NT38 - Ik
was stom! (Het verhaal van Zacharias)
Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)
Voor mijn buurkinderen,
Lieve kinderen, dank je wel
voor alle lieve cadeautjes voor de besnijdenis van ons pasgeboren kindje. Onze
Johannes zal al dat lekkers nog niet zelf kunnen opeten. Hij drinkt nog melk
bij zijn moeder, maar als hij groot is wil hij vast graag met jullie spelen.
Het lammetje, dat jullie voor hem kochten, zullen we vertroetelen, totdat hij
er zelf voor kan zorgen. Het wordt vast zijn lievelingslam.
We zijn dolblij met
Johannes, onze baby. Wie had gedacht, dat wij, twee oude mensen, nog een kindje
zouden krijgen.We hebben er heel erg naar verlangd,
ons hele leven, maar Elisabet kon geen kinderen
krijgen, dat weet de hele stad. Nu is het feest in het huis van Zacharias en Elisabet. Want: ‘DE
HERE GOD HEEFT ZICH OM ONS BEKOMMERD.’
Ik ga alles precies
opschrijven, zodat dit wonder niet wordt vergeten. Op de laatste dag van de
week zal ik het voorlezen bij het kampvuur. Komen jullie dan ook? We zijn bezig
om allerlei lekkers te maken, dus het wordt een feestavond met dansen en
muziek. Hartelijk uitgenodigd.
Voor iedereen die het
maar horen wil.
Lieve vrienden, we zijn hier
bij elkaar om de geboorte van onze kleine Johannes te vieren. Jullie waren wel
verbaasd dat we hem zo noemden, hè? Jullie dachten misschien dat hij Zacharias zou heten net als ik, maar dat is niet zo.
‘Er is niemand in de familie
die zo heet!’ zeiden sommigen van jullie tijdens de besnijdenis.
Maar Elisabet
en ik hadden daar een reden voor. Die reden kon ik niet eerder vertellen, want
ik was sinds ik de laatste keer in de tempel dienst deed mijn stem kwijt. Dat
kwam omdat ik zo stom was om… wacht ik ga alles van
het begin af aan vertellen, in goede volgorde.
Toen mijn afdeling negen
maanden geleden aan de beurt was om de priesterdienst in de tempel te
vervullen, werd er volgens het gebruik van de priesters geloot wie het
reukoffer in het Heilige mocht aansteken. Op zeker moment hoorde ik roepen: ‘Zacharias, Zacharias, jij bent aan
de beurt!’
Er ging een schok van
blijdschap door me heen, want eerlijk gezegd had ik alle moed opgegeven dat ik
ooit nog eens die mooie taak mocht vervullen. De gebeden van ons volk voor het aangezicht van de Almachtige te brengen was een van mijn
drie grote wensen.
Dit was mijn grote kans om
dicht bij het voorhangsel te bidden om de komst van de Redder.
Hoe lang wachten we nu al op
de Messias, die Jesaja ons voorspelde?! De Vredevorst, die elke laars die dreunend stampt zal
vernietigen? Wanneer zal de lamme springen als een hert en zullen de blinden
weer kunnen zien? Ach, je hebt gelijk, de oude priester zit weer eens op zijn
stokpaardje. Weer terug naar die dag in de tempel.
Ik had geen wijn of
bedwelmende drank gedronken, zoals voorgeschreven is. Verder deed ik alle
wassingen en wat verder van mij verwacht werd heel precies. In een wolk van
wierook voegde ik tenslotte in het Heilige mijn gebed
om de komst van de redder bij de gebeden van het wachtende volk buiten.
Plotseling was daar, echt,
ik lieg het niet… een engel van de Heer, aan de rechterkant van het
reukofferaltaar. Vrienden, ik kan niet beschrijven wat er door me heen ging. Ik
viel bijna flauw van angst. De engel, het bleek Gabriël
te zijn, zei tegen mij: ‘Wees niet bang, Zacharias.
Je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een
zoon baren en je moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten
deel vallen en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.’
Nu begrijpen jullie
natuurlijk waarom onze lieve schat Johannes moest heten. Dat betekent GOD IS
GENADIG.
Laten we nu eerst een toast
uitbrengen op dit kind, want hij zal heel bijzonder zijn voor ons volk. ‘Lechajim,’ op het leven mensen! Zo meteen zal ik jullie vertellen wat
de engel nog meer zei….
Nee, nee, buurvrouw, niet
doen!! Elisabeth, let goed op ons kind. Johannes mag
geen alcohol drinken. Ook niet zuigen op een vinger die in de wijn is gedoopt.
Ik had het nog niet verteld,
maar dit zei de engel: (het staat in mijn geheugen gegrift) ‘Johannes zal groot zijn in de ogen
van de Heer en wijn mag hij niet drinken. Hij zal vervuld
worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, en
hij zal velen uit het volk tot de Heer brengen. Als bode zal hij voor
God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om
ons klaar te maken voor de komst van de Heer.’
Ja
buren, vrienden en kennissen. U hoort het goed: DE MESSIAS KOMT ER AAN EN WEL
HEEL SPOEDIG!! Elisabeth en ik weten
dat het nog zelfs een kwestie is van een paar maanden en dan zullen we hem zien
waar we zo lang op hebben gewacht. Laten we de Almachtige prijzen en
loven. Zoals Hij heeft beloofd door de profeten zal het stralende licht nu
opgaan voor mensen die in duisternis leven!
Nu
willen jullie natuurlijk weten hoe ik mijn stem ben kwijtgeraakt. Dat was mijn
eigen stomme schuld. In mijn verwarring vroeg ik aan de engel: ‘Hoe kan ik
weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op
leeftijd.’
Erg,
hè? Ik vroeg om een teken, terwijl nota bene de engel Gabriël
voor me stond, die altijd in Gods nabijheid is. Hij antwoordde dan ook heel
koeltjes: ‘omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, priester Zacharias, zul je stom zijn tot de dag waarop dit
alles gaat gebeuren.’
Hierna
verdween hij weer.
Hoe
lang dit alles geduurd heeft? Ik zou het niet weten. Waarschijnlijk tamelijk
lang, want de mensen buiten vroegen zich af waar ik bleef. Toen ik naar buiten
kwam, kon ik niets tegen hen zeggen. Ik maakte wat wilde gebaren, waaruit ze
opmaakten dat ik in het heiligdom een visioen had gezien. Ik zegende hen zonder
woorden. Natuurlijk schaamde ik me dood, want dit
verhaal zou als een lopend vuurtje door het land gaan. Maar ja, hoe kon ik het
uitleggen? Hoogstens op een plankje met was voor wie
geduld had.
De
rest van het verhaal weten jullie. Sommigen van jullie waren er zelf bij. Toen
Johannes besneden werd kon ik ineens weer praten. Prijst
God!
Elisabeth,
kom eens hier met de baby. Ik wil een profetie over hem uitspreken en hem
zegenen. Is het niet een prachtig kind, mensen, met zijn donkere krulletjes en
zijn pientere oogjes! Ik kan niet anders dan een loflied zingen.
Lief
kind van ons, Johannes, voorloper van de Messias, ik zal nooit meer zo stom
zijn om God niet op zijn woord te geloven.’ …