Blozen
Er rijdt een
boos meisje op haar skateboard van de hol af van het Kerkedijkje. Ze gaat door
haar knieën om nog meer vaart te krijgen en dan, met een grote bocht, schiet ze
opa Krentenbol z'n tuin in. Het is Shirley. Ja, ze is echt heel kwaad. Een
beetje op de meester, maar ook op zichzelf. Met een sprongetje springt ze van
de plank.
'Hoho!' roept
opa, die net naar buiten komt. 'Wat een haast. Je rijdt me bijna omver.
'Opa,' zegt
Shirley dwingend, 'Ik moet met u praten. Het is dringend en geheim!'
Even later
zitten ze bij de keukentafel met een kopje thee en een verse krentenbol.
Het probleem
van Shirley is inderdaad erg naar. De laatste tijd komt het steeds meer voor
dat ze...
Nee, wacht. We
beginnen bij het begin. Op een dag was er geld gestolen uit meesters laatje.
Niemand had gezien wie het wegnam. Meester sprak de hele klas ernstig toe en
vroeg rechtstreeks aan elk kind: 'Heb jij het gedaan?' Toen hij bij Shirley
kwam, werd ze zo rood als een biet. Toch had ze het niet gedaan. Voordat ze
haar ogen neersloeg zag ze nog net het verbaasde gezicht van de meester. Wat er
verder nog gezegd werd ontging haar volkomen. Het geld werd nooit gevonden en
Shirley bleef het enge gevoel houden dat meester haar verdacht. Sindsdien
bloost ze bij elke indringende vraag. En daar baalt ze van. Dat snap je.
Nu ze alles
aan opa vertelt, komt er een groot zelfmedelijden in haar op. Shirley springt
op opa's schoot en snikt dramatisch. 'Opa, het is echt vreselijk. Zo kan ik
niet meer leuk leven.'
Nou mag je dolblij
zijn als je een opa hebt zoals opa Krentenbol. Je kan er een verhaal kwijt
en... hij troost je niet alleen, maar onderneemt ook actie. Die middag na
schooltijd, praat hij de hele tijd met de meester. Niemand weet wat er tussen
die twee werd gezegd, maar als de meester opa uitlaat, lachen ze geheimzinnig.
'Kinderen,'
zegt meester de volgende dag na de rekenles enthousiast. 'Vanmiddag komt er een
mevrouw die ons een film zal laten zien over weeskinderen in Roemenië. We gaan
een maandlang klusjes en karweitjes doen voor mensen uit de buurt en alles wat
we daarmee verdienen geven we voor die kinderen. Nu moet iemand uit de klas al
dat geld inzamelen en bewaren. Je begrijpt dat dat een erg betrouwbaar kind
moet zijn. Laat eens kijken... Dat wordt... Shirley Willemse...'
Wams! Daar
heeft Shirley al weer een rode biet, maar dit keer is dat niet erg. Met een
knipoog overhandigt meester haar de kartonnen spaardoos.
'Blozen mag,
hoor Shirley. Ik deed het vroeger zelf ook zo erg. Weet je wanneer? Toen ik
verliefd was.'
Hahaha! Daar
moet de hele klas om lachen. De meester verliefd, stel je voor!
Vraag 1. Bloos
je wel eens? Wanneer?
2. Heeft
degene die bloost altijd iets slechts gedaan?
3. Waarom is
verlegen zijn zo vervelend?