Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Wat is dat? Simson, de zoon van Manoach, hoort onderweg naar huis iemand kreunen. Speurend
kijkt hij rond... Ja, vlakbij hem tegen een dikke boom zit een jonge Filistijnse vrouw. Haar been is dik en opgezwollen.
'Wat heb je?' vraagt Simson wat
verlegen. Het is een treurig verhaal. Dit is Amora,
een van de vriendinnetjes van de Filistijnse
soldaten, die hier in de buurt hun kamp hebben. Om een kleinigheidje hebben ze
haar verwond en alleen achtergelaten. Simson geeft
haar wat water te drinken uit z'n kruik en begeleidt
haar naar haar huis in Timna. Deze ontmoeting is het
begin van een vreemde vriendschap tussen hem en dat Filistijnse
meisje.
'Pa en moe,' zegt Simson een paar
maanden later, 'Ik heb een Filistijnse vrouw ontmoet
waarmee ik wil gaan trouwen.'
Ja, hij is van Amora gaan houden.
Van de wat schorre klank van haar stem en van haar manier van lopen. Hij heeft
ook wel gemerkt dat ze thuis en door haar vrienden slecht wordt behandeld. Als
hij voor haar gaat zorgen zal het beslist anders
worden. Maar zijn ouders begrijpen niet wat er in Simson
omgaat.
'Ben je nou helemaal!' roept vader opgewonden uit. 'Een Filistijnse? Is er dan onder de Israëlieten geen goeie vrouw voor je te vinden?'
Ook moeder begrijpt er niks van. Simson is echter vastbesloten.
'Neem Amora voor mij, want zij
bevalt me.' antwoordt hij kortaf zonder verdere uitleg. Ja, dan moeten ze zich
er maar bij neerleggen. Een paar dagen later gaan ze met z'n
drieën de ouders van het meisje opzoeken om het huwelijk te regelen. Onderweg
gebeurt er iets dat Simson bijna het leven kost.
'Oewahhh Grammmh!'
Pas op! Een wijd opengesperde bek met scherpe tanden...
gelige felle ogen in een harige kop... Een leeuw. Hij springt woest op Simson toe. 'Auau! Auhauw!' Twee uitgestrekte klauwen met scherpe nagels
willen zijn schouders openrijten.
'O God, help
me!' brult Simson. Op hetzelfde moment voelt hij dat
God hem bovenmenselijke kracht geeft om deze duivelse leeuw aan te kunnen. Een
korte worsteling en... het beest ligt levenloos in het
zand. Pffft! Wat een belevenis. Hoe kwam dat nou? Ja,
Simson was gewoon even van de weg afgeweken, de
bergen in, lekker wat klimmen en klauteren. En toen
sprong daar vanachter een rotsblok die leeuw op hem af. Zijn vader en moeder
daar beneden op de weg hebben niks gemerkt. En hij
gaat het ze ook niet vertellen. Waarom zou hij? Van opscheppen houdt hij niet.
Het is een paar maanden later als Simson
inderdaad in het huwelijk treedt met Amora. Haar
ouders, wat armoedige boerenmensen, zijn maar wat blij dat hun dochter zo'n goeie vent krijgt. Simson
organiseert een groot feest met veel eten en drinken, dat wel zeven dagen
duurt. De gasten zijn allemaal Filistijnen. Simsons
vrienden wilden natuurlijk niet komen. Om hem toch een beetje plezier te laten
maken met mannen van zijn eigen leeftijd, zoekt men 30 kameraden voor hem op.
Het zijn dezelfde soldaten die Amora toen zo'n pijn gedaan hadden. Simson
ergert zich bont en blauw. Er wordt gedronken, gevloekt en rare moppen verteld.
Ook allerlei weddenschappen afgesloten. Voorovergebogen, met zijn handen tussen
zijn knieën zit hij het een tijdje aan te zien.
'Hoor eens, lui,' zegt hij
tenslotte, zich oprichtend, 'Ik wil ook met jullie wedden. Als jullie mijn
raadsel binnen zeven dagen oplossen, dan krijg je van mij allemaal een onder en een bovenkleed.'
Een bewonderend gesis wordt gehoord. Dat is een grote inzet.
'Ja,' gaat Simson
verder, 'Maar als jullie het niet raden moet je mij elk een stel onder- en
bovenkleren geven. Dat is toch eerlijk, niet? Luister... Wat betekent dit:
'Spijze ging uit van de eter en zoetigheid van de sterke.'
De Filistijnen steken hun koppen bij elkaar, overleggen,
raden, gissen, maar zonder succes. Ze kunnen het ook niet weten. Het is iets
dat alleen Simson kan weten. Onderweg hierheen ging
hij namelijk weer langs het pad, waar de dooie leeuw ligt. Tot zijn verbazing
zag hij dat een hele zwerm bijen hun nest hadden gebouwd tussen zijn ribben.
Komisch! Eerst was de leeuw een agressieveling en nu kwam er honing uit zijn
buik. Simson had wat van de honing geproefd en ook
wat aan zijn ouders gegeven, zonder te zeggen waar het vandaan kwam. Moet je
die Filistijnen daar zien redeneren. Simson lacht
erom. Deze weddenschap gaan ze verliezen, dat is zeker.
Maar daarin krijgt hij toch ongelijk. De kerels kunnen het
niet uitstaan dat ze straks een hoop geld kwijt zijn. Ze zoeken tenslotte in het geheim Amora op.
'Zorg dat je de oplossing te weten komt, meissie!'
dreigen ze gemeen. 'Anders steken we je huis in brand.'
Amora is als de dood voor ze. Die gasten
doen wat ze zeggen, zover kent ze hen wel. Uit angst kiest ze toch hun partij
in plaats van op haar man te vertrouwen. Huilend valt ze Simson
om de nek. 'Waarom vertel je mij de oplossing niet? Je houdt niet echt van me,
hè?'
Omdat ze zo aanhoudt vertelt Simson
haar de oplossing maar. En ja hoor! Even later komen de Filistijnen grijnzend
naar hem toe met het antwoord.
'Wat is er nou sterker dan een leeuw en zoeter dan honing?
Dat is doodsimpel. Kom op met die beloning, mannetje.'
Simson is woedend. Hij begrijpt hoe de
vork in de steel zit. Ze hebben zijn vrouw bedreigd. Maar wacht maar... Ze
zullen hun beloning krijgen. Met grote stappen loopt hij weg.
Een luidruchtig stelletje Filistijnse
soldaten komt hem tegemoet in Askelon. Ze hebben net
een dorpje in Israël geplunderd. Een blinde woede overvalt Simson.
Met zijn grote knuisten doodt hij dertig man. Hun kleren smijt hij de bedriegers in Timna
verachtelijk voor de voeten. En zijn vrouw Amora wil
hij niet meer zien.
Teleurgesteld sukkelt Simson, de
knecht van God, terug naar huis. Hij voelt zich eerlijk gezegd een
mislukkeling.