Zing voor de koning, een toneelstuk

 

Korte Inhoud:

Drie jongens zijn erbij als Jezus op Palmpasen Jeruzalem binnenrijdt.

Ze vinden Hem maar een vreemde koning. Hij rijdt op een ezeltje en heeft geen leger. Ze gaan op onderzoek uit en ontdekken wat een wonderen Jezus deed. Alles vertellen ze aan grootvader. Samen komen ze tot de conclusie dat deze man toch de Messias is.

Dan wordt Jezus gekruisigd. Nu begrijpen ze het niet meer. Moet de Messias sterven?

Gelukkig krijgen ze een paar dagen later de heerlijke boodschap dat Jezus opstond uit de dood. Ze gaan het overal vertellen. Het fijne van dit Kerstspel is, dat Jezus verhaal niet bij een baby blijft steken.

Een leuke scène zijn de soldaatjes, kleine kinderen die stoer marcheren.

 

U hebt ongeveer 25 spelers nodig. (Sommigen kunnen evt. dubbelrollen nemen)

Veel kinderen kunnen ingevoegd worden bij de engelen, de soldaten, de mensen op straat.

 

Het lied Klap in je handen van blijdschap is van Jan Visser en Nando van Essen, uitgegeven bij Timotheüs, Eindhoven.

Het lied Hosanna is van Job Heeger en Rob van Dijk, eveneens uitg. Timotheüs,

Kleding: De soldatenhelmen zijn gemaakt van kapotte ballen. De officier heeft een rode pluim. De rokken van de soldaten worden gemaakt van vuilniszakken, die dwars ingeknipt worden tot tien centimeter van de bovenkant. Van karton kan men bovenkanten van schoenen maken, die sluiten met veters om de benen. Rode capes, witte rokken met een rode band.

 

Spelers:

Sim en Jos

Moeder en vader

Klein broertje/zusje

Schoenmaker

Anna, vrouw van Bartimeüs evt. met kind.

Sinaasappelverkoper en vier vrouwen

Man

Buurvrouw

Hoofdman

Soldaat 1

Soldaat 2 (dom)

Mensen die Hosanna roepen

Drie herders, schapen

Ben Amos. Jacob

Engel, engelen

Jozef, Maria

Kleine jongen

 

 

attributen:

palmtakken, kleding om omhoog te gooien

timmerspullen, plankje, Bijbelrol

sandalen, schoenmakersspullen, uithangbordje

mand met sinaasappelen

papiertje met de woorden die op het bordje moeten komen

speelgoed voor het kleine kind

houten zwaarden

speren

vuurtje

kribbe

herdersstaf voor elke herder.

 

Scènes:

1. Buiten. Indien mogelijk het toneel in tweederde/eenderde verdelen. Men kan voor kamer/werkplaats een soort schot nemen met een dwarsschotje in het midden. Evt. met boog erin om door te lopen. Als men dit schot omdraait kan men het gebruiken als stal. Bij de buitenscène kan men een soort hardboard struik ervoor zetten. Dat spaart gesleep.

2. Kamer, ernaast timmerwinkel

3. Nachttafereel, veld met vuurtje. In het kleinste gedeelte de stal, evt. met voormuur die je weg kunt halen.

4. Op straat en bij de schoenmaker.

5. Kamer

6. Buiten.

 

liederen:                                                    

1. Zing voor de koning

2. Hosanna

3. Wat is dat voor een man?

4. engelen

5. De herders zingen

6. Jozef en Maria zingen

7. Wij zijn soldaten

8. Zo maar midden op de dag

9. Heden kondig ik u aan

10. Klap in je handen van blijdschap.

 

 

Scène 1

 

Drie spelende kinderen vallen neer op het gras.

David: Hèhè, ik ben doodop.

Sim: Nou, anders ik wel.

Jos: Jullie ploffen wel lekker neer, maar het is echt tijd om naar huis te gaan.

David: Och, effetjes, Jos. Dat kan toch wel?

Sim: O ja, ik moet ook naar huis. Opa is ziek.

David: Je opa? Wat heeft hij dan?

