Piefpaf levend
Het was een
drukke dag op school. Marjon is blij dat ze thuis is. Ze heeft zin om even
lekker gek te doen met Hansje.
Maar die is
met vader weg.
Weet je wat?
Straks als hij terug komt zal ze hem verrassen.
Van buisjes,
doosjes en elastiek maakt ze twee pistooltjes.
Even later, ja
hoor! Daar ziet ze hem al aankomen. Hij heeft zijn bivakmuts op één oor gezet,
net een boef.
Die muts noemt
hij piefpafmuts.
Dat komt goed
uit.
Hansje, kom
gauw! roept Marjon.
Hansje kijkt
rond. Waar is zijn zus?
Ze zit
weggekropen achter de bank.
Pauwpauw! Pak
gauw je pistool, Hans. Daar ligt het, op tafel.
O, wat leuk.
Hansje bekijkt
het even en duikt dan achter een stoel.
Pauwpauwpauw!
Wat is dat
nou?
Marjon valt op
de grond. Ze roept dat ze dood is.
Doe niet zo
flauw, Marjon. Kom op.
Hij probeert
haar op te hijsen.
Ik ben toch
dood, fluistert Marjon zacht.
Ja, zogenaamd,
maar toch niet echt.
Je moet me
eerst levend schieten.
Levend
schieten? Hoe gaat dat?
Pief, paf,
levend! roept hij dan maar.
En kijk...
Marjon springt weer overeind.
Ze rent naar
de gang met Hansje erachteraan.
Zo spelen ze
nog een tijdje.
Voor het
slapen gaan mag hij nog even naar het Bijbelverhaal op de tv kijken. Het gaat
over een meisje dat dood was. Het dochtertje van Jaïrus. De Heer Jezus pakte
haar hand en... ze werd weer levend.
Zonder
pistooltje.
Hansje kijkt
eens naar Marjon.
Wat fijn dat
hij zo'n leuke zus heeft. Dan kun je leuk spelen. Pief, paf, levend!