Hoe Puk een flater sloeg
Doel:
Uitdiepen van het begrip: fundament.
Leeftijd: 4-9
jaar.
Personen: Puk
en Pip.
Attributen:
jasje om te naaien en krant.
----------------------------------------------------------
Puk zit een
knoop aan zijn jas te naaien en Pip zit de krant te lezen. Plotseling
verschijnt er een glimlachje om zijn grote mond. Dat betekent dat hij er iemand
tussen gaat nemen.
Pip: Hé, Puk. Jij
zoekt toch een flatje om in te wonen?
Puk: (Gelijk
belangstellend) Ja, heb je wat gevonden?
Pip: Nou en of.
Puk: (Kan zijn
werk niet loslaten) Vertel op! Is het mooi? Zijn er grote ramen in?
Pip: (grijnzend) O ja, heel grote ramen. Ook vier
kamers en een prachtige badkamer. Dat
wou je toch zo graag?
Puk: (ongeduldig)
Ik kom zo kijken. Is er een mooi uitzicht vanuit de ramen en ook zon in de
kamer?
Pip: Jazeker. Ook nog een mooie keuken. Daar kun
je taartjes in bakken voor je vriend Pip.
Puk: Klaar. Ik kom
kijken... (Hij legt zijn naaiwerk neer en grist de krant uit Puk z'n handen)
Is de flat niet te duur voor mij? (Zoekt
en kijkt)
Pip: O nee, je kunt er gratis in. Kijk, het is dit
flat. (Wijst op een vreselijk scheefstaand gebouw. Het staat zo scheef door
een aardbeving.)
Puk: O jij gemenerik. Ik krijg je nog wel, hoor!
Pip: Eigen schuld, Pukkie. Moet je maar eerst
vragen of het huis goed op het fundament staat. Lekker puh!
Ken jij het
verhaal op de rots? Ja, dat verhaal staat in de Bijbel. Wat een goed fundament
had dat huis, hè? Heb jij je levenshuis als op Jezus gebouwd?
O, gelukkig
maar, anders gaat het vroeg of laat beslist fout.