In de vijver

 

 

Rikkie is ook bij opa en oma. Nu kan hij lekker spelen met zijn neef Davidje en met Miep zijn nicht.

Rikkie vindt het heerlijk. Zelf heeft hij geen broertjes of zusjes.

Maar het is ook wel een beetje lastig. Als Rikkie op een skelter wil roept David hard: Die is van mij.

Hij trekt Rikkie eraf.

Pats, pats! Rikkie geeft zijn neef een flinke klap. David jammert. Oma, Rikkie slaat mij. Au, au!

Ja, zegt oma, maar jij deed eerst wat.

Het is niet van God, jammert David. Rikkie mag mij niet slaan. Nee, slaan is niet van God, maar iemand van de skelter trekken ook niet. Even later spelen ze weer samen.

 

De vijver in de tuin staat aan. Er spuit een fonteintje omhoog. Leuk, zeg!

Met z'n drieën rekken ze zich uit om bij de straal te komen.

Niet op het randje gaan staan, roept Rikkies moeder. Daar liggen de stenen los.

De kinderen horen haar wel, maar ze gaan gewoon door.

Dan gebeurt het. Help! Rikkie ligt in de vijver en hij bloedt. Vlakbij zijn oog komt een blauwe bult met bloed.

Zijn moeder dept het voorzichtig op met een schone natte zakdoek.

Ze zegt: Je moet ook gehoorzaam zijn, domme jongen. David en Miep kijken toe. Ze blijven voortaan wel een beetje uit de buurt van de vijver. Want bloed willen ze niet.