OT31b - Wil je met me trouwen,
Israël?
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Marije, een
jonge vrouw uit Papendrecht, ging net met haar vriendin Marina op weg naar
aerobics, toen ze een vliegtuigje laag over hoorde komen. Je moest eigenlijk
wel kijken, want het vliegtuigje scheerde over hun buurt heen. Wat een lawaai.
Waarom maakte die piloot zo’n drukte. Had hij soms
motorstoring of zo?
Nee hoor,
het was een reclamevliegtuigje, dat je kon inhuren als je je
boodschap in de lucht bekend wilde maken. Zulke vliegtuigen vlogen ook wel
boven het stadion als er een belangrijke voetbalwedstrijd was. Marije deed
geeneens moeite om de boodschap te lezen, maar… Marina wel. Ze gaf een kreet
van verrassing: ‘Kijk nou eens, Marije, daar staat iets voor jou!’
‘Voor mij?
Krijg nou wat!’
Ja, het was
waar. Op de sleep achter het vliegtuig kon je duidelijk lezen: ‘MARIJE, IK BEN
GEK OP JE… WIL JE MET ME TROUWEN?’
Marije
kreeg een kleur als vuur. Dat had die maffe Danny
natuurlijk gedaan! Nu kon de hele buurt het lezen. Haar hart begon sneller te
kloppen van opwinding. Eigenlijk als vanzelf pakte ze haar gsm om hem op te
bellen. Maar dat hoefde al niet meer.
‘Hallo,
Marije!’hoorde ze achter zich. Daar stond haar Danny, met een grijns op zijn
gezicht en een grote bos rozen.
Terwijl
Marina jaloers toekeek, ging hij voor Marije op de knieën en zei: ‘Marije, wil
je mijn vrouw worden?’ Even was het stil, toen drong het door tot Marije, wat
dit allemaal betekende.
Wilde ze
wel? Natuurlijk!
‘Yes, yes, yes!’riep ze, terwijl ze hem omhoog trok om te kussen ‘Tuurlijk! Ik ben ook gek op jou!’….
Een gek
begin van een bijbelverhaal,
hè?
Toch heeft
het alles te maken met wat er op een dag met het volk Israël gebeurde. De Here God vroeg hen op een heel indrukwekkende manier bij de
berg Sinaï om zijn eigen volk te worden. Moet je
horen:
Drie
maanden waren er voorbijgegaan sinds de Israëlieten uit het land Egypte waren
vertrokken, de grote uittocht, waarover mensen twintig eeuwen later nog over
zouden praten.
Ze waren
nog steeds niet in het Beloofde Land aangekomen. Weet je waarom niet? Ze waren
niet over de normale handelsroute gegaan, maar met een enorme omweg. Had Mozes
dan geen goeie landkaart? Waren ze soms verdwaald?
Welnee.
Vooraan de
lange optocht liep een gids. Een heel bijzondere gids, die zich nooit vergiste.
Het was geen mens, maar…. de wolkkolom van God. Als de
wolkkolom optrok gingen de mensen erachter aan, als de wolkkolom bleef staan,
zette iedereen zijn tent op. En in de nacht, dan veranderde de wolkkolom in…
een vuurkolom. Je zou bijna denken, dat God een nachtlichtje voor zijn volk
liet branden.
Vraagje:
Waarom liet de Heer hen zo’n lange omweg maken?
Dat was ... omdat God en zijn volk elkaar beter konden leren kennen!
Nu was de
wolkolom stil blijven staan bij een enorme grote rots met een afgeplatte top,
de berg Sinaï. Terwijl iedereen zijn tent in orde
maakte en de bedden klaarlegden voor de nacht, klom Mozes naar de top. Hij zou
de Here God daar ontmoeten.
‘Mozes!’
riep de Heer. ‘Luister eens…’
Hijgend en
puffend ging Mozes boven op de berg op een rotsblok zitten. Wat een prachtig
uitzicht had hij daar. Het volk liep als miertjes heen en weer. Hij zag
kinderen krijgertje doen en vaders vuurtjes maken met de grotere jongens. De
grijze rook steeg omhoog. Mozes liet zijn blik gaan over de weg die ze afgelegd
hadden.
Heel de weg
had de Here voor hen gezorgd. Hij had hen bevrijd en
gevoed. Hij had hen water gegeven uit de rots, manna uit de hemel en kwakkels voor voedsel. Ginds bij die bergrug had de Heer hun
vijanden voor hen verslagen, die gemene Amalekieten,
die hen in de rug aanvielen… Mozes voelde nog zijn armspieren pijn doen, omdat
hij zolang zijn handen omhoog had gehouden in gebed.
Weer riep
God: ‘Mozes! Ik wil een verbond met mijn volk sluiten!’
Eigenlijk
betekende dat zoiets als: Ik wil met Israël trouwen. God wilde met zijn volk
verbonden blijven. Voor altijd. En dus ging hij afspraken met hen maken. Tien
levensregels wilde hij hen geven, kostbaarder dan goud of zilver.
‘Als ze
aandachtig naar mij luisteren, dan zullen ze uit alle volken mij ten eigendom
zijn!’ zei de Heer.
Zou Israël
wel ja zeggen op dat huwelijksaanzoek? Mozes ging het hen vragen.
‘Kom, kom
gauw, er is een grote vergadering!’ klinkt het de volgende dag. ‘Mozes is terug
en hij heeft een heel bijzonder bericht van God voor ons.’
Kleine
kinderen, tieners, oudere mensen en vaders en moeders verzamelen zich onder aan
de voet van de berg. Ze kijken naar Mozes, die op een verhoging staat. Ze
kijken ook naar de lucht, naar de wolken die boven de berg hangen. Wat een
prachtig aanzoek. Mozes zegt: ‘Lieve mensen God zegt: Ik hou
van jullie. Ik kan goed voor jullie zorgen, dat heb je wel gemerkt.’
‘Jaja!’schreeuwen ze allemaal. Ze zijn op dit moment erg
dankbaar.
‘En nu
vraagt Hij of jullie met hem een verbond willen sluiten? Wat is daarop jullie
antwoord?’
Even is het
stil. Ze denken aan al die keren dat ze zo gemopperd hebben. Heeft de Heer hen
dat allemaal vergeven? Houdt Hij toch nog van hen?
Dan breekt
de vreugde door:
“Jaaaa! Dat willen we,… met heel
ons hart. Alles wat de Here heeft gesproken zullen
wij doen!’
Het
weergalmt en weerkaatst tientallen keren door alle kloven en ravijnen van de
berg. Wat een groots moment.
Bovenop de
berg flitst heel even een bliksemschicht. Onweer op komst? Welnee.
Misschien
maken Gods engelen wel een foto van dit belangrijke gebeuren. Voor in het
hemelse foto album!