Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'De Ministerrr- President!!!'
De Paleiswacht van de burcht Susan springt stijf in de
houding. En alle mensen voor het paleis knielen. Want er komt een zeer belangrijk persoon naar buiten. Haman,
de vriend van de koning.
Kijk, daar gaat hij naar zijn koets, z'n
jas wapperend achter zich aan. O, als deze machtige man tegen je is, dan ben je nog niet jarig. Maar wacht eens. Zie je dat?
Is er werkelijk iemand die niet buigt? Die verachtelijke blikken werpt naar Haman? Ja, het is Mordekai, ook
een belangrijke knecht van de koning.
'Grote egoïst!' denkt Mordekai,
'Voor jou buig ik niet.'
Oei, oei! Als daar maar geen moeilijkheden van komen.
Haman heeft het al lang gemerkt.
Kruiperige vleiers hebben het hem verteld. 'Die Jood buigt niet.' En Haman zint op wraak, grote wraak. Niet alleen Mordekai... Nee, alle Joden moeten sterven. Op een dag laat
hij de hoftovenaar door het lot te werpen, een geluksdag uitzoeken. Met deze
kennis gewapend, plus een grote zak geld, gaat hij op audiëntie bij de koning.
'O, Koning, leef in eeuwigheid. Als u toestemming geeft voor
mijn plan, zal ik u tienduizend talenten zilver geven.'
Hij maakt de joden flink zwart.
''t Is een opstandig volk,' beweert hij, 'gevaarlijk als de
pest. Zij moeten worden uitgeroeid, anders...'
De Koning, bang voor zijn troon, geeft in vertrouwen zijn
zegelring aan Haman. De wet mag uitgevaardigd worden.
Op de dertiende van de maand Adar zullen alle joden
worden gedood.
Huilen, schreeuwen, brullen. Dat is wat de joden doen als ze
het horen. Vooral de lui uit Susan. Massaal wenden ze zich tot Mordekai om hulp. Hij werkt immers voor de koning.
'Ga bidden en vasten!' zegt Mordekai
verbeten. In rouwkleren en met as op zijn hoofd gaat hij luid jammerend voor de
poort van de koning staan. Is dat nou wel zo'n goed
idee?
'Majesteit, er loopt een man in rouwkleren bij de poort.'
zegt een dienares tegen Ester. 'Volgens mij uw pleegvader.'
Ester schrikt. Straks zullen de soldaten Mordekai
oppakken. Laat hij vlug een gewone jas aandoen. Wat zou er aan de hand zijn? Hatak, de knecht, gaat op onderzoek uit.
'Alle joden moeten worden gedood,' vertelt
Hatak als hij terugkomt. 'Uw oom zegt dat u naar de
koning moet gaan om het te voorkomen.'
Ester schudt beslist haar hoofd. Zelfs zij
mag niet ongevraagd bij de koning komen. Regels zijn regels. De
boodschappen vliegen over en weer.
'Denk maar niet dat jij gespaard blijft,' stelt Mordekai vast, 'Misschien ben je daarom wel koningin
geworden.'
Ester huivert. Wat moet ze in 's
hemelsnaam doen?
'Als iedereen voor me vast en bidt ga ik.' besluit ze
moedig.
Drie dagen later staat ze, mooi
aangekleed, aan het eind van de gang naar de troonzaal. Zal de koning haar
accepteren? Ja hoor! Vriendelijk klinkt zijn stem: 'Wat is uw wens, koningin
Ester? Al is het de helft van mijn koninkrijk, je krijgt het.'
'Ik... eh!' stottert Ester, 'Zou u
samen met Haman bij mij willen komen eten,
majesteit?'
De koning lacht. Waagt Ester haar leven voor een etentje?
'Ik mag bij de koningin dineren!'
In een van de kamers van zijn luxe buitenhuis wordt Haman aangekleed. Zijn familie en vrienden kijken hem
bewonderend aan. En hij maar opscheppen.
'Er is slechts één schaduw in mijn leven.' zucht hij.
'Laat die jood Mordekai toch
ophangen,' stelt zijn vrouw voor.
Goed idee. Haman laat meteen een
'Zou ik nu... Of nog maar niet?'
Ester twijfelt. Zojuist na het zalige toetje, heeft de
koning weer aan haar gevraagd wat haar grootste wens is. Maar is dit wel het juiste
moment om over haar volk te spreken?
'Wilt u morgen nog eens met Haman
bij mij komen eten?' vraagt ze zacht. De koning stemt toe.
Die nacht echter, kan Ahasveros
niet slapen. Hij heeft zoveel om over na te denken. Als afleiding moet een
slaaf hem voorlezen uit het koninklijke
dagboek. Toevallig (?) kiest die een stukje over Mordekai,
die een aanslag op het leven van de koning heeft voorkomen, maar daarvoor nog
geen beloning heeft gekregen.
'Morgenochtend eerst Mordekai
belonen...' denkt de koning en valt in slaap.
'Eerst een arrestatiebevel voor Mordekai
vragen,' denkt Haman als hij de volgende dag de tuin
van het paleis binnenstapt. Maar het loopt anders dan hij denkt. De koning wil
zijn advies hebben. Hoe moet iemand beloond worden die veel voor de koning
heeft gedaan? Haman krijgt een kleur van opwinding.
Hij weet het zeker: die man is hijzelf.
'Die persoon moet op een koninklijk paard worden
rondgereden.' stelt hij voor. 'En één van de ministers moet roepen: Knielt
allen voor de man wie de koning eer bewijzen wil.'
'Juist! Doe dat bij Mordekai!'
beveelt de koning.
Als aan de grond genageld blijft Haman
staan. Hè? Hoe is dat mogelijk? Gelukkig heeft hij nog niks
gezegd over die galg. Balen zeg! Met een lang gezicht
loopt hij die middag over het stadsplein. En Mordekai
maar grijnzen. Wat een ellende!!
En ellende op ellende. Die avond tijdens het diner vertelt
Ester aan de koning dat iemand haar en haar volk wil doden. De koning vliegt
overeind. Wat zullen we nou krijgen?
'Wie is die man die zoiets durft te doen?' briest hij.
Esters vinger priemt in Hamans
richting. 'Hij daar!'
Haman zou wel door de grond willen
zakken. Wist hij veel dat de koningin ook joods was? Smekend om genade valt hij
voor Ester op de knieën. Dat had hij nou net niet moeten doen. Dat maakt de
koning nog bozer. Als één van de knechten dan ook nog vertelt van de galg in Hamans achtertuin, gaat Ahasveros
helemaal door het lint.
'Hang hem daar zelf aan op!' schreeuwt hij.
Het is de dertiende van de maand Adar.
Het volk van de Joden wordt niet uitgeroeid. Dank God. En Mordekai
zit op de belangrijkste post van het land. Direct onder de koning. Iedereen
houdt van hem, want hij zoekt het goede voor zijn volk.