Sandra, een toneelstuk

 

Korte Inhoud:

Sandra is een meisje dat een pleeggezin vindt en ouders die haar niet in de steek laten. Ze ontdekt dat er mensen zijn, die zich laten leiden door hun geloof in Jezus.

 

Aantal spelers minstens twaalf.

Sandra, agenten, maatschappelijk werkster, drie vriendinnen, vader, moeder, twee zoons. Verder kinderen op de speelplaats, een vrouw in een telefooncel.

 

Aantal scènes:

1. Buiten.

2. Politiebureau.

3. Speelplaats.

4. Huiskamer.

5. Huiskamer.

6. Kamertje van Peter en van Sandra.

 

Attributen:

1e scène buiten: bankje bij een telefooncel. lantarenpaal, fiets, koffertje, appel.

2e scène politiebureau.

bureau, telefoon, computer, potlood, papier, stoelen, tafel en zes stoelen, kapstok, een trapje, een vaasje bloemen.

3e scène speelplaats

bel, bal, strik, speeldingen, zoals springtouw, bal, touwtje overnemen.

4e scène huiskamer

tafel, vloerkleed, tafellaken onder tafelkleed, dienblad met bekertjes, bordjes, Bijbel, kapstok, stoelen, koffertje met alles erin.

5e scène huiskamer

als 4, veger en blik

6e scène, twee kamertjes

computer, bedden, dekbed, speelgoed, zeehondje, koffertje

kinderbijbel, strooien hoed, spiegel, laarzen, papier met tekst

 

1e scène

Er staat een bankje bij een telefooncel.

Sandra zit op het bankje te wachten met haar koffertje.

Er staat een mevrouw te telefoneren.

Er komen drie vriendinnen aan op een fiets.

Ze stoppen bij Sandra.

 

Astrid: Hé, wacht eens, jongens. Daar heb je Sandra.

Petra: Hallo, San. Wat doe jij hier?

Loes: Waarom heb je je koffertje bij je? Ga je soms op reis?

Sandra: Ja hoor! Naar m'n oom, die miljonair is in Parijs.

Astrid: Echt waar?

Sandra:: Ja hoor! Echt waar, z'n ogen zijn blauw en zijn haar is grijs.

Petra: En Sandra is niet goed wijs.

(lachen)

 

Sandra: Ik wou dat die mevrouw eens opschoot.

Astrid: Moet je dan bellen?

Sandra: (Neemt een hap van een appel, die ze uit haar tas haalt.) Mm! Ook een happie?...

Even m'n oma bellen dat ik weer thuiskom. Ken ze vast de friete warm maken.

Loes: O, ja. Jij woont bij je oma, hè?

Sandra: Mmm. Maar nou ben ik een paar weken bij m'n moeder geweest. M'n opa en oma gingen naar... eh, hoe heet dat ook weer... Het heeft met zure bommen te maken.

Astrid: Zure bommen? Groeien die dan ergens?

Sandra: Nee joh! Wacht ik weet het: Surig. Ja, maar nou zijn ze terug. Kan ik weer lekker in m'n eigen bed slapen.

O, kijk, dat mens is klaar. (Staat op en loopt naar de telefooncel.)

Nou, asjuus. Tot in de pruimentijd, hè?

Petra, Loes en Astrid: Asju, paraplu. Zie je morgen wel op school, hè?

(Sandra duikt de cel in. We horen haar praten.)

Sandra: Hallo oma, met Sandra. Ik kom eraan, hoor! Doe de frietjes maar in de pan. ... Wat zegt u? Kan ik niet meer bij u wonen? Is het te vermoeiend voor jullie?... Ja, maar als ik nou beloof erg rustig te zijn. En de radio niet te hard aanzet?... Ik kan toch... Heus, oma.... Is opa ziek geworden in Surig? ... Z'n hart?... En de dokter heeft u aangeraden dat u mij weer naar m'n moeder moet sturen?... Veel te druk voor u?... Ja, u bent ook niet zo jong meer...

