CLOWNTJE JURREK, een
toneelstuk
Korte inhoud:
Clowntje Jurrek, erg geliefd bij het publiek, is thuis en op zijn werk een nare man. Na een ruzie met zijn vrouw gaat hij op zoek om te ontdekken hoe hij een ander mens kan worden.
Aantal spelers: Minstens
vijftien.
Jurrek,
Annemariemadeleentje, de elastieken kindertjes, directeur, kunstschilder, een
dienstmeisje, drankjesverkoper en een paar drankjesdrinkers, wolkenvrouwtje,
wolkenkindertjes, dokter Hoogstad en zijn assistente.
Er zijn vijf
scènes.
1. Het circus.
Decor sober,
circus.
Nodig:
bandrecorder, muziek van een volksdansje, trompet of trommel, waterpistooltje,
hoepels.
2. Bij de
kunstschilder.
Decor: een
deur.
Nodig: drie
stoelen, palet met verf, doek, spiegel, penselen, portretten, plastic
handschoenen.
3.
Drankjesverkoper.
Nodig: een kar
of tafeltje waarop drankjes staan. Toeters en feestmutsen.
4.
Wolkenvrouwtje.
Decor
kartonnen wolken.
Nodig: Grote
kartonnen tabletten, speentjes, injectiespuit groot namaak, popjes,
poppenwiegjes, boek.
5. Bij dokter
Hoogstad.
Decor: Wand
met boeken, zogenaamd.
Nodig: Drie stoelen, doktersspullen, zwart doekje, flesje water. Bel.
Scène 1 Het circus.
Directeur: Goedenavond,
dames, Heren en kinderen. Welkom in ons Kerstcircus. Allereerst wil ik u voorstellen
aan Clowntje Jurrek, zijn vrouw Annemariemadeleentje en de Elastieken
kindertjes die voor u gaan spelen:....
(Muziek, tromgeroffel, trompet of ander soort herrie.)
Jurrek: (Hard):
Allo, allo, kindertjes, willen jullie even stilstaan, hier komt het volkslied. (Iedereen
springt in de houding. Er gebeurt niks. Even wachten.)
Annemariemadeleentje: Helemaal
niet. We krijgen helemaal geen volkslied. Jij doet het helemaal fout, Jurrek.
Jurrek: Welles.
Annemariemadeleentje: Nietes, we
krijgen volksdansmuziek, hè kinderen?
Kinderen: Jaaa!
Jurrek: Dat is toch
hetzelfde, hè kinderen?
Kinderen: Neeee!
(Iemand start de bandrecorder en de groep gaat dansen. De clown springt door alles heen. Hij plaagt de kindertjes. Annemariemadeleentje doet met de kinderen mee.)
(Na afloop)
Annemariemadeleentje: Zeg, Jurrek.
Jij hebt de kindertjes geplaagd. Dat is niet leuk.
Jurrek: Ikke? Welnee.
Annemariemadeleentje: Welja. Je
liep er steeds doorheen.
Jurrek: Nou, laten we
het maar weer goedmaken. (Ze gaan allebei aan een kant van het toneel
staan.)
Jurrek: Geef me een
hand, Annemariemadeleentje.
(Beginnen allebei te lopen. Ze willen een hand geven, maar lopen langs elkaar heen naar de andere kant met uitgestrekte hand.)
Jurrek: Hé, jij doet
het fout.
Annemariemadeleentje: Nee, jij doet
het fout! Nog een keer dan.
(doen het weer fout.)
Jurrek: Zie je wel.
Jij kan niks. Je kunt niet eens een hand geven.
Annemariemadeleentje: Welles. Voor
de laatste keer dan.
(Jurrek pakt een waterpistooltje, grijnst tegen het publiek en terwijl hij met één hand Annemariemadeleentje een hand geeft, spuit hij haar met de andere hand nat. Annemariemadeleentje gaat zitten huilen.)
(De muziek
gaat weer spelen. De elastieken kindertjes doen allemaal wat. Kopje buitelen,
springen, draaien of met hoepels spelen.)
Jurrek plaagt
ze. Annemariemadeleentje helpt ze.
Als de muziek stopt blijven ze allemaal staan als standbeelden.)
Jurrek: Ho, Dat heb
ik knap gedaan. Wil het publiek even klappen voor mij. Ik ben heel goed en de
anderen kunnen niks.
(Buigend gaat
hij af.)
