Zonde

 

Vader timmert een bordes in de tuin van de camping.

Hé, andere boer, zegt Hansje, zal ik de paarden maar in de wei laten?

Dat is goed hoor, antwoordt vader.

Moeder maait het gras.

Dat is niet zo gemakkelijk. Het is nat.

Hé, boerin, zegt Hansje, de werkluiers hebben het druk, hoor.

Ik ben de baas van de boer.

Zozo, antwoordt moeder verstrooid.

Hans, kijk eens wat ik heb, roept Marjon.

Allemaal kastanjes, bruin en glanzend liggen in haar hand.

Die doe ik in een doosje. roept Hansje blij.

Maar Marjon weet iets leukers. Ze maakt er twee gaatjes in en ze steekt een stokje door de kastanje.

In het andere gaatje doet ze een beetje gras.

Haha! Een pijp!

Nou is Hansje een echte boer. Hij toont zijn pijpje aan iedereen.

Marjon heeft zelf ook een pijp. Ze zegt: Als je praat moet je de pijp een beetje schuin in je mond houden. Dat hoort zo.

Hansje moet er om lachen.

Hij rolt op de grond van de lach.

Zo maar in het natte gras.

Maar zijn pijpje houdt hij goed vast, hoor! Reken maar.

Marjon moet een boodschap doen voor moeder.

Nu is Hansje weer alleen.

Hij loopt wat door de tuin.

Plotseling valt zijn oog op iets...

Er hangen lekkere pinda's in de appelboom.

Een ketting van pinda's.

Wat zonde.

Dat heeft Marjon zeker gedaan.

Wacht. Hij zal ze er wel uitslaan.

Hansje kijkt zoekend rond.

Tegen de schuur staat een hark. Die kan hij goed gebruiken.

Pats, pats!

Stop! roept moeder vanuit de caravan.

Wat doe je?

Hansje kijkt beteuterd.

Die pinda's hangen daar voor de meesjes.

Hansje gelooft het niet.

Dat is zonde, zegt hij.

Nee, zonde is als je de Heer Jezus verdriet doet, zegt moeder.

Later aan tafel zien ze de meesjes van de pinda's smullen.

Het is erg leuk. Een meesje springt van de tak af. Op z'n kop pikt hij een pinda open.

Een ander meesje wil ook wat, maar hij wordt weggejaagd.

Dat is zonde roept Hansje, Hè mamma, ruzie maken is zonde.

En zo is het ook.