De
pissebed

Het regent
maar. Het regent maar.
Nu kan David
niet naar buiten.
Rijden op zijn
fietsje of voetballen.
Hij heeft al
veel spelletjes gedaan.
Hij heeft met
zijn autootjes gespeeld.
En geknikkerd
in de gang.
Miep wordt het
ook zat. Ze wil niet meer in de box. Ze wil eruit.
Het liefst
naar buiten.
Als het middag
is, begint de zon weer te schijnen.
David pakt
meteen zijn jas. Miep gilt. Mee, mee.
Kom dan maar,
zegt oma.
We gaan een
eindje om.
David fietst
en Miep loopt.
Wat is er veel
te zien. Bloemen in het gras en grote plassen. Daar wil Miep doorheen.
Nee, nee,
Miep. Daar word je vies van.
Over een tegel
loopt een grijs beestje.
Miep raapt het
op. Het beestje wordt een balletje.
Leg hem maar
weer op straat, zegt oma.
Dan gaat hij
vanzelf open. Het is een pissebed.
Ze kijken een
tijdje. Er gebeurt niks. David wordt ongeduldig. Zullen we hem doodmaken, oma?
Natuurlijk
niet. Het is een beestje dat de Here heeft gemaakt. Wacht eens!
Het balletje
gaat open. Kleine pootjes kriewelen in het rond. Een, twee, hup! Daar staat hij
weer rechtop. En loopt weg.
Haha! David
lacht om de pissebed. Straks gaat hij het aan opa vertellen, maar nou eerst
fietsen, want de regen is eindelijk over.