Sim: Nou, hij bracht wat timmerwerk voor m'n vader weg en op de terugweg dwongen een paar soldaten hem om een zwaar pak te dragen. Nou, je begrijpt. Hij kwam meer dood dan levend thuis. Nou ligtie op bed, al een paar dagen...

Jos: Tsj... wat gemeen van die lui, zeg! Om zo'n ouwe man te nemen.

David: Ja joh. We zitten onder het Romeinse juk. Je kunt maar het beste doen wat ze zeggen, want anders...

Jos: Als we nou eens met z'n alles die Romeinen het land uitjoegen?

Sim: (wijst op zijn voorhoofd) Jij bent gek. Ze zijn toch veel sterker. Wij hebben geeneens een leger. Nee, dat wordt niks.

David: Mijn vader zegt dat ze zo'n dertig jaar geleden ook geprobeerd hebben. Toen hebben er wat kruisen gestaan... Van Galilea tot hier. Op elke heuveltop.

Sim: Hé Daaf, jij moest maar koning worden. Jij hebt rood haar net als koning David.

David: Dat is dan ook de enige overeenkomst. Ik ben al bang voor het namaakzwaard van m'n broertje. Die David was dapper, hè? Zoals hij de vijand versloeg. Niet te geloven.

(Ze spelen het eventjes.)

Sim: En toch denk ik er de laatste tijd veel over na. God heeft ons toch de Messias beloofd. Als er ooit een tijd is geweest dat we die nodig hadden, dan is het nu wel.

Jos: Ja, de Messias. Zouden wij dat beleven?

David: Ik liet me gelijk inschrijven als soldaat in zijn leger.

(Met de armen om elkaars schouder lied nr. 1.)

 

Lied nr. 1    Klik op muziek lied 1        Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

 

 

Zing voor de koning, de koning der Joden.

Zing je verlangen maar uit, Israël.

Wacht op je koning, de koning der Joden.

Eens zal Hij komen, misschien wel heel snel.

 

Er komt een groep met palmtakken op zingend

 

lied nr. 2  (Geen bladmuziek beschikbaar)

 

Hosanna

 

Ze gooien kleren omhoog en een gebroken palmtak wordt door een van de jongens opgeraapt. De jongens rekken zich om de koning te zien.

Ze komen weer bij elkaar.

 

Sim: 'k Vond hem best aardig. En jullie?

Jos: Dat wel, maar veel te slap, man! Een koning moet hard zijn. (Laat z'n spierballen zien) Anders hebben ze geen ontzag voor hem.

David: Ja, dat vind ik ook. Hij had geen zwaard en geen soldaten.

Ze halen hun schouders op en zeggen: Dat is een vreemde koning, zeg.

(af)

Jos:  (komt nog even teruglopen en zegt geheimzinnig tegen de mensen in de zaal: )

Zeer merkwaardig.

 

 

Scène 2

 

Jongens komen op, begroeten moeder en opa. Vader, de timmerman, zit in een aangrenzend kamertje te timmeren. Opa ligt in bed. Jongens vertellen enthousiast.

 

Sim: Mam, we hebben een soort koning gezien.

Jos: Ja, mevrouw. En hij reed op een ezeltje. Haha!

David: Hij had geen zwaard en geen soldaten. Nou, die is er gauw geweest. Er waren heel veel mensen, die achter hem aanliepen.

Sim: En hun jassen legden ze voor hem op de grond. Ze zwaaiden met palmtakken.

Jos: Ze zongen Hosanna, de koning komt.

Opa: (roept klagelijk) Sim, wat is er?

Sim: Opa, het was een Jood. Denk eens in opa. Een koning van de Joden (Vertelt alles nog eens precies aan opa.)

Vader: 't Zal wel die profeet uit Nazareth zijn. De hele wereld loopt hem na.

Opa: Wie is die man? Ik zou best meer van hem willen weten. Is hij uit het geslacht van Koning David? Dat zal wel niet als hij uit Nazareth komt, zoals je net zei...

Sim: Ja, wie is die man?

Moeder: (zuchtend) Zeker weer zo'n politiekeling, die de regering omver wil werpen... Wie zal het zeggen.

 

lied nr. 3    Klik op muziek lied 3      Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

 

 

Wat is dat voor een man?

Jeruzalem spreekt ervan.

Ook koning Salomo

Reed op een ezel zo.

