Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Kiezen is
soms erg gemakkelijk. Als je moet kiezen tussen een taartje en een kauwgompje, dan
weten de meesten van jullie wel wat te kiezen. Maar als je moet kiezen tussen
een heel rijke prins of prinses te worden zonder God, of een vluchteling te zijn
met God, dan is dat een vreselijk moeilijke keus. Kijk, de Here
God kun je niet zien, horen, voelen, ruiken en al die dingen in het paleis zijn
zo verlokkelijk.
Toch was er eens een
jongeman, die liever schade leed met God, dan een koning te worden zonder God. Die
jongeman heette Mozes. Ik zal je eens van hem vertellen.
Het volk waaruit Mozes kwam
werd vreselijk onderdrukt. Ze moesten slavenarbeid verrichten, hadden weinig te
eten en werden geslagen. De Israëlieten moesten zelfs hun kleine baby’s
vermoorden van de Farao. Gelukkig was Mozes er mooi aan ontkomen, want zijn
moeder en vader hadden hem in een mandje in de Nijl gelegd. Toen had de prinses
hem gevonden. Ze vond Mozes zo ontzettend schattig, dat ze hem adopteerde als
haar eigen kind.
Mozes werd
opgevoed als een echte prins. Hij kreeg les in paardrijden, vechten,
geschiedenis en nog meer van zulk soort
zaken die een prins moet leren. De
mooiste kleren droeg hij en het heerlijkste eten at hij.
Op een dag realiseerde Mozes zich dat hij eigenlijk geen
Egyptenaar was. Misschien had iemand hem dat verteld. Natuurlijk werd hij
nieuwsgierig naar zijn eigen volk. Hij ging een kijkje nemen in Gosen, de provincie waar de Israëlieten bouwwerken moesten maken voor de
Farao. Wat hij toen zag, maakte Mozes vreselijk boos. Zijn volk werd vernederd
en geslagen. Wat gemeen. Hij besloot er wel eens even iets aan te doen.
Plotseling werd zijn oog
getroffen door een Egyptenaar, die een
Israëliet in elkaar sloeg.
Dat pik ik niet, dacht Mozes en sprong tussen beiden. Hij
verkocht die Egyptenaar toch een optater, dat ie
meteen dood neerviel.
De geslagen Israëliet ging
er als een haas vandoor en Mozes bleef alleen achter met die dode Egyptenaar. Wat
moest ie nou doen?
Vlug groef hij een gat in de
grond en begroef hem
onder het zand. Zo. Niemand had hem gelukkig gezien.
Een paar weken later ging
Mozes weer eens bij zijn volk kijken. En wat zag hij dit keer? Twee Israëlieten
waren aan het bakkeleien. Dat was toch al te gek! Ze hadden het al zo zwaar en
nou nog samen vechten ook! Weer sprong Mozes tussenbeiden. Hij beval hen te
stoppen. De grootste en brutaalste van de twee vechtersbazen echter, spuugde zo
maar voor Mozes op de grond. ‘Bemoei je je er niet
mee, prins,’ schreeuwde hij. Wou je mij soms ook doden zoals je die Egyptenaar
verleden keer hebt gedood?
Mozes schrok zich
ondersteboven, dat snap je. Vlug sprong hij op zijn paard en galoppeerde weg. En
weet je waarnaar toe? Nee, niet naar het paleis terug. Mozes vluchtte het land
uit, de woestijn in. Nou werd hij zelf een vreemdeling en zwerver.
Maar God vergat hem niet. Na veel jaren in de woestijn
als schaapherder geleefd te hebben, werd Mozes geroepen door God om zijn volk
te gaan redden.
Ja, God had een plan met
Mozes leven en.... dat heeft hij ook met jou. Want je kunt beter arm zijn met God
dan rijk zonder Hem.