Op het wandelpad
Opa Krentenbol
heeft totaal geen schuldgevoel als hij met zijn fiets over het wandelpad achter
zijn huisje fietst. Hij kan moeilijk dat ding door het huis slepen om op de weg
te komen. En niemand verwacht van hem dat hij zo'n vijftig meter met z'n fiets
aan de hand gaat lopen voordat hij op de rijweg komt.
Er lopen daar
trouwens maar weinig mensen. Hoogstens wat buren met hun hond. Als die er wat
van durven zeggen, dan zal híj eens een mondje opendoen over die vieze drollen.
O zo!
Maar vandaag
heeft opa pech. Er lopen een stuk op zes jongens breeduit naast elkaar. Zo'n
soort groep die overal alles vernielt. Ze zien hem wel, maar maken expres geen
aanstalten om opzij te gaan. Opa gaat uiterst rechts rijden, daar loopt de
kleinste, een joch van een jaar of elf. Zal hij bellen? Of afstappen? Ben je
gek! Hij rijdt recht op ze af...
Oef!
Het gaat maar
net goed. Op 't laatste ogenblik stapten de jongens opzij. Achter hem hoort hij
vieze scheldwoorden roepen. Okay, ze doen maar, dat geboefte!...
Even later
arriveert opa, een beetje opgewonden nog, bij z'n kleinkinderen. Precies op
tijd, want Stefan heeft een bloedneus! Een spoortje bloed leidt naar de
gootsteen.
'Opa, dat
heeft een man gedaan. We liepen met z'n allen op het fietspad en gingen niet
gauw genoeg opzij. Die vent sloeg met z'n boodschappentas naar ons en toen
kreeg ik een klap tegen m'n neus. Gemeen, hè?'
Opa duwt gauw
een natte washand tegen Stefans neus.
Maar waarom
hij nou: 'Dat's ook toevallig!' mompelt, snapt niemand.
Vraag 1. Heeft
opa gelijk of die jongens?
Vraag 2.
Waarom moet je alles altijd van twee kanten bekijken?