Geschreven
door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
'Je móet! Zeg ja, anders draai ik
je arm om!'
Gersom, de zoon van Mozes, houdt zijn
broer Eliëzer in de houdgreep. Die gilt als een mager
varken. Hun vader komt aanlopen en haalt ze uit elkaar.
'Wat is er? Net nu ik weer voor een paar weken met de
schapen ga trekken, maken jullie ruzie!'
'Hij móet die jonge arenden
redden, pappa!' roept Gersom kwaad. 'Kijk, daar op
die uitstekende rotspunt zitten ze. De moeder is dood en ze zullen sterven als Eliëzer niet meewerkt. Hij heeft die rots zo vaak
beklommen. Hij kan het best. Bovendien zal ik boven aan staan en hem vasthouden
met een touw!'
Mozes glimlacht. Die Gersom met
zijn liefde voor dieren!
'Gersom! Je kunt Eliëzer niet dwingen. Praat met hem, overtuig hem. 'k Weet
zeker, dat hij dan ja zegt. En geef pappa een kus...'
Nooit had Mozes kunnen denken, dat hij binnenkort zelf
overtuigd moest worden, niet om vogeltjes, maar... een heel volk te redden. Dat
gebeurde zo...
'De maat is vol!' sprak de Here, 'De
Kanaänieten doen zulke grote zonden, dat Ik hun land
aan de nakomelingen van Abraham ga geven, zoals Ik beloofd heb.'
O, wat kwam dit besluit precies op tijd. Het volk Israël had
steeds dringender behoefte aan een eigen land. Ze woonden namelijk in Egypte,
waar ze als slaven werden behandeld. Met de dag werd hun hulpgeroep luider. Dus
werd door de Here het reddingsplan 'OPERATIE EXODUS'
in werking gesteld. Gods volk moest uit Egypte naar het Beloofde Land worden
gebracht. En daarbij wilde de Here Mozes gebruiken.
Maar was die nog wel beschikbaar?
'Hèhè, even zitten. Ik kan wel merken dat ik niet meer zo
jong ben.' zegt Mozes, die ergens in het Horebgebied
zijn schapen laat grazen, tegen zichzelf. Hij zoekt een schaduwplekje op en
laat de dieren hun gang gaan. Het is één van die liefelijke lentedagen dat je
de vrede haast kunt proeven. Mozes voelt zich bijna beschaamd dat hij zo
gelukkig is. Net als hij lekker zit wordt zijn aandacht getrokken door een
vuurvlam, die oplaait midden in een struik. Een grasbrand? In de lente? En ...
wat zo gek is: het bosje verbrandt niet!! Mozes loopt
ernaar toe, maar halverwege hoort hij ineens een stem uit de struik komen!
'Mozes! Mozes! Doe je schoenen van je voeten, want de plaats
waarop je staat is heilig.'
Mozes snapt meteen dat dit de stem van God is. Hij knielt
met bevend hart.
'Ik ben de God van Abraham, Isaäk
en Jakob.' klinkt het.
En dan vertelt God hem van het plan om zijn volk te redden.
Hij eindigt met: 'Ga, ik stuur je om mijn volk uit Egypte te leiden!' O nee!
Mozes stribbelt tegen: 'Aan mij hebt u niks!'
'Ik zal met je zijn!' zegt de Here,
'EN EENMAAL ZUL JE MET HET HELE VOLK MIJ HIER DIENEN OP DEZE BERG!'
Het is een paar weken later. Door het mulle zand van de Sinaï woestijn loopt een minikaravaantje. Het is Mozes met
zijn gezin onderweg naar Egypte. De Here heeft hem toch overtuigd.
'Mogen we vooruit lopen, pappa?' vragen de jongens.
'Ja, maar kijk uit voor schorpioenen. Eén beet en je bent er geweest!' Weg rennen ze.
'Wacht op ons bij de rots!' roept Sippora
hen nog achterna. Ze komt naast haar man lopen.
'Weet je al wat je gaat zeggen, Mozes?' vraagt ze lief.
'Mmm,' antwoordt deze. 'Als ze me
vragen wie me heeft gestuurd, zeg ik: 'IK BEN heeft mij tot jullie gezonden, de
God van jullie vaderen.''
'Vreemde naam, hè?' vindt Sippora.
'Echt een doordenkertje.'
'Zo wil Hij voortaan aangeroepen worden, Sippora!'
Even blijft het stil. Ieder is bezig met z'n
eigen gedachten. Mozes is van plan in opdracht van God het volk bijeen te
roepen en te vertellen dat God hen gaat helpen. Als ze hem maar willen
geloven...
... 'Ze geloven me nooit, Here.'
jammerde Mozes, terwijl hij z'n staf opraapte. 'Ze
zullen zeggen dat ik lieg!'
'Wat heb je in je hand?' vroeg de Here.
'Gooi die staf eens op de grond!'
Wat was Mozes geschrokken toen die staf ineens in een slang
veranderde. 'Wegwezen!' was z'n eerste gedachte, maar
de Here wilde dat hij hem beetpakte en nog wel... bij
de staart!
'Dit teken mag je voor de ogen van je volksgenoten doen,
Mozes en nog een teken zal ik je geven. Steek je hand eens in je boezem...'
Vol afgrijzen had Mozes gezien dat zijn hand daardoor
melaats werd, onrein. Pas toen hij het voor de tweede keer deed, was zijn hand
weer normaal...
'En als derde teken mag je Nijlwater
in bloed veranderen.'...
Over de betekenis van deze drie tekenen loopt Mozes een hele
tijd na te denken. Tot Sippora hem uit z'n gedachten haalt.
'Daar zijn de jongens weer, Mozes. Ze staan met iemand te
praten!...'
Mozes tuurt in de verte. Zou dat...?
.... 'O Here,' had Mozes weer tegengesputterd, ik kan niet goed uit m'n woorden komen...'
Gods geduld raakte op. 'Wie heeft
je mond gemaakt, Mozes? Ben Ik het niet? Vooruit, ga.'
'Stuur een ander, alst...'
'Zwijg, Mozes!' De Here werd nu
echt boos. 'Aäron je broer zal voor je spreken. Hij
is al naar je onderweg...'
'Het is hem echt!' roept Mozes blij. 'Aäron,
mijn broeder!!'
Ondanks de hitte en het zand rennen de twee mannen naar
elkaar toe, Hun hoofddoeken wapperend in de wind. Ontroerd omhelzen ze
elkaar... 'Mozes, broeder!'
'Aäron, hoe gaat het met de
familie? Leven ze nog? O, ik moet je zoveel vertellen.'
'En ik jou, Mozes. Het wordt tijd, dat er een eind komt aan
ons lijden!'
Die avond bij het kampvuur horen ze allemaal van de
slavernij in Egypte en van Gods plan. Mozes is verzoend met zijn roeping...
Samen loven ze de Here. Gersom
zucht. Hij fluistert tegen z'n broer: 'Zoals wij die
kleine arenden hoorden piepen, zo heeft God de stem van ons volk gehoord.'