Zeg is die man wel aardig?

Het koningschap wel waardig?

Is Hij soms Davids zoon?

Dan wacht Hem nu de troon.

Maar als Hij niets wil weten van Thora en profeten.

Dan is Hij een bedrieger vast en krijgen wij veel last.

 

 

Vader: Ik moet ineens aan vroeger denken. Toen ik nog een kleine jongen was heb ik iets heel bijzonders meegemaakt.

Moeder: O, als jij over vroeger gaat vertellen, dan ga ik maar aan m'n werk hoor!

Sim: Toe, vader, vertel eens. Ik hoor graag verhalen van vroeger.

Jos: Ja, vertelt u eens.

Vader: Weet je wat, jongens, loopt even mee. Ik moet deze plank bij een klant brengen. Onderweg vertel ik jullie die geschiedenis.

(Loopt naar voren, zodat het doek achter hen gesloten kan worden. Daar gaat hij zitten vertellen.)

Vader: Nou, jongens, moet je horen...

Ik was zo oud als jullie toen mijn vader op een dag vermoeid thuiskwam van zijn werk. Hij was herder. Hij zei: Vrouw, ik moet vannacht werken. Er zijn veel collega's ziek en ik neem Jacob mee. Dat was ik. Moeder mopperde wel, maar vader zette door en zo kreeg ik mijn eerste baantje. Die nacht, jongens werd de mooiste nacht van mijn leven. Ik denk er nog vaak aan terug.

 

doek open

(Vader en de jongens blijven stil zitten, in het donker nu, terwijl op het toneel het spel doorgaat.

 

 

Scène 3

 

Ben Amos en Jacob komen op.

Ben Amos: Sjalom, vrienden.

anderen: Sjalom.

Herder 1: Heb je je zoon meegenomen?

Ben Amos: Ja, hij is oud genoeg vind ik.

Herder 1: Hoe oud ben je, m'n jongen?

Jacob: Bijna Bar Mitswa meneer.

Herder 2: Meneer? Die is goed zeg. Zeg maar gerust Scheve. Zo noemen ze hem allemaal.

Herder 1: Ja, dat is goed, hoor! Ik geef er niet om. Ik ben er trots op dat ik Scheve word genoemd, want als ik er niet trots op ben, ben ik het toch. (gelach) (Vader en Zoon gaan zitten)

Herder 1: Niet dat ik niet recht zou willen worden, hoor! Soms heb ik erge pijn, maar moeder zei altijd: Eens zal de Messias komen, die maakt alles weer recht wat krom is...(Haha)

Herder 2: Als we dat eens mochten beleven, Scheve.

Ben Amos: Ach, alstie komt, zal hij wel andere dingen aan z'n hoofd hebben dan naar ons arme mensjes om te kijken. Politiek, meneertje, alles is politiek. Ook de Messias zal voor ons geen tijd hebben.

Jacob: Maar Abba, gisteren leerde ik nog op de sjoel: 'De armsten onder de mensen zullen juichen.' We moesten het naschrijven. Daarom heb ik het onthouden. Ben Amos. Knappe zoon van me.

Herder 1: Ja, Ben Amos, het is waar. De Messias zal niet zijn als andere heersers in de wereld. Die kijken alleen maar naar macht en rijkdom. (Even zwijgen ze allemaal.)

Herder 2: Het is anders een schitterende nacht. De beesten houden zich ook rustig. Hebben jullie ook altijd zo'n onwerkelijk gevoel op een nacht als deze. Je zou niet zeggen dat er zoveel ellende is op de wereld. Het is zo vredig.(Ineens een groot licht) 

Een engel verschijnt.

Engel: Vrede zij u.

Herders:  (Vallen op de grond.) Help, wat is dat? God bewaar ons!

Engel: Wees niet bevreesd. Zie ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel zal vallen. U is heden de Heiland geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal u het teken zijn: Gij zult het kindeke vinden in doeken gewikkeld en liggende in de kribbe.

(Een heleboel engelen komen. Zij zingen: Ere zij God. (lied 4)

 

 

Lied nr. 4

 

Ere zij God  (Geen bladmuziek beschikbaar)

 

 

 

 

De muziek wordt zachter en eindigt met neuriën.)