Nou, ik begrijp het best hoor Appeltje.... Zeg, ga nou niet huilen, daar kan ik niet tegen. Dat weet u toch?.... Tuurlijk ga ik naar m'n moeder toe. Allicht.... Ja hoor, ik ga nu meteen. Dag, ik kom u gauw opzoeken hoor! En beterschap. .... Wat zegt u? Ja, ze heeft weer een andere vriend. Ik noem hem Neussie vanwege zijn grote gokkerd... Nou, dag hoor! Dag!

(stilte)

Sandra stapt de telefooncel uit en staat wat beduusd te kijken.

Sandra: Ik kan niet meer bij m'n opa en oma wonen. Tsjonge. 's Avonds nooit meer lekker Mens erger je nieten met Appeltje... Daar sta je nou, San.

 

 

(Liedje: Sandra, wat nou?)     Klik op muziek      Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

Sandra, wat nou.

Hier sta je in de kou.

Je rilt en je trilt als een riet.

Sandra waarheen?

Hier sta je dan alleen.

Is er dan geen mens die me ziet?

 

Refrein:

Sandra, wat nou.

Sandra, wat nou?

Ja, wat nou? (sprekend)

 

Sandra kijk nou,

Daar is een groot flatgebouw.

(roept) He is daar een moeder misschien?

Sandra, welke kant?

Waar is die warme hand?

Wie heeft een lieve moeder gezien?

 

Sandra, wat koud.

Je proeft je tranen zo zout.

Wie zal ze voor je drogen?

Sandra, 't Is uit.

Of hoor je een geluid?

Nee, m'n oren hebben mij bedrogen.

 

Sandra: Gevraagd, een moeder om bij uit te grienen. Een vader om centjes te verdienen. Of is dat ouderwets? Volgens mij word je met die emancidinges ook aardig geflest. Een broertje, die in bomen klimt.

O ja, en een baby die nog bij moeder drinkt. Dan geef ik die een zoen. En een zus om spelletjes mee te doen.

Waar vind ik die? (Kattig)  Maar naar m'n moeder ga ik niet. Ik laat me niet uitkafferen door die Neus. O nee.

 

2e scène

In het politiebureau. We zien een bureau met een agent, een telefoon, een tafeltje voor de koffie, een computer, wat stoelen en agenten die zitten te typen.

De telefoon gaat.

 

Hoofdagent: Met het hoofdbureau van politie. Mevrouw van Dam?... Ingebroken? .... Juwelen gestolen?... Ja, dan moet u toch persoonlijk even naar het bureau komen om aangifte te doen... Jaja, u bent erg overstuur... Dat begrijp ik...  Nou, in dat geval zal ik de wijkagent even langs sturen. Hoe is uw adres? Hoofdstraat 68. Prima.... Nee, laat u alles maar zo liggen, dan ziet u ons wel verschijnen. Goedendag, mevrouw van Dam.

 

Sandra komt binnen met een agent.

Agent: Ga hier maar even zitten, hoor! Hoe heet je ook al weer?

Sandra: Sandra.

Agent tegen hoofdagent: Neem jij het even over? We vonden dit meisje bij het kruispunt van de Binnenweg. Ze wist niet waar ze vannacht moest slapen. Het lijkt me een geval voor de Kinderbescherming.

Hoofdagent: Het is hier geen hotel... Zeg, ga jij even met de wagen naar dit adres. Daar is ingebroken. Juwelendiefstal. En laat gelijk vingerafdrukken maken, hè?

(tot Sandra) Zo, meiske, wat hoor ik nou. Weet je niet waar je slapen moet? Heb je dan geen moeder?

Sandra: Ja, dat wel, maar daar is die neus en die slaat me op m'n bakkes. Ik kijk wel uit. Daar ga ik niet naar toe. En naar Appeltje kan ik ook niet meer, want die is te oud.

Hoofdagent: Een appeltje dat te oud is?

Sandra: Ja, Appeltje is mijn oma. Ze heeft allemaal rimpeltjes en dus noem ik haar Appeltje. Zij noemt mij trouwens Peertje.

Hoofdagent: En heb je ook nog een pruimpje?

Sandra: Een pruimpje? Hoezo?

Hoofdagent: Een opa bedoel ik.

Sandra: Nou en of. Dat is zo'n lieverd, hè. Maar nou heeft 'ie in de vakantie een hartaanval gehad en daarom kan ik niet meer bij die snoeze zijn, snappie, commissaris?

