De
eendjes

Oma Sien gaat
wandelen met Fieke en Fanka.
Ze lopen langs
de vijver.
Er zwemmen
allemaal eendjes in, witte en bruine.
Fieke en Fanka
gaan bij de kant staan.
De eenden
komen aangevlogen.
Ze denken dat
ze brood krijgen.
Jammer. Oma is
vergeten brood mee te nemen.
Waar slapen de
eendjes als het nacht is? vraagt ze.
Fieke weet
het.
In een nest,
zegt ze eigenwijs. In een nest in de boom.
Oma kijkt naar
boven. Ze ziet geen nest.
Nee, zegt ze.
Eendjes slapen in het gras met hun kopjes in de veren.
Ze slapen ook
wel op het water.
Fieke gelooft
er niks van.
Weet je wat?
zegt oma Sien.
Laten we het
aan de eendjes vragen.
Dat is een
goed idee.
Met z'n drieën
roepen ze naar de eendjes.
Slapen jullie
in een nest?
Een van de
eendjes schudt zijn kop heen en weer.
Zie je wel,
zegt oma. Die eend zegt nee.
Ik vind het
zielig, zegt Fanka.
Ze hebben geen
nest en niemand geeft hen een nachtkusje.