Ben Amos: Ongelofelijk. Ik denk dat ik droom.

Herder 1: Mijn moeder had gelijk. De Messias is gekomen.

 

(Lied door de herders lied 5.)  (Geen bladmuziek beschikbaar)

 

 

Jacob: Vader, laten we naar Bethlehem gaan om te kijken naar wat God ons heeft gezegd. We kunnen de schapen wel even alleen laten.

Ben Amos: Ok. We gaan kijken in Bethlehem.

Herder 3: In deze kleren?

Herder 1: Ja, hèhè... Heb jij andere?

Herder 3: Nee, maar voor zo'n belangrijk iemand.

Jacob: Het is nog maar een kindje, hoor! Het ligt zelfs in een kribbe, nou dan.

Ben Amos: Kom vrienden, niet kibbelen, wat een nacht, wat een nacht! Droom ik nou echt niet?

Jacob: Nee, pa. Zal ik in uw arm knijpen?

Ben Amos: Au!

Herder 3: Kijk, daar is een stal. Er schijnt wat licht. Zullen we eens gaan vragen?

(Kloppen op de deur of lopen naar binnen)

Jozef: Krijgen we bezoek?

Herder 1: Ja, we hebben gehoord, dat de Messias is geboren. Is dat soms hier?

Jozef: (verbaasd) Maar weten jullie dat...

Herder 2: Een engel vertelde het ons.

Jozef: Hoor je dat, Maria?

Maria: God heeft naar zijn volk omgezien. Deze herders... Hij heeft ze lief. Laat ze toch verder komen, Jozef.

(Herders verder naar binnen. Maria toont baby.)

Maria: Kijk, dit is Hem. Op dit kind heeft ons volk nu zo lang gewacht.

Herder 1: Dat zou koning David eens moeten zien.

Herder 2: Of de profeet Jesaja.

Herder 3: Of onze vader Abraham. (Allen lachen instemmend) (De herders kijken even naar het kindje.)

Jacob: Het lijkt zo'n gewoon kindje.

Maria: Ja, jongen, maar Hij zal zijn volk redden. Hij heet Jezus, redder.(Jozef en Maria zingen lied 6)

Ben Amos: Wat zijn we gelukkig, dat we met onze eigen ogen de Messias mochten zien.

Alle andere herders: Ja, Dit is de mooiste nacht van ons leven.

 

Doek

 

Spot weer op Vader en de twee jongens.

Ben Amos: En dat, jongens was de mooiste nacht van mijn leven.

Sim: Hé, vader, waarom hebt u ons dat nooit eerder verteld? Wij dachten dat de Messias nog geboren moest worden. Trouwens, hebt u nog wel eens wat van Hem gehoord?

Ben Amos: Dat kind zal wel vermoord zijn Sim. Want dit gebeurde in de tijd dat Herodes de Grote nog koning was. Dat was een verschrikkelijk mens. Hij had er lucht van gekregen dat er een koningskind was geboren in Bethlehem. Zijn soldaten doodden alle baby's in Bethlehem.

Jos en Sim: Wat? Echt waar? Wat gemeen.

Sim: Maar Abba, u zei ook dat het kind Jezus heette en die man die wij daarstraks zagen heet ook Jezus.

Vader: Ja, dat kan wel, maar d'r heten zoveel mannen Jezus. Maar... als hij ontsnapt zou zijn aan het zwaard van Herodes, dan kan het.

Jos: Hebt u nooit eens meer geïnformeerd naar dat kind?

Ben Amos: Nee, eigenlijk niet. Ik durfde niet. Voor je het weet word je opgepakt.

De laatste tijd hoor ik wel over een profeet die genezend door Galilea trekt, maar de leiders van ons volk mogen hem niet. Dus zal Hij wel niet de Messias zijn.

Sim: Het was een mooi verhaal, vader. Maar zullen we eens verder gaan? Ik begin honger te krijgen.

Jos: Over eten gesproken. Ik ruik, geloof ik de bonensoep van m'n moeder al. Dus ga ik mijn neus maar eens achterna. Dag timmerman, dag Sim. Tot ziens.