(De kinderen
ontdooien en klagen hun nood bij Annemariemadeleentje)
Annemariemadeleentje: Stil maar
kinderen. Heeft Jurrek jullie pijn gedaan? Hij is voor mij ook zo slecht. Hij
slaat mij wel eens en legt zijn grote voeten op tafel. Ik heb zo'n verdriet van
hem. Kon ik hem maar veranderen, maar dat kan ik niet.
Kinderen: Arme
Annemariemadeleentje. Wij kunnen je ook niet helpen. Wat erg voor je.
(af)
Jurrek: (komt weer terug) Ik heb alles wel
gehoord, hoor! Het is niet (schudt met zijn hoofd van wel) waar. Ik ben
een nare man, maar ik kan mezelf niet veranderen. Ik wil wel, maar ik kan het
niet. (Loopt jammerend rond.) Weet je wat ik zal doen? Ik loop weg, ik
ga op zoek. Wie weet vindt ik wel iemand die me helpen kan.
(Evt. zingen: "We zijn allemaal raar." van E. en R.)
Scène 2 Bij de
kunstschilder.
Jurrek: O, wat ben ik
moe. Was ik maar thuis. Dan legde ik mijn grote voeten op tafel. Dan sloeg ik
met mijn vuist op de leuning van de bank en dan riep ik: Koffie. Schiet op
Annemariemadeleentje. Ik wil koffie. Ja, maar dat vindt ze niet leuk. Dan wordt
ze zo kwaad. O, wist ik maar hoe ik anders kon worden. (Gaat op een bankje
zitten huilen.)
(Deur gaat open en een kunstschilder ziet Jurrek. zitten)
Kunstschilder: Hé, wat doe
jij hier op mijn stoep?
Jurrek: Hoeperdepoep.
Kunstschilder: Ha, wat leuk. U bent een clown, hè? Wacht
eens, bent u niet die beroemde clown Jurrek van het Kerstcircus? Jazeker, nu
herken ik u van de tv U maakt reclame voor de sandwichspread.
Jurrek: Klap op je
het.
Kunstschilder: O, wat bent u toch leuk! Maar nu zonder
grappen bent u het echt?
Jurrek: Nee, m'n zus,
nou goed?
Kunstschilder: Hebt u nog een zus ook? Wat leuk!
Kom toch
binnen. Hebt u soms pijnlijke tenen of andere problemen?
(Jurrek loopt mee.)
Ja, kijk,
meneertje... eh. Hoe heet je eigenlijk?
Kunstschilder: Ik ben Zwier, de kunstschilder. Ik maak zeer
schone portretten, al zeg ik het zelf.
Jurrek: Nou, schoon!
Het stikt van het stof. Hebt u geen werkster?
Kunstschilder: Werkster? Nee, dit hier is mijn tante. Dit is
mijn opa en dit is.... de burgemeester.
Jurrek: Nou, ik ben
er niet kapot van. Maar als u me vraagt of ik problemen heb dan zeg ik ja. Kijk
meneer Zwierius. Ik sla mijn vrouwtje, ik knijp de kindertjes en ik leg mijn
grote voeten op tafel. Ik wil wel anders, maar ik kan niet.
Kunstschilder: O, maar daar is wel een oplossing voor,
hoor! Laat me maar eens naar uw gezicht kijken... Juist. Het staat nogal
droevig. Ik zal u een ander gezicht geven en dan bent u een nieuw mens.
Jurrek: Word ik dan
lief en vriendelijk?
Kunstschilder: Absoluut. Ik zal even mijn assistente
roepen. Clotilde, Clotilde!
Clotilde: Ja meneer.
Kunstschilder: Clotilde help eens even. We moeten deze
lelijke clown veranderen in een mooie man. Pak mijn verf en mijn penselen.
Clotilde: Ja meneer.
Jurrek: Wacht, wat
gaat mij dat kosten?
Kunstschilder: Och het is slechts honderd gulden, maar ik
stuur de rekening wel naar uw huis.
Jurrek: Honderd
gulden?
Kunstschilder: Jazeker. Honderd gulden. Weinig, hè? Dan
bent u helemaal veranderd.
Jurrek: Honderd
gulden? Wat zal Annemariemadeleentje wel zeggen. Maar vooruit doe het maar.
(Kunstschilder verft zonnetje op zijn wang, spreekt ook met de assistente, die van alles aangeeft.)
Kunstschilder: Klaar. Geweldig. Het is een groot succes. Al
zeg ik het zelf.
