Wandelen is spannend

 

 

Wandelen is altijd leuk.

Dan zie je dingen waar je anders aan voorbij loopt. Kleine Miep, die niet zo ver kan lopen, gaat in de buggy.

Weet je wie er ook meegaat? Snowy de witte kat. Hij loopt achter hen aan. Mau! zegt hij soms.

Dat betekent: wacht op mij.

Kom poes, zegt Fieke. Schiet eens op.

O, er is zoveel te zien. Schaapjes en geiten en vogeltjes.

Meh, meh! roept Miep. De geiten geven antwoord. Meh, meh!

Bij de rozenstruiken laat oma hen even ruiken.

Miep begraaft haar hele snoet in de natte bloemen. Ze snuift luidruchtig met haar kleine neus.

Verder gaat de tocht door het kraaienbos. Daar zitten heel veel kraaien te schreeuwen. Ze laten poepjes vallen.

Maar hier kan Miep even lopen. Ze gaat meteen lampjes zoeken net als Fanka. Lampjes zijn uitgebloeide paardebloemen. Je kunt ze uitblazen. De zaadjes vliegen alle kanten op.

Bij een paar planten blijft oma staan.

Deze besjes zijn vergiftig waarschuwt ze.

Eet er nooit van.

David kijkt er aandachtig naar.

De plant is familie van de aardappel, zegt oma.

Sjonge, David wist niet dat aardappelen ook familie hadden. Wat heeft de Heer Jezus de wereld toch boeiend gemaakt.

Dat moet hij vanavond eens aan pappa vertellen. Ook Fieke en Fanka hebben veel te vertellen. Want wandelen is spannend, joh!