Hoofdagent: Haha! Horen jullie dat, jongens? (richt zich tot de andere agenten) Ze noemt me commissaris. Willen jullie dat eventjes onthouden?

Agenten lachen.

Agent Jan roept: Hé, waar blijft het gebak? Als je gepromoveerd bent kun je wel trakteren.

Hoofdagent: Maar eerst bloemen.

Agent Jan pakt een bosje bloemen uit een vaasje en biedt het de z.g. commissaris aan.

 

Liedje nr. 2.

Spreekkoor:

Dit is het leven van agenten.

Niet slechts het uitdelen van prenten, maar.... ACTIE!!

(Ze doen alsof de telefoon gaat.)

De Hoofdagent neemt aan en zegt: Met het hoofdbureau van politie. Spreekt u maar.

 

Agent Jan:                            Klik op muziek         Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …                  

Agent, wil je even komen

In de bosjes schuilt een man.

Nou staat hij bij de bomen.

Ik word er akelig van.(refr.)

 

Agent Henry:

Agent kom je even helpen.

Mijn sleutel ben ik kwijt.

En achter in de kamer, daar speelt mijn kleine meid. (refr.)

 

Agent Brigitte:

Agent, daar bij het stoplicht,

ligt daar de Asserlaan?

En weet je waar Milaan ligt?

Daar kom ik net vandaan. (refr.)

 

Refrein:                                     

Commissaris wil ik worden,

Dat scheelt een hele hap.

Dat is het hoogste treetje van de politietrap.

Dan kijken alle mensen

Met eerbied naar je op.

Dan sta je in je eentje

Bovenaan de top.

 

De maatschappelijk werkster stapt binnen en kijkt verbaasd naar de vreemde situatie.

Maatschappelijk werkster:  Ik ben hier toch wel goed, hè?

Hoofagent: Dat ligt er maar aan waar u wilt zijn, mevrouw. Zegt u het maar.

(Agenten weer op hun plaats)

Maatschappelijk werkster:  Ik ben mevrouw Komijn-Loot. Ik kom voor het meisje waarover u belde.

Hoofdagent: O ja. Fijn dat u er bent. Dit is ze.

Maatschappelijk werkster: Dag. Hoe heet je?

Sandra: Sandra, mevrouw.

Maatschappelijk werkster: Ik ben...

Sandra: Mevrouw Konijn op schoot. Dat zei u toch?  (allen lachen)

Maatschappelijk werkster: Komijn-Loot. Nou ja, laat maar. Ga je mee, Sandra?

Sandra: Waarheen dan?

Maatschappelijk werkster: Naar een opvangadres.

Sandra: Vooruit dan maar. Ik dacht dat Konijn op schoot nooit opschoot.

Agent: Dag Sandra.

Sandra: Zeg mannen. Kan ik niet gewoon hier blijven?

Hoofdagent: Zeker in het arrestantenlokaal. Daar zit ook een douche in, precies boven de deur. Als je dan lastig bent, kunnen we je afkoelen.

Sandra: Nou, ik hoor het al. Erg vriendelijk zijn jullie niet. Ik ga maar met Konijn mee. Dag!

Agenten: Dag! De groeten aan Appeltje als je haar weer ziet.

Sandra: En jullie aan de commissaris.

 

 

3e scène

Schoolplein.

Kinderen doen allerlei spelletjes. Ballen, touwtje springen.

Sandra, Astrid en Petra. Touwtje overnemen.

 

Astrid: Hé Sandra. Hoe is het in het opvanggezin?

Sandra: Welk opvanggezin bedoel je?

Astrid: Jij bent toch in een opvanggezin?

Sandra: O ja, al in het derde. En dan mag ik nog blij zijn dat ik hier op school kan blijven.

Petra: Het derde?

Sandra: Ja. In het eerste was ik te brutaal. Ja kijk, die mensen aten zo netjes met een mes en vork. Dat ben ik niet gewend. En als ik dan alleen met m'n vork at haalden ze m'n bord weg. En dan was het 's nachts onweren.

Petra: Onweren?

