat ze angstig begon te gillen. Sindsdien was Stientje altijd bang voor spoorbruggen gebleven. Ze had het nooit aan iemand verteld. Dat was ook de reden dat ze niet naar gym wilde, want dan moest je eerst onder zo'n brug door.

Nu juf het wist konden ze er samen voor bidden. Ze gingen het natuurlijk ook aan moeder vertellen.

Met haar moeder ging Stien toen een paar keer onder de spoorbrug door. Na een tijdje durfde ze zelfs alleen, want Stien wist: Jezus zal me nooit verlaten.