Dagboek
De meeste
kinderen hebben wel een bijnaam voor hun opa's en oma's. Soms zeggen ze
bijvoorbeeld Opa en Oma Zierikzee, of Opa en Oma Bergweg. Snap je? Dat is
gewoon om de opa's en oma's uit elkaar te houden.
Stefan en
Shirley noemen hun ene opa altijd Opa Krentenbol, want als je bij hem op visite
komt, krijg je altijd een krentenbol. Ze hebben ook nog een oma Hemeltjeshof,
die woont op de Hoge Singel, maar zij is nogal deftig. Je mag daar niks. Alleen
maar netjes op de bank zitten.
Nee, dan Opa
Krentenbol. Dat is de meest fantastische opa die je je maar kunt voorstellen.
Hij maakt veel grapjes en heeft altijd tijd voor je. Soms neemt hij je mee
ergens naar toe en dan beleef je echt avonturen.
Neem nou
vandaag.
Na zijn werk
in het volkstuintje was opa in zijn grote stoel gaan zitten met een reuzenpot
thee voor zich, helemaal voor hem alleen. Wel drie kopjes thee schonk hij in,
allemaal met drie klontjes suiker, want opa was een echte zoetekauw. Hij dacht
na, heel diep.
'Mmm.' bromt
hij, terwijl hij met een hand de rimpels in zijn voorhoofd probeert glad te
strijken, wat toch niet lukt. 'Die kleine apenkoppen van me wil ik nog zoveel
leren, maar praatwoorden zijn ze zo weer vergeten. Het moeten schrijfwoorden
zijn. Dan kunnen ze het later nog eens nalezen. Ja, ik weet al wat... Hij propt
nog gauw twee klontjes achter z'n kiezen, (Hij heeft toch een kunstgebit)...
zet zijn handen op zijn stramme knieën en staat op.
'Ik ga een
dagboek kopen,' zegt hij tevreden, 'en dan moeten zij er ook in schrijven. Dat
zal leuk worden.' In de winkel gekomen, besluit opa, dat het maar een
poëziealbum moet worden. Dat is veel aardiger.
'Is het een
cadeau?' vraagt het winkelmeisje.
'Nee, laat
maar,' zegt opa droog. 'Het is voor mezelf.'
Het meisje
staart hem vol verbazing aan.
'En plaatjes
hoef ik niet. Ik plak mijn stikkers er wel in.' voegt opa er nog aan toe.
Het
winkelmeisje weet niet wat ze moet doen. Hard gaan lachen of flauwvallen. Als
opa de deur uitgaat weet ze het. Ze valt flauw.
Vraag 1:
Waarom kunnen kinderen wat van oude mensen leren?
2. Wat kunnen
kinderen van hen leren?
3. Waarom is
het fijn om een oma of opa te hebben?