Stelen is pikken
Er is zoveel
om op je brood te doen. Hansje weet het niet meer.
Vroeger wel.
Als mamma vroeg wat hij op z'n brood wou was het steevast: pinnekaas.
Maar de
laatste tijd gaat het anders.
Hansje wil
graag kiezen. Kiezen tussen worst, kaas, jam of hagelslag. Gisteren at hij
bruine suiker op brood. En hoe!
Moeder liet
hem in de spiegel zien hoe vies het stond om met open mond te eten. Toen schrok
hij wel.
'Doe die
stomme spiegel maar weg, hoor!' zei hij beschaamd.
'die hoef ik
niet meer te zien.'
Vandaag kiest
Hansje kaas. Lekkere zachte kaas.
Maar als hij
ziet dat moeder hagelslag neemt gaat hij twijfelen.
Hagelslag is
hartstikke lekker.
Als het nou
maar niet op is als hij het op z'n volgende boterham wil doen.
Ongemerkt pakt
hij het doosje.
Hij houdt het
onder de tafel en strooit hageltjes in zijn hand. Niemand merkt het. Ook Paul
niet, die naast hem zit.
Paul praat
over school.
Hij heeft het
over een leraar die Popi wordt genoemd.
'Nou, valt
Hansje eigenwijs in, 'Onze Popi doet ook zo gek op school. En er zijn zoveel
gozers op school.'
Hij zucht
ervan.
Dan gaat hij
weer door met de hagelslag.
De korreltjes
vallen ook op de grond.
Moeder hoort
tikketikketik.
Ze begrijpt
waar het geluid vandaan komt.
'Hansje, zet
de hagelslag neer en ga de rommel opvegen. Stelen doen we niet.'
'Dat is geen
stelen, hoor!' antwoordt Hansje betrapt.
'Dat is gewoon
pikken.'
'Stelen is
pikken,' beslist vader, 'En nu gaan we uit de Bijbel lezen.'
Hansje kruipt
bij Paul op schoot.
Daar zit hij
warm en veilig.
Hij stopt zijn
duim in de mond en luistert naar Gods woord.
Daaruit leert
hij wat goed en verkeerd is.