Opa troost Japie in zijn verdriet
‘Hé, kijk nou!
De hamster is dood!’ schreeuwt Japie op een dag als hij bij zijn hamsterkooi
staat. Bah, wat een rotdag. Gisteravond had hij nog lekker met hem gespeeld.
Slimpy was wel een beetje sloom geweest, maar Japie had hem lekker onder zijn
trui laten kruipen, door zijn mouw en dan van onderen er weer uit. En nou ligt
hij met gestrekte pootjes.
‘Moeder!’
roept hij, ondertussen met een vinger zijn dode kameraadje strelend. Maar
moeder is weg...
De hele kamer
zit vol mensen als Japie bij de familie Willemsen binnenstormt. Ja, ze vieren
de verjaardag van oma Hemeltjeshof. Een beetje triestig geeft Japie iedereen
een hand. Maar hij wil geen gebak en geen limonade. Dan moet er iets aan de
hand zijn, merkt Stefans moeder op. En ja, dat is ook zo. Japie vertelt van
zijn dode hamster.
Meteen begint
iedereen te praten over allerlei belevenissen van zichzelf.
‘Ja,’ zegt oma
Hemeltjeshof, ‘Ik had vroeger een pop met een porseleinen hoofdje, zo lief. Het
was mijn enige pop en ik was dol op haar. Op een dag liet m'n zusje haar van de
tafel vallen. Krak! In wel twintig stukken. Het was alsof ik mijn kind had
verloren...’
‘Nou, en ik
dan,’ klinkt de schelle stem van een zekere tante Kato. ‘Toen mijn moeder onze
hond had verkocht, heb ik dagenlang door de stad gezworven.’
Japie wil
beleefd blijven, maar hij kan wel gillen.
Snappen die
stomme volwassenen dan niet dat hij...
‘Zullen we een
spelletje op de computer doen?’ vraagt Stefan om hem af te leiden. Nee, Japie
gaat weer naar huis. Hij wil alleen zijn met zijn verdriet. Bij de deur hoort
hij nog net opa's stem. ‘Japie, ik heb jonge geitjes...’
‘Hé, ben je in
de tuin aan het spitten! Hou d'r mee op.’
Japie's moeder
is thuisgekomen. Ze ziet Japie bezig. Als ze hoort dat het voor de dode hamster
is zegt ze onverschillig: ‘Hamsters begraaf je niet. Die gooi je gewoon in de
vuilnisbak.’
Over zoveel
gebrek aan gevoel maakt Japie zich echter niet druk. ‘Ik begraaf hem wel wat
verder onder de struik,’ zegt hij. En in stilte neemt hij zich voor om een
bordje te maken met daarop: ‘Hier ligt mijn vriendje Silly. Rust in vrede.’
‘Toch maar
even bij opa Krentenbol gaan kijken,’ denkt Japie tegen de avond als het karwei
geklaard is. ‘Jonge geitjes zijn erg leuk.’
Hij wil er
voor zichzelf niet echt vooruitkomen, maar eigenlijk verlangt hij naar iemand
met wie hij even kan praten over zijn verdriet. En raad eens wat? Na het
stoeien met de geiten, twee kopjes thee en drie krentenbollen, duwt opa Japie
een doosje van de dierenzaak in de handen. En daarin zit... een beeldschoon
nieuw hamstertje... Is dat nou geen goeie troost?
Vraag 1.
Iemand die verdriet heeft, wil zijn verhaal kwijt. Wat bedoelt men daarmee?
2. Waarom
konden die mensen met hun verhalen Japie niet troosten?