Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Er rijdt een automobilist in de donkere nacht. Komt hij van
een feestje? Heeft hij soms te veel gedronken? Kijk, hij rijdt een verkeerde
oprit op. Hij let niet op de borden. Vrolijk neuriet hij een wijsje. In het licht
van de koplampen verschijnt de laatste waarschuwing: GA TERUG!
'Terug?' zegt de man, 'Nee, hoor!
Ik rijd net zo lekker op deze weg.'
Even later: KRST! BENG, KLETTER, PANG!!
De automobilist botst frontaal op een tegenligger. En, wat
het ergste is: deze spookrijder bezorgt heel veel
mensen groot verdriet.
In het boek Jeremia lees je ook
over zo'n domme man: koning Jojakim.
De laatste waarschuwing van God verbrandde hij. We gaan even terug in de tijd
naar... 600 voor Christus.
In een nauw steegje te Jeruzalem is een opstootje. Hannes de
timmerman is in elkaar geslagen. Het bloed loopt uit een wond aan zijn hoofd.
De mensen praten opgewonden met elkaar en ook de profeet Jeremia
komt kijken wat er aan de hand is.
'Wie heeft het gedaan?' wil iedereen weten.
'De soldaten van de koning.' hijgt Hannes. 'Ik... ik kwam
gewoon om mijn geld vragen.'
Zijn vrouw begint weer te jammeren, maar de oudste dochter
legt uit: 'Vader heeft al veel dagen aan het dak van het paleis gewerkt zonder
een cent betaling. Omdat we niks meer te eten hadden, heeft vader het gewaagd
om zijn geld te vragen...'
'Het is een schande!' zegt de slager, die de wond met een
schone doek komt verbinden. 'De koning denkt alleen maar aan zijn cederhouten
paleis en niet aan het welzijn van het volk.'
Jeremia knikt en loopt in gedachten
verzonken naar huis.
'Dag, profeet,' zegt een meisje. Ze draagt een stapel
hakhoutjes in een mandje.
'Hallo, Achod,' is het antwoord.
'Ga je eten koken voor mamma?'
'Nee, profeet. Het is om offerkoeken te bakken. Ik haal
hout, pappa maakt het vuur en mamma bakt offerkoeken voor de godin des hemels.'
'Wat zeg je me nou, Achod?
Offerkoeken voor de maangodin?'
'Ja, pappa zegt dat de maangodin het koren laat groeien en
dan worden we rijk.'
'Mijn God!' roept de profeet wanhopig uit. Hij grijpt met
zijn handen in z'n haar. 'Achod,
je weet toch dat God dit niet wil?'
Het meisje kan geen antwoord geven, want haar vader roept
haar ongeduldig.
Jeremia rukt de deur van zijn huis open.
'Baruch! Baruch,
waar zit je?'
'Hier, meester,' zegt de vriend van de profeet. Hij veegt
zijn handen af aan een doek.
'Ik ben met het eten bezig.'
'Laat maar! Je moet eerst opschrijven wat ik je dikteer. Het
is een laatste waarschuwing van God aan de koning en aan het volk. Misschien
zullen ze zich nog bekeren.'
Als Baruch klaar is met schrijven
moet hij de boekrol op het tempelplein gaan voorlezen. Jeremia
gaat niet mee.
Er waait een harde wind. De mensen trekken hun wollen jassen
dicht om zich heen. Baruch gaat in het vertrek van de
schrijver staan. Hij begint voor te lezen met heldere stem.
'Volk van Israël. Jullie zijn afgedwaald van de weg van God!
Jullie bakken offerkoeken voor de maangodin. Jullie zorgen
slecht voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. Jullie stelen en liegen en dan
durf je nog in de tempel van God te verschijnen. Schaam je en bekeer je. Dan
kan alles nog goed komen. God wil jullie vergeven.'
Er staat nu een grote groep mensen naar Baruch
te luisteren. Maar dan komt er plotseling iemand uit het paleis vragen of de
boekrol aan de koning mag worden voorgelezen. Wat zal die er wel van zeggen?
Zal hij luisteren naar de waarschuwende woorden van Jeremia?
Jeremia en Baruch
krijgen de raad zich te verstoppen. Dan wordt de koning voorzichtig ingelicht.
Even later... Het vuur brandt lekker in de troonzaal waar de
koning zit. Zijn slanke vingers, met opvallend grote ringen, trommelen
ongeduldig op de leuning van de stoel. Jehoedi leest
voor. Rondom de troon staan de prinsen.
'Koning Jojakim. U bouwt uw huis
met ongerechtigheid. U laat de armen voor niks werken.
U laat ruime zalen en vensters maken.
'Stop!' snauwt de koning. 'Geef hier die rol.'
Hij snijdt met een mes het voorgelezen stuk van de rol af en
gooit het in het vuur. Niemand schrikt ervan. Niemand zegt: 'Majesteit, dat is
het woord van God!'
'Lees verder!'
Jehudi leest: 'Doe liever zoals uw vader.
Die zorgde voor de armen en de zieken. U laat mensen slaan en doodmaken. U bent
een onderdrukker. Schaam u en bekeer u.'
Weer snijdt de koning een stuk van de rol en verbrandt die. Tenslotte is de hele rol verbrand.
'Grijp Jeremia en Baruch!' snauwt hij, 'Smijt ze in de gevangenis.'
Als Jeremia, veilig in zijn
schuilplaats, hoort wat de koning gedaan heeft, is hij erg bedroefd. Maar God
zegt: 'Schrijf alle woorden opnieuw.'
Gods Woord is blijven bestaan. We kunnen het nu nog lezen.
Met koning Jojakim is het echter slecht afgelopen.
Toen hij stierf werd zijn lichaam niet eens begraven en zijn zoon is drie
maanden daarna weggevoerd naar Babel. Zo verging het de man die als kind al
niet wou luisteren. Hij was zo dom als een... nee, niet als een ezel. Die
luistert tenminste nog naar zijn baasje, maar als een
spookrijder.
God wil dat we doen wat Hij zegt. Daarom is het van het
grootste belang dat we naar zijn stem luisteren.