Post

David staat
voor het raam te kijken. Daar komt de post.
Plok, plok,
klep!
O, er valt
veel in de brievenbus.
Gauw loopt
David naar de gang.
Ja hoor!
Brieven en een kaart.
Oma, ik heb de
post.
Leuk, zegt
oma, geef maar hier.
Deze brieven zijn
voor opa.
Maar de kaart
is voor jou en Miep.
David kijkt
bekijkt de kaart eens.
Er staat een
man op met een zwarte hoed. Hij leunt op een ezel.
Als je op de
kaart drukt, speelt hij een liedje.
Leuk, zeg!
Mamma en pappa
stuurden die kaart.
Ze zijn op vakantie
in Spanje.
Ze schrijven:
Lieve David, jij bent onze stoere bink. Zul je lief zijn voor Miep?
Als we
terugkomen krijg je wat moois.
Dag! Veel
kusjes.
De hele dag
loopt David met zijn kaart te sjouwen.
Iedereen moet
hem zien.
En 's avonds
aan tafel ligt de kaart naast zijn bord.
David speelt
ermee als opa uit de Bijbel leest.
David, zegt
opa, jij hebt een kaart.
Ik heb een
brief van God.
De Bijbel is
een brief van God.
David kijkt
verbaasd. Is dat zo?
Dan zal hij
maar gauw goed luisteren.