Sandra: Ja, in m'n maag. Ik rammelde van de honger. Dus sloop ik naar beneden en at de koekjes uit de trommel op. En dat mocht natuurlijk niet. Ze hebben Konijn op schoot gebeld om me te komen weghalen.

Astrid: Konijn op schoot?

Sandra: Ja, m'n maatschappelijk werkster. M'n tweede tijdelijke adres was een kindertehuis. Dat was de hele dag vechten en ruziemaken. En je moest uitkijken dat ze niks van je gapten. Als je je kauwgompie even neerlegde had je even later alleen maar spuug over. Dus ik naar het derde adres.

Astrid: En kan je nog steeds niet terug naar je opa en oma?

Sandra: Was dat maar waar. Ik heb ze een keer opgezocht. Heb ik een tientje gepakt uit dat mens d'r portemonnee voor een tramkaartje en een zak patat.

Petra: Heb je gestolen?

Sandra: Ja, hoe kan ik anders bij Appeltje komen? Lopen zeker. Ja, ik ben niet op m'n achterhoofd gevallen.

Astrid: En nou?

Sandra: Weet ik veel. Ze zoeken een pleeggezin voor me. Maar die zullen me wel gauw zat zijn. Ik blijf eeuwig zwerven, zoals de Vliegende Hollander, weet je wel? (Doet pathetisch) Vervloekt, vervloekt. Eeuwig zal je zwerven. Wie mot mij nou? Mensen die pleegkinderen opnemen willen alleen maar een lief meisje van een jaar of drie met een roze strikkie in d'r haar.

(De kinderen doen Sandra een strik in het haar. De anderen komen erbij staan.)

 

Lied nr. 3.

(een rijtje kinderen achter elkaar, handen op elkaars schouder. Om de beurt gaan de even en dan weer de oneven kinderen met hoofd en bovenlijf naar rechts of links. (Na elke zin) De anderen blijven rechtop staan.

 

Ik ben je pappa.       Klik op muziek         Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

Ik ben je mamma.

Zeg maar tante hoor, m'n kind.

Ik ben je pappa

Ik ben je mamma

Ach beschouw mij maar als je vrind.

 

Een kind sprekend: Maar als ze steelt moeten we haar niet.

Een brutale mond opzetten mag beslist niet.

Ander kind: Op tijd onder de wol en gezond eten.

Derde kind: Ze is toch niet gehandicapt, hoop ik, want dat is voor ons te zwaar.

 

Een lieve kleine baby

Met een knap gezichtje.

En zonder ouders alstublieft.

Dat heel goed is in leren

Zonder een gebrekje. (En beslist geen gekje)

Dat altijd dankjewel zegt.

En niet met andere kinderen vecht.

Zoiets willen we wel in huis.

Maar beslist geen GESPUIS!.

De bel gaat.

Kinderen: Jongens, de meester, kom vlug.

 

 

Doek.

 

 

4e scène

Huiskamer.

Vader, moeder, kleine broer, twee grotere broers.

Aan tafel bij het Bijbellezen.

 

Vader: leest: Mat. 25: 35-40

Moeder: Dat is een fijn stukje, vader. En juist voor nu, want dadelijk komt Sandra.

Vader: Ja, en jullie weten, dat we om een pleegzusje gebeden hebben. Dus we laten haar merken dat ze welkom is. Het zal de eerste tijd best moeilijk zijn voor haar en voor ons.

Moeder:  Zo'n meisje moet aan ons wennen. Laten we de Heer om liefde en geduld vragen.

Vader: Vader, U hebt ons zo liefgehad. U gaf Uw enige zoon. Leer ons ook om elkander lief te hebben. Ook Sandra, ons nieuwe zusje. In Jezus' naam Amen.

Allen zingen: Jezus' liefde.

ruimen af.

Wie doet de afwas?

Bel gaat en Sandra komt binnen met Maatschappelijk Werkster.

Begroetingen over en weer.

Moeder:  Ga maar zitten, hoor! Doe maar...

Sandra: Of je thuis bent... en graag drie schepjes suiker in de koffie en veel melk.

Moeder en de anderen kijken verbaasd.

Sandra: En ook een koekje graag.

Moeder:  (verbaasd) O...

Maatschappelijk werkster: Sandra toch!

