OT79
- Van het één komt het ander - 2 Sam.13
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Als je
iemand slechte raad geeft … Als je weet dat iemand met moordplannen rondloopt
en je doet net alsof je neus bloedt… dan ben je vet medeplichtig! Zo was het
met de neef van koning David: Jonadab. Je kunt het
allemaal lezen in het volgende verhaal.
‘En..?’vraagt Jonadab de volgende dag
doodleuk aan Amnon, ‘Heb je mijn raad nog opgevolgd?’
Eigenlijk
wist hij best het antwoord. Hij had Tamar naar binnen
zien gaan en helemaal overstuur naar buiten zien komen.
Trouwens:
wie in het paleis had niet het gejammer van Tamar
gehoord. Overal werd doorgefluisterd wat Amnon zijn
halfzusje had aangedaan. De één maakte het nog interessanter dan de ander. Of
het al niet erg genoeg was.
‘Ach man,’ Amnon maakte een onverschillig
wegwerp gebaar, ‘Wat een stomme griet. Ik snap niet dat ik daar nou zo verliefd
op was.’
‘Ik hoorde
dat je ze zelfs buiten de deur hebt gezet,’ grijnst Jonadab.
‘Ben je niet bang voor de wraak van Absalom?’
Amnon
werpt zijn neef een snelle blik toe. Was er reëel gevaar voor eerwraak? Hij zou
zich maar een tijdje gedeisd houden.
‘Ik niet
hoor!’ zegt hij quasi onverschillig, ‘Ander onderwerp!’
Jonadab
is een echte intrigant. In plaats van spijt te hebben van zijn advies, gaat hij
onderzoeken hoe Absalom reageert op de vernedering
van zijn zus. Hij zoekt hem op, maar aan niets is te merken dat er een
wraakactie op komst is. En dat hij de oorzaak is van deze hele affaire, dat
hangt hij niet aan de grote klok. ‘Zegge, neef, ik zou jouw advies willen
vragen bij de aankoop van een boerderijtje in de buurt van Betlehem…’
slijmt hij.
Absalom
gaat met hem in discussie over de voors en tegens van die aankoop. Het lijkt allemaal heel normaal.
Maar is die coole houding
van Absalom wel echt gemeend?
Natuurlijk
niet. Binnen in hem brandt een vuur van haat. In gedachten ziet hij Tamar nog binnenkomen, as op haar hoofd, gescheurde
feestkleding… Hij heeft haar proberen te troosten. ‘Is Amnon
je te na gekomen? Zwijg dan, zusje, hij is je broer;
je doet er beter aan het te laten rusten.’ Maar ondertussen… Achter zijn
pokerface woedt een vreselijke boosheid. Deze daad vraagt om wraak. Bloedwraak.
Dagen
worden weken, weken worden maanden, maanden worden jaren. En Absalom houdt zich koest. Het wachten is op de juiste tijd
en het juiste moment. Tegen Amnon doet hij heel
normaal. Over de affaire met Tamar rept hij met geen
woord. Er is er maar één die doorheeft wat er aan de hand is. En dat is Jonadab. Hij voelt op zijn klompen aan, dat er een moord op
komst is. Maar hij zwijgt. Dat maakt hem vet medeplichtig.
Het is twee
jaar later. Absalom komt bij David met
een verzoek.
‘Vader, ze
zijn bij mij de schapen aan het scheren; mag ik u en de uwen vragen onze gasten
te zijn op het feest?’
David kijkt
eens naar zijn knappe zoon en glimlacht. Hij is trots op hem, dikke bos haar, goodlooking, echt een koningszoon.
Maar een
luidruchtig feest met veel drank en dansen? David heeft er geen zin in. Dat is
meer voor de jeugd.
‘Mijn zegen
heb je,’glimlacht hij, ‘maar ik houd niet van al die
drukte. Die tijd heb ik gehad.’
‘Begrijpelijk
vader,’ Absalom legt vertrouwelijk zijn hand op
Davids arm. ‘Maar mogen kroonprins Amnon en de andere
prinsen wel komen? Ja toch?’
Na enig aandringen geeft David zijn toestemming. Wat zou hij daar
later spijt van krijgen!
Buitengekomen
wrijft Absalom tevreden in zijn handen. Zijn plan
gaat nu in werking. Dit is de langverwachte dag van zijn wraak. Nu alleen nog
even zijn knechten instrueren en dan zal Amnon zijn
verdiende loon krijgen.
In de
bosjes vlakbij staat iemand hem te bespioneren. Die persoon hoort alles wat er
gezegd wordt. Het is Jonadab, de intrigant.
“Luister
goed, mannen.” zegt Absalom:
“Zodra mijn broer Amnon vrolijk begint te worden van
de wijn geef ik een teken en dan moeten jullie hem doodslaan! Wees niet bang,
want je werkt in opdracht van mij. Begrepen?’
Op zijn
tenen sluipt Jonadab weg er op lettend dat hij niet
gezien wordt. Dit nieuws is heftig! Wat gaat hij er mee doen? Zal hij het aan
de koning vertellen? Zal hij Amnon redden? Beter van
niet! Stel je voor dat er aan het licht komt dat hij medeschuldig is…
Het is op
het heetst van de dag. De dieren staan te suffen in de schaduw en alle mensen doet
een middagdutje. Een paar kinderen spelen met het water uit de pomp. Plotseling
komt er over de weg een jongen aangerend op blote voeten, zwaaiend met zijn
handen, schreeuwend: “Help, help! Alle prinsen zijn vermoord!”
Gelijk is
iedereen klaar wakker. Wat is er aan de hand?
De jongen
wordt met spoed doorgeleid naar koning David. Hijgend vertelt hij zijn relaas.
‘Majesteit,
alle prinsen zijn vermoord. Het feest liep uit de hand… Knechten van Absalom zijn tekeer gegaan als gekken. Overal bloed!…”
Wankelend
en zo bleek als een doek staat de koning op van zijn rustbed. Wat is dit voor
een gruwelijk bericht? Knechten scheuren hun kleren. Er klinkt gehuil en
gejammer. Ook koning David scheurt zijn kleren…
Maar dan
grijpt Jonadab in. Hij kalmeert de gemoederen door te
roepen:
“Majesteit.
Dit bericht is nonsens. Uw zonen zijn niet dood, alleen Amnon,
de kroonprins. Absalom heeft hem vermoord als wraak
voor wat hij zijn zus heeft aangedaan.’
“Hoe weet
je dat?” klinkt het aan alle kanten.
“Sorry
mensen, maar dit was te verwachten. Het stond op Absaloms
gezicht te lezen vanaf de dag dat het gebeurde.”
Dat hijzelf
de aanleiding was vertelt Jonadab
natuurlijk niet.
En ja, even
later komen de prinsen aan op hun muildieren, volkomen van streek. Amnon is dood en Absalom op de
vlucht.
Hoe het
afloopt met Jonadab vermeldt de bijbel
niet. Maar je ziet in dit verhaal dat onze daden gevolgen hebben. Van een
gemene raad kwam een verkrachting en daarna een moord en daarna … en daarna… En
laten we Tamar vooral niet vergeten. Hoe is haar
leven verder gegaan?
Het is
absoluut waar dat de mensheid een redder nodig heeft, want we zijn allemaal
geïnfecteerd met de zonde. Of lees jij soms geen kranten, kijk je nooit naar
het nieuws? Alleen Jezus kan ons veranderen. We hebben Hem hard nodig. Amen.