De arme slaaf Sambo en zijn vijand
Sambo was een arme slaaf in West-Indië, die veel van de
Heer Jezus hield. Ofschoon hij een heel moeilijk leven had, gaf de Heer hem
steeds weer de kracht om het te dragen. Elke dag weer opnieuw verrichtte hij zijn
arbeid met blijdschap en zeer nauwgezet. Daardoor kwam het dan ook dat zijn
meester erg op hem gesteld was, net als in het verhaal van Jozef, die slaaf was
in het huis van Potifar.
Op een dag zei de meester: 'Sambo, vandaag is er
slavenmarkt. Je moet voor mij een stuk of twintig slaven kopen. Laat je niet
afleggen. Let op dat ze sterk en gezond zijn. Je weet wat ik wil.'
Sambo deed wat zijn meester hem had opgedragen en kwam
tegen de avond thuis met twintig sterke slaven voor betrekkelijk weinig geld,
maar daarbij was nog een eenentwintigste, een oude, gebrekkige zieke man, die
van nul en gener waarde was.
'Waarom heb je die gekocht, Sambo?' vroeg de meester
boos.
'Och, meester,' was het antwoord, 'Deze slaaf kostte
bijna niks. Ik kon het niet laten hem te kopen. En eerlijk gezegd wou ik u
vragen of ik hem voor mezelf mag houden.'
Dat was natuurlijk erg brutaal van Sambo, maar na veel
smeken kreeg hij toestemming om de slaaf in zijn eigen hutje te laten wonen.
Het was een paar maanden later.
'Merkwaardig toch.' dacht de meester van Sambo, 'dat die
Sambo zo vriendelijk en zacht de oude zieke slaaf verzorgt. Hij legt hem in
zijn eigen bed en geeft hem van zijn eigen eten. Als het warm is legt hij hem
op een matje in de schaduw en als het koud is geeft hij hem warme dranken te
drinken. Deze man is vast en zeker familie van hem. Misschien zijn vader of
broer.'
Dus vroeg hij er Sambo naar.
'Nee, meester,' antwoordde Sambo. 'Hij is niet mijn
vader of mijn broer. Ook geen familielid.'
'Dan is het je vriend of je stamgenoot.'
'Nee, meester, ook niet.'
'Maar waarom ben de dan zo goed voor hem?' vroeg de
meester nieuwsgierig.
Wel,' zei Sambo, terwijl hij verlegen naar de grond
keek. 'hij is degene die mij gevangen heeft genomen en aan een slavenhandelaar
heeft verkocht.'
'Maar dan is hij dus je grootste vijand? Nu snap ik er
helemaal niks meer van.'
Sambo raakte hierdoor echt wat van zijn stuk en
stamelde: 'Maar, meester, in de Bijbel staat toch dat ik mijn vijand moet
liefhebben? Als hij honger heeft moet ik hem te eten geven en als hij dorst
heeft moet ik hem te drinken geven.'
Hoofdschuddend liep de
meester terug naar huis, onderweg bedenkend dat iemand, die zo edel handelde
eigenlijk geen slaaf behoorde te zijn. De volgende dag overhandigde hij Sambo
dan ook een papier, waarop stond: 'Hiermede verleen ik Sambo de vrijheid.'
Wat was de slaaf blij. Vooral toen hij hoorde dat ook
zijn vijand vrij mocht zijn. Ja, de boodschap van Jezus kan veel veranderen in
de harten van de mensen.