Sandra: Ja, zo langzamerhand weet ik wel hoe het gaat als je ergens komt.

Ze drinken koffie.

Moeder:  Peter, laat jij Sandra even haar kamertje zien.

Sandra: Ja, dan zijn jullie me even kwijt, hè? Kun je lekker over me roddelen.

Maatschappelijk werkster: Ze is wat ontregeld, maar dat gaat er wel af.

Moeder:  Laten we hopen.

Vader: Zijn er nog dingen die we beslist moeten weten?

Maatschappelijk werkster: Sandra heeft wel een moeder, maar wie haar vader is weten we niet.

Moeder:  Komt haar moeder wel eens op bezoek?

Maatschappelijk werkster: Daar is een grote kans op.

Broer: Heeft ze verder nog familie?

Maatschappelijk werkster: Sandra is door opa en oma opgevoed. Lieve mensen, maar te oud voor zo'n spring in 't veld.

Broer: Ja, zeg dat wel.

Maatschappelijk werkster: Meestal beginnen we met weekenden, maar omdat Sandra net uit het opvanggezin wegmoest en we haar niet in een vierde opvanggezin wilden plaatsen, moeten jullie maar de hele klap opvangen.

Sandra komt naar beneden gebonkt.

Maatschappelijk werkster: En?

Sandra: Gaaf, hoor! Er ligt een dekbed met bloemetjes. Goede nicht staat erop.

Broer: Wat? Good night zul je bedoelen. Dat betekent Welterusten.

Sandra: Ja, en een knuffeldier, een zeehondje. Lekker zacht. Komt zo van grinpies.

Moeder:  Heb je je koffertje al uitgepakt, Sandra?

Sandra: Nee, mevrouw, moeder, tante.

 

Sandra gaat vooraan het toneel staan, terwijl de anderen doormimen. Ze vertelt van haar koffertje.

Sandra: M'n koffertje uitpakken? Ja, ik zal me daar gek wezen. Daar zitten m'n schatten in.

(Maakt het open en toont ze.)

Een kaart van opa en oma uit die Zurebommenstad.

Een tekening van mij, waarvoor ik een acht kreeg van de meester.

Een foto van mij toen ik een baby was. Lekker diertje, hè? Een medalje van de vierdaagse. Een uitnodiging voor een feessie van Astrid, m'n eigen lippenstift, een Duitse mark van opa en dit... Niet lachen, hoor! Een B.H. uit de ouwe lorrenzak. Niemand weet dat ik die heb. Hij past me al bijna. Nee, ik ben niet gek. Ik pak m'n koffertje niet uit. Als ze me wegsturen ben ik al m'n schatten kwijt. Ik houd alles in m'n koffertje, tandenborstel, kleren, alles. Kan ik zo weglopen als het moet. Wist ik maar wat ze wilden. Dan ging ik nou vast. Helemaal naar het buitenland. Ergens zit vast wel een lieve moeder op mij te wachten. In Frankrijk misschien wel. Dan kwam ik precies de dag voor Kerst bij haar binnenlopen en dan zou ik zeggen Hallo en zij blij met haar Kerstcadeau, dat ben ik...

Weet je wat? Als ik nou extra vervelend doe, dan sturen ze me gauw weg. Dan haal ik Parijs nog voor de Kerst.

Ze pakt een spiegeltje en kamt haar haar. Zegt tegen zichzelf: Sandra, je hebt weer eens een van je heldere momenten.

Maatschappelijk werkster:  Ik ga weer opstappen. (zegt iedereen gedag)

Dag Sandra, tot woensdagmiddag, hè? Dan gaan we samen naar MacDonald.

Sandra: Mij best, als u maar betaalt.

 

Doek

 

5e scène

Zelfde kamer.  Sandra staat op haar kop.

Moeder komt binnen.

Moeder: Wie heeft die vuile voeten gemaakt in de gang?

Sandra: (blijft zo staan) Ik.

Moeder:  O, ruim dan even op. De veger en het blik staan in het rechterkeukenkastje.

Sandra: (gaat staan) Krijg nou wat, zeg! Doe het zelf.

Moeders mond valt open van verbazing.

Sandra: En ik heb ook geld gestolen van u. Hebt u dat niet gemerkt.

