Stinkdier

 

Lekker is het om onder de douche te staan.

Je voelt de warme stroom helemaal door je lijf gaan.,

Hansje doet zijn ogen dicht.

Het water plensde op zijn snoet.

Ja, onder de douche gaan is wel fijn, maar als je eronder vandaan komt is het koud.

Moeder houdt de grote handdoek al klaar.

Hansje lat zich lekker droogwrijven.

Ik heb jet zo koud als een voetbeest, constateert hij.

Moeder lacht. Wat is dat nou weer?

Dat is een stinkdier, die heb het koud op het ijs.

Moeder droogt zijn tenen af.

Dat kriebelt. Haha.

Houd je vast stil, joh!

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Hij vervolgt zijn voetbeestverhaal.

Ik ken nog een mop van een stinkdier. Zal ik die eens vertellen?

Moeder knikt.

Er kwam eens een stinkdier bij een wolf.

Die zei: Ik wil je vriendje worden.

Dat kan niet zei de wolf.

Want ik heb al een vriendje.

Dat ben jij.

Moeder vindt het een goeie.

Hansje moet zelf zijn sokken aandoen.

Dat gaat niet zo makkelijk met natte voeten.

Moeder gaat intussen iets anders doen.

Zou vader hem wel met zijn sokken willen helpen?

Waar is hij?

Op de slaapkamer.

Hij ligt geknield voor het bed.

Wat doe je, pappa?

Ik praat met mijn vriend.

O ja, Hansje weet al wie dat is.

Hijzelf heeft nog niet gebeden,. Hij knielt dus naast pappa neer met een blote voet en een sok.

Dat geeft niks.

De Heer Jezus hoort je toch wel.

Zo volgt Hansje het voorbeeld van pappa na.