 

 

Pauze

 

 

 

 

Scène 4

 

Sim ontmoet vriendje, die met kapotte palmtak loopt te zwaaien.

Jos: Wat ga je doen, Sim?

Sim: Naar de schoenmaker. Er moet een nieuwe gesp aan mijn vaders sandaal.

Jos: Vind je het goed als ik met je meeloop. Ik heb toch niks te doen.

Sim: O.K.

(Bij de schoenmaker)

Schoenmaker: Zo, jongelui wat kan ik voor jullie doen?

Sim: Dit gespje meneer, kunt u dat nog repareren?

Schoenmaker: O, dat is zo gepiept. Jullie kunnen erop wachten, hoor!

Wat zie ik? Hebben jullie de koning binnengehaald?

Jos: Wat bedoelt u?

Schoenmaker: Die palmtak in je hand. Heb jij soms geen Hosanna geroepen.

Sim: Eh.. Nou nee. Weet u iets over die koning?

Schoenmaker: Zie je die vrouw daar lopen? Dat is Anna. Vraag haar maar eens wie de koning is. Maar, jongens, denk aan die Romeinse soldaten, hè. Overal loeren spionnen van Herodes. Voor je het weet zit je opgesloten in de burcht Antonius.

(Jongens hollen achter Anna aan. Roepen nog even: Bedankt.)

Jos: Mevrouw.

Anna: Wat is er?

Jos: De schoenmaker zei, dat we u moeten vragen wie de koning is.

Anna: Nou, dat is nogal duidelijk. Vroeger woonden wij in Jericho. Toen was mijn man blind.

Sim: Blind?

Anna: Ja, kind, blind. Je snapt dat wij bittere armoede leden. We moesten van het beetje geld dat mijn man Bartimeüs bijeenverzamelde, leven. Op een dag hoorde hij dat Jezus langskwam.

Sim: Die koning dus.

Anna: Dit is mijn kans dacht hij meteen en hij begon te roepen. Jezus, zoon van David ontferm u over mij. De mensen riepen dat hij zijn waffel moest houden, maar mijn man schreeuwde nog harder. En wat denk je? Jezus genas hem.

Jos: Sjonge zeg! Hoor je dat Sim?

Sim: Haast niet te geloven, maar kom nou mee, anders wordt mijn moeder boos.

Jos: Bedankt mevrouw, tot ziens.

(Ze hollen weg en botsen tegen een sinaasappelverkoper aan. Hij draagt ook een matje met zich mee.)

Sinaasappelverkoper: Hola jongens, kunnen jullie niet uitkijken?

Jos: Sorry meneer.

Sinaasappelverkoper: Hebben jullie ook hosanna geroepen? Ik zie het aan die palmtak.

Jos: eh...

Sim:  Weet u iets over die koning? (Er komen nog meer mensen om heen staan.)

Sinaasappelverkoper: Nou en of. (toont matje) Hier heb ik jarenlang op gelegen, verlamd. Maar Jezus genas mij. Voor mij is Hij de koning, snap je?

Vrouw1: Het is waar wat hij zegt.

Man: Mijn vader was doof. Jezus genas hem..

Vrouw2: Een neef van mij uit Naïn was dood. Hij was het enige kind van zijn moeder. Jezus had zoveel medelijden met haar dat Hij hem uit de dood terugriep.

Vrouw3: Een tante van mij was melaats.

Vrouw4: En ik? Ik had twaalf jaar lang bloedvloeiingen. Ik was vel over been, tot ik zijn kleed aanraakte en Hij genas me.

Sinaasappelverkoper: Soldaten! Wegwezen! En jullie jongens... hier elk een sinaasappel.

(Gaat verder met zijn waar aan te prijzen) (Jongens lopen weg.)

Jos: Zou het toch de Messias zijn?

(af)

 

Soldaten komen aangemarcheerd. Voeren een show op en zingen lied 7.

Het is leuk als hier kleine soldaatjes bij zijn.

 

Hoofdman: Sectie... Halt!  Op de plaaaats rust!  Mannen, zijn jullie zwaarden scherp?

Soldaten: Yes Sir!

Hoofdman: Hebben jullie je schilden ingesmeerd met olie, je koperen knopen gepoetst en je helm gecontroleerd?