Jurrek: Ben ik nou
echt anders?
Clotilde: (Houdt de
spiegel voor) Kijk maar.
(Jurrek
bedankt en wordt uitgelaten)
(Op het
stoepje zit Annemariemadeleentje. Jurrek vertelt haar alles.)
Annemariemadeleentje: (kijkt
diep in zijn ogen en constateert:) Je bent nog niks veranderd. Je ogen zijn
nog net zo boos als eerst.
Jurrek wordt kwaad en smijt zijn vrouwtje op de grond. Trekt haar mutsje af en loopt weg. Annemariemadeleentje blijft huilend achter.
Scène 3 Drankjesverkoper.
Drankverkoper: Drankjes te
koop, lekkere drankjes. Vergeet uw zorgen. Drink door tot morgen. Drankjes om
te schaterlachen en te proesten. Rode zonneschijnwatertjes, twee gulden maar.
Groene geinschoppertjes, gele gniffelsnifjes, oranje lachjerotjes. Koop mijn
lekkere drankjes.
(Er komen een paar klanten. Ze krijgen een hoedje en een toeter. Ze rollen om van het lachen, maar als het drankje uitgewerkt is, krijgen ze hoofdpijn. Jurrek komt op.)
Drankverkoper: Wilt u eens
mijn drankjes proberen, meneer. U zult er geen spijt van krijgen.
Jurrek: Helpt dat dan
voor mijn probleem?
Drankverkoper: Wat is uw
probleem dan?
Jurrek: Ik sla mijn
vrouwtje, ik knijp de kindertjes en ik leg mijn grote voeten op de tafel.
Drankverkoper: Dan kunt u
het beste een groen geinschoppertje nemen. Die is maar tien gulden.
Jurrek: O, lieve
help, tien gulden. Dat is mijn laatste geld. (Schudt zijn grote zakken
leeg.)
Dan heb ik
geen geld meer om voor mijn familie eten te kopen.
Drankverkoper: U moet nu
even aan uzelf denken, meneer de huilebalk.
Jurrek: Ja, dat is
waar. Nou, vooruit. Doe het maar... Helpt het echt, heus?
Drankverkoper: Ja hoor,
alstublieft.
(Nadat Jurrek het drankje heeft opgedronken wordt hij ook vrolijk. De anderen kijken hoe hij danst en springt. Het gaat steeds langzamer. De drank raakt uitgewerkt en Jurrek krijgt ook hoofdpijn. Minachtend laten ze hem op de grond liggen. Iemand geeft hem nog een schop toe.)
Scène 4 Wolkenvrouwtje.
Wolkenvrouwtje: Kindertjes, kindertjes, ga allemaal slapen.
Jullie krijgen van mamma een lekker snoepje en dan maar dromen.
Wolkenkindje: Mamma, ik wil
niet slapen. Ik wil spelen en lachen en grapjes maken. Ik wil de zon opzoeken.
Wolkenvrouwtje: Niks ervan.
We gaan allemaal dutjes doen. Doe je speentje maar in je mond.
Wolkenkindje: Bah!
(Ze geeft alle wolkenkindertjes een tabletje. Dan komt Jurrek binnen.)
Jurrek: Hallo
allemaal. Ik ben te hoog met de lift gegaan geloof ik.
Wolkenvrouwtje: Jazeker
meneer. St!
Jurrek: St? Waarom?
Wolkenvrouwtje: Alle kinderen
zijn in dromenland. Wilt u ook naar dromenland? Alle probleempjes vergeten? Ga
maar liggen.
Jurrek: Liggen. Moet
u dan niet weten wat voor probleem?
Wolkenvrouwtje: Welnee. Kijk,
een dekentje over u heen.
Jurrek: Het dekentje
is vies.
Wolkenvrouwtje: Daar merkt u
dadelijk niets van. Hier is uw tabletje.
Jurrek: Maar ik sla
mijn vrouwtje en ik knijp de kindertjes en ik...
Wolkenvrouwtje: Ja, u
verandert wel als u regelmatig een tabletje krijgt.
Jurrek: Zou het echt
helpen?
Wolkenvrouwtje: Welja.
Jurrek: (gaat
slapen en mompelt:) Lekker... ik word al... een ander... mens.
(Annemariemadeleentje
en de kindertjes komen binnen. Alles slaapt.)
Annemariemadeleentje: Daar ligt ie.
Hij is helemaal van de kaart. Ach, ach! Kom kindertjes, dan nemen we hem mee.
