KE19 - Het kerstfeest dat niet
doorverteld hoefde te worden
Het was
bijna Kerstfeest. Joris, een jongen van elf liep met
een stevige pas door de winkelstraat van een middelgrote stad, zijn handen diep
weggestopt in de zakken van zijn jackie.
De meeste zaken waren mooi versierd. Er lag lekkers en speelgoed in overvloed.
Joris keek er nauwelijks naar. Zelfs niet naar het goedkope aanbod van een
nieuw computerspel, wat hij toch op z’n verlanglijst
had gezet.
Hij had
ernstiger zaken aan zijn hoofd.
Bij het
warenhuis was het dringen, want de Kerstman was net
aangekomen en veel ouders met kleine kinderen wilden bij hem op audiëntie gaan
om hun schatjes te laten fotograferen op de schoot
van de
man met
de witte baard. Joris liep er met een boog omheen. Wat is er toch met hem?
Joris was
op weg naar opa, want hij moest een probleem met hem bespreken. Al dagenlang
liep hij daarover te piekeren en zelfs in zijn dromen kwam het terug. Mamma en
pappa hadden geen tijd voor hem in deze drukke tijd. Trouwens ze zouden zijn
probleem niet begrijpen, maar opa wel, want die was een echte christen.
Joris had
namelijk op de kinderclub bij hem in de buurt gehoord dat het ook kerstfeest in
je hart kon worden. Jezus kon in je hart geboren
worden en dan was je ook een kind van God, net als opa. ‘Maar…’ had de juffrouw gezegd: ‘Dan moeten we het wel
doorvertellen aan andere mensen, kinderen van school en uit je buurt, familie
en vrienden. Zo hoort het.’
En dat was
nou precies het probleem. Joris wilde eigenlijk heel graag dat het kerstfeest
in zijn hart werd. Hij begreep wel, dat hij vergeving van zonden nodig had en
dat het in zijn hart net een stal was, maar hij durfde het niet daarna aan
anderen te vertellen. Voor geen goud. Zijn keel werd dichtgeknepen als hij
daaraan dacht. Stel je voor dat hij zijn vrienden kwijt raakte, dat ze hem van
voetballen aftrapten, dat hij gepest zou gaan worden. O nee. Joris deed het
echt niet. Stel je voor dat ze hem een mietje gingen
noemen!
Maar nu was
er een goeie gedachte bij hem boven gekomen. Kon hij
niet een stiekeme Christen worden?
Opa zou vast wel een oplossing hebben. Gespannen drukte hij op de bel van het
kleine huis waar opa en oma woonden.
Hallo,
fijne vent,’ zei opa die alleen thuis was., ‘Kom je je oude opa eens opzoeken op deze koude dag?’
Na een warme
kop thee en een chocoladekransje vertelde Joris een beetje schuchter wat er aan
schortte.
Opa moest
van binnen wel lachen om zijn verhaal, maar hij liet niets merken. Eigenlijk
was hij dolblij dat zijn kleinkind zo’n ernst maakte
met de zaak om gered te worden.
“Hoe kom je erbij, Joris.’
zei hij vol overtuiging, ‘Als je het niet wilt doorvertellen dan hoeft dat
helemaal niet. God maakt voor jou vast wel een uitzondering. Jij hoeft anderen
er echt niet over te vertellen.”
Wat was
Joris blij. Opa kende de bijbel van a tot z. Die kon
je wel vertrouwen. Die wist het beter dan de juf van
de club. Opgelucht ging hij dus even later weer vandoor.
Thuisgekomen
besloot Joris, na wat wikken en wegen om de stap dan maar te wagen. Hij ging
naar zijn kamertje, deed de deur op sloot en knielde bij zijn bed neer.
‘Heer
Jezus, wilt u mijn zonden vergeven en mij aannemen als uw kind… En dankuwel voor de juffrouw van de club die het zo mooi
uitgelegd heeft… Amen.’
Hij zuchtte
van opluchting, want al weken liep hij met dit probleem rond, dat hij graag
Gods kind wilde worden, maar dan wel stiekem. Er kwam een soort vrede in zijn
hart toen hij aan het kerstverhaal dacht. Jezus was geboren in zijn hart... Nu
was hij Gods kind!
Een zwaar
pak viel van zijn schouders af. Zijn hart stroomde vol met blijdschap.
‘Joehoo!!’ schreeuwde hij blij en
stompte met zijn ene vuist in de lucht alsof er een doelpunt was gemaakt door
zijn favoriete club.
‘Hé, Joris,
wat is er aan de hand?’ riep moeder, die inmiddels thuisgekomen was van haar
werk, ‘Je maakt zo’n lawaai. De lamp hangt ervan te trillen.’
Joris denderde
de trap af naar beneden.
‘Mam, mam!’ riep hij blij, ‘Ik ben bij opa geweest en wist u dat het mogelijk is Christen te worden, zonder dat je het aan anderen doorvertelt?’