Soldaten: Yes Sir!

Hoofdman: Mooi zo, de keizer heeft jullie nodig. Hij wil meer macht. Willen jullie daarvoor je leven geven?

Soldaten: Yes Sir!

Hoofdman: Juist. De keizer kan op jullie rekenen. Weest moedig en strijdt voor Rome, dan zul je als je oud wordt een prachtig landhuis krijgen.

Soldaat 2: En als we sneuvelen voordat we oud zijn?

Hoofdman: Bij Jupiter, stel toch niet zulke domme vragen. Voorwaarts mars!

(Marcheren verder zingend lied 7 en af.)

 

Lied nr. 7     Klik op muziek lied 7           Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

 

 

Wij zijn soldaten van de keizer van Rome.

We zijn voor niemand bang, laat de vijand maar komen.

Met dreunende laarzen een helm en een speer.

Wij zijn soldaten. Wij vechten voor de eer.

Voor Rome en ons vaderland, de keizer onze Heer.

Zo trekt het legioen door 't land. Het legioen van eer. (2x)

Wij zijn soldaten enz.

Met wapperende vaandel, het zwaard in de hand.

Wij zijn soldaten, vooruit ga aan de kant.

 

 

 

Scène 5

 

Opa luistert naar Sim die alles vertelt.

Opa: Pak de rol van Jesaja eens, Sim.

Sim: Ja, opa.

Opa: Lees eens voor wat hier staat.

Sim: (Wat aarzelend) Dan zullen de ogen van de blinden geopend worden, de oren van de doven kunnen horen, dan zal de lamme springen als een hert... (roept verbaasd) Maar dan is Jezus de Messias.)

Opa: Ja, dat denk ik ook. Goddank zal er eindelijk een einde komen aan ons lijden.

Buurvrouw: (Komt binnen, roepend) Ooohh, ooh! Mensen. Ze zeggen dat die Jezus vannacht gevangen is genomen.

Allemaal: Wat? Waarom?

Buurvrouw: Weet ik niet. De stad is erg onrustig. Onze Joodse leiders hebben hem schuldig bevonden. Jezus zegt dat Hij Gods Zoon is, dat kan toch niet. Pilatus wou hem nog vrij laten, maar omdat hij bang was voor de leiders heeft hij hem toch maar veroordeeld tot de kruisdood.

(Iedereen schrikt)

Sim: Abba! Soldaten. Kijk, ze moeten hier zijn.

Twee soldaten komen op.

Soldaat 1: Waar is de timmerman?

Ben Amos: Wat wenst u??

Soldaat 1:  Maak direct een houten bordje van anderhalve span bij een span. U moet er ook iets op schrijven. We zullen erop wachten. Snel.

Ben Amos: Wat moet er dan opstaan?

Soldaat 2:  Het is voor een van die gekruisigden. Even kijken. Hier heb ik het perkamentje met het opschrift.

Ben Amos leest: Dit is de koning der Joden. (Iedereen slaat de hand aan de mond.)

Vader stuurs: Gaat u maar even mee naar de werkplaats.

(Even later soldaten af.)

Buurvrouw: Ik ga ook maar. Tot ziens, hoor!

De achterblijvenden fluisteren: Jezus! Het is de Messias die ze gaan kruisigen.

Sim: God beware Hem. Ik ga er ook naar toe, mam. Daar wil ik bij zijn.

Moeder: Niks ervan. Hier blijven. Zo'n terechtstelling is iets vreselijks. Daar mag je van mij niet bij zijn. Ga je vader maar helpen met timmeren.

(Het wordt donker.)

Allemaal: Hé, wat is dat nou?

Moeder: Waar zijn de kinderen? Wat gebeurt er?

(Buurvrouw rent binnen met Jos.)

Buurvrouw: Mensen wat een duisternis, zo midden op de dag. Dat is vast om Jezus. De zon is rood als bloed. O, als de wereld nu maar niet vergaat. Er gebeuren vreemde dingen. Ze zeggen... (Wacht even om meer indruk te maken) dat het kleed van de tempel gescheurd is, van boven naar beneden. Dat is een oordeel van God.

Iedereen: Oh!

