Een vreemdeling
'Die
buitenlanders!' zegt oma Hemeltjeshof als ze op een zondagmiddag bij Stefan en
Shirley op visite komt. 'Ze moesten allemaal naar hun eigen land teruggaan. Zit
ik daar in de tram en dan komt er zo'n Surinamer naast mij zitten. Nou, ik ging
gelijk ergens anders zitten. Je bent zo maar je geld kwijt.'
'Foei! Oma!'
roepen Stefan en Shirley. 'U bent aan het discrimineren.' Ja, ze weten heus wel
wat dat betekent. Ze hebben een projectweek op school gehad over vreemdelingen.
Het was hartstikke leuk. Turkse mensen uit de buurt deden volksdansen. Ze
hadden tafels vol lekkere hapjes klaargezet. Zoete zachte koekjes die dropen
van suikerwater. Mmm! Oma Hemeltjeshof moppert nog wat na. Volgens haar kun je
geen Surinamer vertrouwen. Turken zijn vechtersbazen, Marokkanen vies. Gelukkig
kalmeert ze een beetje als ze haar kopje Engelse thee krijgt met een dikke
Belgische bonbon.
Tring, tring!
De telefoon. Moeder neemt hem op, lacht een beetje en zegt: 'Tuurlijk, opa.
Neem maar mee, hoor! Christenen horen gastvrij te zijn. Tot zo!'
'Was dat opa?'
vragen de kinderen enthousiast. Als moeder bevestigend antwoordt, gaan ze
meteen naar boven. Ze hebben namelijk een Turkse krant en nu willen ze dat opa
die voorleest. Zo maar voor de grap. Shirley krijgt gelijk een wild idee. Uit
de oude lappenkist haalt ze twee stukken witte katoen en twee gekleurde repen
stof. Hiermede verkleden ze zich als Arabieren. Met een wenkbrauwpotlood
tekenen ze dikke snorren onder hun neus.
'Selèm-
alikoem!'
Opa Krentenbol
schrikt zich een wrompeltje als de deur opengaat en twee Arabieren hem om zijn
nek vallen. En de man die achter opa staat begint te lachen. Al z'n spierwitte
tanden stralen in zijn donker gezicht. Ja, want opa heeft een vreemdeling bij
zich. Een erg donkere grote neger. Die heeft hij in de kerk ontmoet. Opa hield
hem het liedboekje voor en zo hebben ze kennis gemaakt. En omdat de vreemdeling
nog geen vrienden heeft in de stad, nam opa hem maar mee. Oei! Wat zal oma
zeggen? Zou ze gelijk weggaan?
Ja, oma schrikt
inderdaad. De vreemdeling blijkt dezelfde te zijn als de slechterik die naast
haar ging zitten. Nu schaamt ze zich. Vooral als de 'Surinamer', die een
Ghanees is, foto's laat zien van zijn gezin en de kerk, waarvan hij nota bene
dominee is. Stefan en Shirley vinden hem hartstikke te gek. Ze geven hem
telkens weer een hand, omdat hij die bijna fijnknijpt en zeggen giechelend:
'Good Bye' en 'How are you?'
'Houdt nou
maar eens op!' zegt moeder boos. 'Mister Kakraba wordt nog gek van jullie.'
'Mister Kakraba?'
Wat een gekke
naam. Stefan en Shirley kronkelen over de grond van de lol. En dat staat maar
wat gek met hun zwarte snorren. Als opa en dominee Kakraba al lang weg zijn,
vinden ze de Turkse krant, waar opa nog steeds niet uit gelezen heeft. Nou ja,
de volgende keer dan maar.
Vraag 1:
Waarom moet je goed voor vreemdelingen zijn? Ex 22:21
2. Wat zou jij
het naarste vinden als je in een vreemd land alleen aankwam?