Sportfanatisme
'Goeienavond
samen!'
Opa Krentenbol
stapt met een opgewekt gezicht bij Stefan en Shirley binnen. Hopelijk kan hij
hier een beetje gezelligheid vinden. Al zijn vrienden zitten achter de buis
vanwege de wereldkampioenschappen voetbal. Het is al wekenlang voetbal wat de
klok slaat.
'Hoi, opa!'
roepen Stefan en Shirley tegelijk. Ze springen op z'n nek. 'Houden jullie er
wel rekening mee, dat ik een ouwe man ben?' roept opa geschrokken uit. Moeder
roept de kinderen tot de orde en schenkt voor allemaal een kopje thee in. Ja,
het wordt een gezellige avond. Natuurlijk wordt ook hier de tv aangezet. Opa
legt zich er maar bij neer. Even later zit hij om het hardst te schreeuwen.
'Ja, nu... Schop hem erin!'
Z'n ouwe
voeten schoppen als vanzelf mee. Pam! Tegen de tafel. De kopjes rinkelen.
Moeder kalmeert hem met een schouderklopje.
'Je moet niet
zo fanatiek zijn, vader.' zegt ze vermanend. 'Dat is niet goed voor je hart.'
'Nou,' roept
Shirley, 'Moet je Stefan zien als hij tegen de IJsvogels speelt. Die schopt
maar raak!'
Als opa dat
hoort, belooft hij meteen om te komen kijken bij de eerstvolgende wedstrijd.
Wam, ram! De
strijd is in volle gang als opa die zaterdagmiddag op het voetbalveld aankomt.
Hij zoekt tussen al die gelijkgeklede knullen zijn kleinzoon. Maar daar is hij
gauw mee klaar. Kijk, daar rollen twee spelers over de grasmat. Stefan heeft
een vogel onderuit gehaald. De scheidsrechter fluit uit alle macht. Opa schuift
wat dichter naar een medetoeschouwer toe.
'Wat vindt u
daar nou van?' polst hij.
'Aan zo'n
wedstrijd als deze? Daar vind ik niks aan.' zegt de man eerlijk. 'Die jongens
moeten nog leren wat sportiviteit is. Maar wat wil je? Ze kijken die zogenaamde
kunst af van de tv en daar gaat het om grof geld. In onze tijd...'
Opa is het
gloeiend met hem eens. De sportiviteit verdwijnt gauw als het om duizenden
guldens gaat...
Als Stefan na
de wedstrijd zijn opa opzoekt, zit hij in een hoekje van de kantine een lekker
kopje thee te drinken met zijn nieuwe vriend.
'Heeft u niet
gezien hoe goed ik speelde?' vraagt Stefan teleurgesteld.
'Deed jij dan
mee?' vraagt opa met een knipoog naar zijn nieuwe vriend. 'Ik zag mijn
kleinzoon niet, althans niet de Stefan die ik ken. Alleen maar een dolle
wildeman. Je wilt toch niet zeggen dat jij...?'
Stefan krijgt
een kleur. En dat is echt niet van het harde hollen. Opa geeft hem maar gauw
een bemoedigend schouderklopje. En hij bestelt voor allemaal een verse
krentenbol en een flesje prik. Stefan lacht maar eens naar zijn vrienden. Die
vinden opa echt een te gekke man.
Vraag 1: Hoe
speel je als christen een goede wedstrijd?
2. Is een
tegenspeler een vijand?