Moeder:  Geld gestolen?

Sandra: Ja, vijfentwintig gulden uit uw portemonnee.

Moeder kijkt haar aan en gaat dan zelf de vieze voeten opruimen.

Jongens: Wat ben jij brutaal, zeg! Als wij dat zouden zeggen.

Dan kregen we van driedubbeltjes.

Sandra: Bemoeien jullie je met je eigen bemoeisels, afgekloven berenkluifies.

Jongens: Haha, afgekloven wat?

Sandra: (loopt boos weg.) Stomme oliebollen.

 

6e scène

Sandra's kamertje en Peters kamertje. Een scheiding op het toneel. Een donker gedoetje met zaklantarenlicht, veel geschuifel.

 

Sandra: Au!

Wat staat hier toch allemaal? Ik zal ze krijgen die twee akelige knullen. Ze lachen me gewoon uit.

Pft! Boem! Au! O, Peters laarzen. Die laat hij altijd slingeren. Wacht, hier is licht. Zo, om te pesten ga ik met zijn computer spelen.

Ja, van dat mannetje dat een schat uit een kasteel moet halen. Ja, dit is het.... Zo moeilijkheidsgraad 3. O.K.

Peter komt binnen en Sandra schrikt.

Peter: Wat doe jij aan m'n spullen, Sandra?

Sandra: Ik dacht...

Peter: Ga gauw naar beneden. De Kerstboom is gekomen. Dan kan je helpen met optuigen.

Sandra: Ik kijk wel uit. Ik tuig liever af en dan wel jou.

Peter: Moet je dat horen. Zo'n klein ding.

Sandra in haar eigen kamertje. Zit met de handen onder het hoofd.

Sandra: Het is helemaal mislukt. Nou willen ze me niet meer.

(De muziek van 'Sandra, wat nou?' weerklinkt.

Hansje komt binnen.)

Hansje: San kommie spelen? Ik heb een boot gemaakt. En die gaat kilo veertig. Straks gaat'ie heel scheef en dan vallen alle mensen eruit. Ja?

Sandra: Nee, speel maar alleen.

Hansje: Ben je boos? Dat wil de Heer Jezus niet, hoor!

Moeder:  Hansje, kom je de Kerstboom versieren?

Hansje: Ja, ik kom. Kom jij ook, San?

Sandra: Nee.

Hansje: Nou, dan moet je het zelf maar weten, hoor!

Sandra pakt haar koffertje als Hansje weg is.

Sandra:  Nou, dan ga ik maar. Dag Knuffelbeest (geeft het een zoen)

Dag dekbed.

Ze zingt:     Klik op muziek                Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

Dag knuffelbeest.

't Is leuk geweest.

Dag leuk, gezellig speelgoed.

Ik moet nou weg.

Och, wat een pech.

Dag leuke, strooien hoed.

(zet de hoed nog eens op voor de spiegel)

Ik kom niet meer terug.

Ik moet weg en vlug.

Dag lieve poppensnoet.

Moeder klopt.

Moeder:  Mag ik binnenkomen, Sandra? Mag ik even gaan zitten?

Eigenlijk hadden we je dit cadeautje met de Kerst willen geven, maar omdat je een beetje in de put zit, dachten we om je op te vrolijken...

Sandra: Wat? Een cadeau? Een Kinderbijbel. En ik dacht dat jullie... Ik was juist zo lastig.

Moeder:  Lastig zijn we allemaal op z'n tijd. En in dit boek gaat het over Jezus, die zoveel van lastige mensen hield, dat Hij voor hen z'n leven gaf.

Sandra: Sturen jullie me dan niet weg?

Moeder:  Natuurlijk niet. We hebben juist gebeden om een pleegkind.

Nu je bij ons bent willen we ook dat je blijft.

Sandra legt het boek neer en vliegt de moeder om de hals.

Sandra: Bedankt voor het boek. Wilt u mij er elke avond uit voorlezen? Ik zal echt proberen goed mijn best te doen.

Moeder:  O.K. Zou mijn jongste dochter mij dan nu willen helpen met de kerstcake te versieren?

Sandra: Joepie! Maar eerst... ga ik mijn koffertje uitpakken.

 

 

EINDE