Hier loopt hij gevaar. Zo zal hij nooit meer de zon zien...
(Ze sjouwen
hem weg. Dan wordt Jurrek wakker.)
Jurrek: Help. Waar
ben ik? Geef me nog een tabletje, dan word ik een ander mens.
Annemariemadeleentje: Niks ervan.
Weet je wat wij gevonden hebben?
Kinderen geef
me het boek eens aan...
Annemariemadeleentje: Kijk eens
Jurrek. In dit boek staat over een heel knappe dokter. Hij kan je een ander
hartje geven. Een hart dat het goede wil doen.
Jurrek: Het zal wel
weer niet waar zijn. Ik heb al van alles geprobeerd. Een ander gezicht, een
drankje, een tabletje en nou dat weer.
Annemariemadeleentje: Jurrek dit is
echt waar. Ga je mee? We gaan die dokter opzoeken.
Jurrek: Waar woont
hij dan?
Annemariemadeleentje: In de
Kerkstraat. Hij heet Dokter Hoogstad. Hij helpt je gratis.
Jurrek: Vooruit dan
maar. Op naar de Kerkstraat.
(af)
Scène 5 Bij dokter
Hoogstad.
Dokter zit te lezen. Bel gaat. Dienstmeisje doet open.
Dienstmeisje: Dokter, er
zijn twee mensen die u willen spreken.
Dokter: Laat ze maar
binnenkomen. Je weet het toch. Iedereen die belt moet je binnenlaten.
(Jurrek en Annemariemadeleentje komen binnen)
Dokter: Gaat u
zitten. Vertel eens wie u bent. Ik geloof dat ik u al ken. Bent u niet de clown
uit het Kerstcircus?
Jurrek: Ja dokter en
ik ben naar u toegekomen omdat wij uw boek hebben gelezen. Is alles wat erin
staat waar?
Dokter: Het is meer
waar dan je kunt begrijpen.
Jurrek: Dus alles wat
erin beloofd wordt kan ik krijgen?
Dokter: Alles en nog
veel meer.
Jurrek: Dokter, wilt
u mij alstublieft een ander hartje geven, want ik ben zo'n naarling.
Dokter: Vertrouw mij
maar.
Daar in die
boeken in de kast staan verhalen van
duizenden mensen die door mij geholpen zijn.
Jurrek: Dokter, ik
geloof u. Wilt u mij helpen?
Dokter: Heel graag.
En jij Annemariemadeleentje?
Annemariemadeleentje: Ik ben ook
niet zo'n best wijfie.
Dokter: Dan help ik
jou ook gelijk.
Dienstmeisje: Zal ik alles
klaarzetten, dokter?
Dokter: Goed hoor.
Gaat u hier maar liggen, meneertje Jurrek. Even een slokje blijdschap en dan
(dokter pakt pincet en schaar en frunnikt wat bij Jurreks hart. Haalt er een
zwart lapje uit.) Daar is het oude karakter. En nu een zaadje van een goed
leven erin.
Dienstmeisje: Hier is het,
dokter.
Dokter: Dankjewel,
meisje. Zo u bent klaar Jurrek. Hoe voel je je nou?
Jurrek: Het lijkt wel
of ik nieuw ben. Ik heb zo'n raar gevoel van binnen. Echt een babygevoel.
Dokter: En nu
Annemariemadeleentje.
Annemariemadeleentje: Hoera. Ik
kreeg een nieuw hart. Wat ben ik gelukkig!
Jurrek: Ik ook. En
wat ben jij lief!
Annemariemadeleentje: Jij ook,
Jurrek. Ik vind je de liefste clown van de wereld.
Dokter: (tegen
dienstmeisje) Kijk ze daar nou staan. Is het niet heerlijk dat er voor alle
clowns van de wereld een nieuw leven mogelijk is? Dat maakt mij werkelijk
gelukkig. Kijk, daar komen hun kindertjes ook. Doe maar gauw open.
(Hartelijke begroeting en slot)
Voor alle
clowntjes van de wereld.
Zingen wij dit
mooie lied.
Blijf niet
langer zitten treuren
Hou niet vast
aan je verdriet.
Voor alle
clowntjes en hun vrouwtjes
Voor alle
kinderen is dit lied.
Er ligt een
hele mooie, wonderschone toekomst in het verschiet.
(Op de wijs van: Al kon ik over de wereld reizen. E. & R.)