Buurvrouw:  Dit is de eerste gehangene die niet heeft gevloekt. Hij bad zelfs om vergeving voor zijn vijanden.

Moeder: Het was een goed mens, ja, meer dan dat.

Jos: En weet je dat die verrader van Hem, die Judas zich heeft opgehangen.

(Iedereen slaat de hand aan de mond)

Opa: Hij was toch de Messias. Die moet toch koning worden?

Vader: Ja, waarom moet Hij dan sterven? Hoe kan Hij ons redden als hij dood is?

 

Lied Nr. 8   Klik op muziek lied 8         Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

 

 

Zo maar midden op de dag.

Staakt de zon het schijnen.

Zo maar midden op de dag

Gaat het licht verdwijnen.

Dichte duisternis alom.

Adonai, waarom, waarom?

Waarom hebt gij ons verlaten

Waarom liet gij ons alleen.

Loopt de dood over de straten

Als bij 't pasen lang geleen.

Onze koning werd ons lam.

Is dat echt waarvoor Hij kwam?

 

Kleine jongen: Opa ons paaslam moet ook dood, hè? Heeft pappa het lammetje al laten slachten? Ik vond hem zo lief. Ik wil niet dat hij dood gaat.

Moeder: Stil, Markje. Laten we even niet praten over het paaslam. Je weet toch dat het lam sterft voor onze zonden?

Opa: Wacht eens.. Markje brengt me op een goed idee. In de boekrol van Jesaja staat: Om onze overtredingen werd Hij gewond. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem. Nou weet ik het zeker. Jezus is de Messias.

Allen: Ja, natuurlijk.

Het wordt lichter.

Moeder: Kijk, het wordt weer licht. Gauw nog even een paar boodschappen doen voor de Sabbat. Och, och (doet omslagdoek om)  ons paasfeest loopt helemaal in de war dit jaar.

 

(doek)

 

 

Scène 6

 

(Sim zit te piekeren)

Jos:  (komt aanlopen en roept al uit de verte) Sim, Sim, (hijgend) Heb je het al gehoord?

De wacht is zich ondersteboven geschrokken.

Sim: Welke wacht?

Jos: Nou, die soldaten die Herodes bij het graf van Jezus had neergezet om ervoor te zorgen dat de vrienden van Jezus zijn lichaam niet zouden stelen.

Sim: Waarvan zijn de soldaten dan geschrokken?

Jos: Nou, Jezus is opgestaan uit het graf.

Sim: Jij maakt een geintje. Daar trap ik niet in, hoor!

Jos: Nee, zonder dollen. Die aardbeving vanmorgen... Jij hebt hem toch zeker ook wel gevoeld?

Dat was het moment dat Jezus uit het graf kwam.

De wachters sloegen achterover van schrik, man.

Ze vluchten schreeuwend weg! Lachen, zeg!

Sim: Je meent het?

(David komt aanlopen)

David: Hé jongens. Wat een dag. Hebben jullie het al gehoord?

Sim: Van Jezus bedoel je? Jos vertelde het net.

David: Ja, Maria, dat is een tante van mijn vader en daar een nichtje van...

Jos: Laat maar zitten. Wat is er met die Maria?

David: Zij ging met een paar vriendinnen naar het graf. Ook de moeder van Jezus was erbij. Ze wilden zijn lichaam nog eens zalven met mirre. Het was namelijk nogal snel gegaan, dat begraven, zo vlak voor de Sabbat. Ze vroegen zich onderweg af wie de grote steen voor het graf weg moest rollen. Maar toen ze bij het graf kwamen was die steen al weg. Jezus is opgestaan en Maria heeft hem zelf gezien.

Sim: Echt? Dus hij leeft weer?

Jos en David: Ja, de Messias leeft. We hebben geen dode koning, maar een levende. Geen vijand kan hem ooit meer overwinnen. Nou kunnen wij toch nog in Zijn leger. Hoi, hoi! Laten we het aan iedereen gaan vertellen.

 

Lied Nr. 9       Klik op muziek  lied 9       Klik hier op de rechtermuisknop om de mp3 te downloaden en kies Doel opslaan als …

 

Heden kondig ik u aan.

De Heer is opgestaan.

Zie wat God heeft gedaan.

De Heer is opgestaan.

 

Einde